Wanneer een jeugdrechter jongeren onder een gerechtelijke maatregel plaatst omdat ze een delict hebben gepleegd of zich in een verontrustende situatie bevinden en bovendien een ernstige psychiatrische problematiek vertonen, dan moeten ze aangepaste specialistische zorg krijgen. In 2003 werden intensieve behandelingseenheden opgericht, For-K IBE, die in een beveiligde en beveiligende omgeving zorg aanbieden aan deze jongeren. Ons land telt 14 van deze eenheden, verdeeld over 12 psychiatrische ziekenhuizen, met in totaal 124 bedden. Die voorzieningen werden opgericht in het kader van een pilootproject, maar moeten nu een permanent karakter krijgen. Daarom kreeg het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) de opdracht van de taskforce geestelijke gezondheidszorg om te beoordelen hoeveel For-K IBE België nodig heeft. Het KCE stelde vast dat de tijdelijke status van de eenheden voor diverse problemen zorgt. Ten eerste opereren de For-K IBE in een "zeer complex landschap", op het kruispunt van verschillende sectoren, klinkt het in het rapport. Bovendien vallen deze sectoren onder federaal, regionaal of gemeenschapsbestuur, waardoor verschillende overheidsdiensten en departementen betrokken zijn. "Tot op heden heeft geen enkele instantie de eindverantwoordelijkheid voor het hele traject van een jongere", aldus het KCE. Daarnaast zijn de opnamecriteria voor de jongeren "vaag". Zo bestaat er geen consensus over het profiel van de jongeren die in aanmerking komen voor een opname in een For-K. Aanvankelijk waren de eenheden enkel toegankelijk voor jongeren die als "jeugddelinquent" werden gekwalificeerd, maar sinds 2009 aanvaarden bepaalde For-K IBE's ook jongeren in een "verontrustende situatie" of in een psychiatrische crisissituatie, voor wie een "gedwongen opname" nodig is. Bovendien hanteert elke For-K IBE zijn eigen opname- en exclusiecriteria: sommige vangen uitsluitend jongens op, andere alleen meisjes, sommige geven voorrang aan jongeren uit hun geografische regio, sommige zijn gespecialiseerd in jongeren met ernstige gedragsproblemen of verslavingsproblemen... Soms worden jongeren ook geweigerd wegens bijvoorbeeld afwijkend seksueel gedrag of beperkte verstandelijke mogelijkheden. "Zonder een duidelijke definitie van de doelgroep is het onmogelijk te bepalen welk zorgaanbod noodzakelijk is", stelt het KCE, dat in het rapport een aanzet geeft voor een betere beschrijving. Een ander probleem is dat het vaststellen van een ernstig psychiatrisch probleem bij een jongere niet eenvoudig is. Jeugdrechters zijn afhankelijk van de beoordeling van een psychiater, maar het lukt niet altijd om die beoordeling binnen een redelijke termijn te krijgen. "Er is een spanningsveld tussen de jeugdrechters, die spoedopvang moeten vinden voor jongeren in nood, en de psychiaters, die uitgaan van de zorgnoden van een jongere. Meer systematische procedures voor deze beoordelingen zijn dus noodzakelijk", luidt het. Tot slot bevestigen de KCE-onderzoekers dat de huidige financiering van de For-K IBE's ontoereikend is om de werkelijke kosten te dekken en dat de status van pilootproject hen de toegang verhindert tot bepaalde uitgaven die met een structurele financiering wel mogelijk zouden zijn. "Om het werk van de bestaande teams te beschermen, is het dus hoog tijd dat deze eenheden op een structurele financiering kunnen rekenen", klinkt het advies. (Belga)

Wanneer een jeugdrechter jongeren onder een gerechtelijke maatregel plaatst omdat ze een delict hebben gepleegd of zich in een verontrustende situatie bevinden en bovendien een ernstige psychiatrische problematiek vertonen, dan moeten ze aangepaste specialistische zorg krijgen. In 2003 werden intensieve behandelingseenheden opgericht, For-K IBE, die in een beveiligde en beveiligende omgeving zorg aanbieden aan deze jongeren. Ons land telt 14 van deze eenheden, verdeeld over 12 psychiatrische ziekenhuizen, met in totaal 124 bedden. Die voorzieningen werden opgericht in het kader van een pilootproject, maar moeten nu een permanent karakter krijgen. Daarom kreeg het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) de opdracht van de taskforce geestelijke gezondheidszorg om te beoordelen hoeveel For-K IBE België nodig heeft. Het KCE stelde vast dat de tijdelijke status van de eenheden voor diverse problemen zorgt. Ten eerste opereren de For-K IBE in een "zeer complex landschap", op het kruispunt van verschillende sectoren, klinkt het in het rapport. Bovendien vallen deze sectoren onder federaal, regionaal of gemeenschapsbestuur, waardoor verschillende overheidsdiensten en departementen betrokken zijn. "Tot op heden heeft geen enkele instantie de eindverantwoordelijkheid voor het hele traject van een jongere", aldus het KCE. Daarnaast zijn de opnamecriteria voor de jongeren "vaag". Zo bestaat er geen consensus over het profiel van de jongeren die in aanmerking komen voor een opname in een For-K. Aanvankelijk waren de eenheden enkel toegankelijk voor jongeren die als "jeugddelinquent" werden gekwalificeerd, maar sinds 2009 aanvaarden bepaalde For-K IBE's ook jongeren in een "verontrustende situatie" of in een psychiatrische crisissituatie, voor wie een "gedwongen opname" nodig is. Bovendien hanteert elke For-K IBE zijn eigen opname- en exclusiecriteria: sommige vangen uitsluitend jongens op, andere alleen meisjes, sommige geven voorrang aan jongeren uit hun geografische regio, sommige zijn gespecialiseerd in jongeren met ernstige gedragsproblemen of verslavingsproblemen... Soms worden jongeren ook geweigerd wegens bijvoorbeeld afwijkend seksueel gedrag of beperkte verstandelijke mogelijkheden. "Zonder een duidelijke definitie van de doelgroep is het onmogelijk te bepalen welk zorgaanbod noodzakelijk is", stelt het KCE, dat in het rapport een aanzet geeft voor een betere beschrijving. Een ander probleem is dat het vaststellen van een ernstig psychiatrisch probleem bij een jongere niet eenvoudig is. Jeugdrechters zijn afhankelijk van de beoordeling van een psychiater, maar het lukt niet altijd om die beoordeling binnen een redelijke termijn te krijgen. "Er is een spanningsveld tussen de jeugdrechters, die spoedopvang moeten vinden voor jongeren in nood, en de psychiaters, die uitgaan van de zorgnoden van een jongere. Meer systematische procedures voor deze beoordelingen zijn dus noodzakelijk", luidt het. Tot slot bevestigen de KCE-onderzoekers dat de huidige financiering van de For-K IBE's ontoereikend is om de werkelijke kosten te dekken en dat de status van pilootproject hen de toegang verhindert tot bepaalde uitgaven die met een structurele financiering wel mogelijk zouden zijn. "Om het werk van de bestaande teams te beschermen, is het dus hoog tijd dat deze eenheden op een structurele financiering kunnen rekenen", klinkt het advies. (Belga)