In drie jaar tijd zijn er minstens 18.292 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen 'verdwenen' in Europa. Dat publiceerde het Europese journalistencollectief Lost in Europe. 2.642 meldingen van deze verdwijningen kwamen uit België. Er is niet alleen nood aan betere samenwerking in ons land waar heel wat zaken beter kunnen. Een complex en alarmerend probleem als verdwijningen vergt ook een efficiënte Europese aanpak. En net daar wringt het schoentje.

Europese samenwerking

Als ze in Europa op de radar komen, krijgen jongeren zonder familie - die we 'niet-begeleide minderjarige vreemdelingen' (NMBV) noemen - niet in elk land voldoende noch dezelfde opvang en omkadering. Die ongelijkheid in de Europese aanpak werkt het vertrekken uit opvangstructuren, doorreizen en verdwijnen in de hand.

Ook de cijfers zijn niet accuraat. Door een gebrek aan coördinatie en informatie-uitwisseling tussen de Europese lidstaten worden vermiste minderjarigen dubbel geteld. Zo kan een minderjarige bijvoorbeeld vier keer in de statistieken voorkomen als vermist. Dat Europese informatie-uitwisseling wel kan werken blijkt uit de toewijding waarmee de lidstaten de Dublinverordening toepassen voor meerderjarige asielzoekers. Op basis van deze verordening wordt de verantwoordelijkheid voor asielaanvragen van meerderjarigen voornamelijk gelegd bij het eerste land waar iemand Europa binnen kwam.

Kinderen 'verdwijnen' in Europa: ook Belgisch systeem moet beter.

Dit wordt mede mogelijk gemaakt door een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende lidstaten. Wanneer gegevensuitwisseling plaats moet vinden in de zoektocht naar gepaste bescherming voor kwetsbare minderjarigen en voor het oplossen van verdwijningen zien we plots een pak minder enthousiasme om samen te werken. Dit is voor ons nog maar eens een bewijs dat het Europese asielsysteem niet gericht is op het garanderen van bescherming aan mensen die daar nood aan hebben, maar op het afschuiven van verantwoordelijkheid.

Wij pleiten voor een degelijk werkend Europees registratiesysteem om nuance in de huidige cijfers te krijgen. Enkel met juiste gegevens kan aan de juiste oplossingen worden gewerkt. Wij verwachten dat voor NBMV de krachten over alle lidstaten gebundeld worden om ervoor te zorgen dat elk kind de bescherming en omkadering krijgt die het verdient.

Belgisch systeem moet beter

In 2018 besliste toenmalig Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken om een taskforce NBMV op te richten. Deze taskforce leidde voorlopig tot weinig succes. Dit voornamelijk door een gebrek aan samenwerking tussen de verschillende betrokken diensten. Fedasil, Dienst Voogdij en Child Focus verzamelen elk op hun eigen manier cijfermateriaal dat niet wordt gecentraliseerd. Een betere samenwerking is ook hier noodzakelijk.

Ook de impact van onze leeftijdstesten op het onderduiken en verdwijnen van minderjarigen moeten we durven onder de loep nemen. Als men twijfels heeft over het al dan niet meerderjarig zijn, dan voert men zo snel mogelijk een leeftijdsonderzoek uit. Het uiten van deze leeftijdstwijfel ontbreekt aan formele motivatie waardoor jongeren bij een negatief resultaat de indruk krijgen dat deze beslissing gebaseerd is op willekeur. Tijdens deze procedure ontbreekt ook de begeleiding: er wordt nog geen voogd toegewezen. Dit kan een erg grote impact hebben op het vertrouwen in onze overheid.

We moeten ons dus de vraag stellen of ons huidige systeem verdwijningen niet in de hand werkt. Verschillende internationale instanties veroordeelden de Belgische leeftijdsonderzoeken al meerdere malen, omdat zij gebaseerd zijn op gedateerde en inaccurate wetenschappelijke methodes.

Het verschil tussen minder- en meerderjarigheid is van zo'n groot belang dat het leeftijdsonderzoek zo accuraat en betrouwbaar mogelijk moet zijn. De huidige methodes sterken het vertrouwen in de instanties niet, wat een extra push factor kan betekenen in de beslissing om te vertrekken uit het opvangcentrum, met als gevolg dat er telkens een extra minderjarige onder de radar verdwijnt.

Geef jongeren een stem

De dagelijkse realiteit van deze jongeren is complex. Zij dragen veel mee en hun beweegredenen zijn niet steeds gemakkelijk te ontdekken. Net daarom is snelle professionele hulpverlening cruciaal. Vandaag duurt het te lang vooraleer een minderjarige een voogd en een opvangcentrum krijgt toegewezen. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe groter de kans op verdwijningen.

Daarom is het essentieel dat een voogd binnen de 48 uur toegewezen wordt en dat open crisiscentra opgericht worden voor opvang die directe veiligheid en bescherming biedt aan minderjarigen. Professionele hulpverleners kunnen hier de noden van de minderjarigen analyseren en hen de juiste basisinformatie verschaffen. Een goede omkadering kan het verschil betekenen tussen een leven vol kansen en een bloeiende toekomst of een leven in gevaar.

De jongeren zelf weten heel goed waar ze heen willen en waarom. Maar ze worden weinig (of niet) betrokken in de zoektocht naar oplossingen voor hun zogenaamde verdwijningen. We hebben nog steeds veel te weinig kennis en begrip over het waarom dat jongeren vertrekken. Soms gebeurt dit ook in situaties waar ze wel in opvang zitten, wel een voogd hebben of zelfs een erkend statuut hebben. Minderjarigen betrekken in de zoektocht naar de juiste aanpassingen om deze verdwijningen te stoppen is daarom een noodzakelijke stap. Uit ervaring weten we dat het loont om de switch te maken van jongeren als stof van discussie, naar jongeren als deel van de discussie. Geef ze een stem, en meer nog, laat ze mee het beleid vormgeven.

In drie jaar tijd zijn er minstens 18.292 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen 'verdwenen' in Europa. Dat publiceerde het Europese journalistencollectief Lost in Europe. 2.642 meldingen van deze verdwijningen kwamen uit België. Er is niet alleen nood aan betere samenwerking in ons land waar heel wat zaken beter kunnen. Een complex en alarmerend probleem als verdwijningen vergt ook een efficiënte Europese aanpak. En net daar wringt het schoentje. Als ze in Europa op de radar komen, krijgen jongeren zonder familie - die we 'niet-begeleide minderjarige vreemdelingen' (NMBV) noemen - niet in elk land voldoende noch dezelfde opvang en omkadering. Die ongelijkheid in de Europese aanpak werkt het vertrekken uit opvangstructuren, doorreizen en verdwijnen in de hand. Ook de cijfers zijn niet accuraat. Door een gebrek aan coördinatie en informatie-uitwisseling tussen de Europese lidstaten worden vermiste minderjarigen dubbel geteld. Zo kan een minderjarige bijvoorbeeld vier keer in de statistieken voorkomen als vermist. Dat Europese informatie-uitwisseling wel kan werken blijkt uit de toewijding waarmee de lidstaten de Dublinverordening toepassen voor meerderjarige asielzoekers. Op basis van deze verordening wordt de verantwoordelijkheid voor asielaanvragen van meerderjarigen voornamelijk gelegd bij het eerste land waar iemand Europa binnen kwam. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende lidstaten. Wanneer gegevensuitwisseling plaats moet vinden in de zoektocht naar gepaste bescherming voor kwetsbare minderjarigen en voor het oplossen van verdwijningen zien we plots een pak minder enthousiasme om samen te werken. Dit is voor ons nog maar eens een bewijs dat het Europese asielsysteem niet gericht is op het garanderen van bescherming aan mensen die daar nood aan hebben, maar op het afschuiven van verantwoordelijkheid. Wij pleiten voor een degelijk werkend Europees registratiesysteem om nuance in de huidige cijfers te krijgen. Enkel met juiste gegevens kan aan de juiste oplossingen worden gewerkt. Wij verwachten dat voor NBMV de krachten over alle lidstaten gebundeld worden om ervoor te zorgen dat elk kind de bescherming en omkadering krijgt die het verdient.In 2018 besliste toenmalig Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken om een taskforce NBMV op te richten. Deze taskforce leidde voorlopig tot weinig succes. Dit voornamelijk door een gebrek aan samenwerking tussen de verschillende betrokken diensten. Fedasil, Dienst Voogdij en Child Focus verzamelen elk op hun eigen manier cijfermateriaal dat niet wordt gecentraliseerd. Een betere samenwerking is ook hier noodzakelijk.Ook de impact van onze leeftijdstesten op het onderduiken en verdwijnen van minderjarigen moeten we durven onder de loep nemen. Als men twijfels heeft over het al dan niet meerderjarig zijn, dan voert men zo snel mogelijk een leeftijdsonderzoek uit. Het uiten van deze leeftijdstwijfel ontbreekt aan formele motivatie waardoor jongeren bij een negatief resultaat de indruk krijgen dat deze beslissing gebaseerd is op willekeur. Tijdens deze procedure ontbreekt ook de begeleiding: er wordt nog geen voogd toegewezen. Dit kan een erg grote impact hebben op het vertrouwen in onze overheid. We moeten ons dus de vraag stellen of ons huidige systeem verdwijningen niet in de hand werkt. Verschillende internationale instanties veroordeelden de Belgische leeftijdsonderzoeken al meerdere malen, omdat zij gebaseerd zijn op gedateerde en inaccurate wetenschappelijke methodes. Het verschil tussen minder- en meerderjarigheid is van zo'n groot belang dat het leeftijdsonderzoek zo accuraat en betrouwbaar mogelijk moet zijn. De huidige methodes sterken het vertrouwen in de instanties niet, wat een extra push factor kan betekenen in de beslissing om te vertrekken uit het opvangcentrum, met als gevolg dat er telkens een extra minderjarige onder de radar verdwijnt.De dagelijkse realiteit van deze jongeren is complex. Zij dragen veel mee en hun beweegredenen zijn niet steeds gemakkelijk te ontdekken. Net daarom is snelle professionele hulpverlening cruciaal. Vandaag duurt het te lang vooraleer een minderjarige een voogd en een opvangcentrum krijgt toegewezen. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe groter de kans op verdwijningen. Daarom is het essentieel dat een voogd binnen de 48 uur toegewezen wordt en dat open crisiscentra opgericht worden voor opvang die directe veiligheid en bescherming biedt aan minderjarigen. Professionele hulpverleners kunnen hier de noden van de minderjarigen analyseren en hen de juiste basisinformatie verschaffen. Een goede omkadering kan het verschil betekenen tussen een leven vol kansen en een bloeiende toekomst of een leven in gevaar. De jongeren zelf weten heel goed waar ze heen willen en waarom. Maar ze worden weinig (of niet) betrokken in de zoektocht naar oplossingen voor hun zogenaamde verdwijningen. We hebben nog steeds veel te weinig kennis en begrip over het waarom dat jongeren vertrekken. Soms gebeurt dit ook in situaties waar ze wel in opvang zitten, wel een voogd hebben of zelfs een erkend statuut hebben. Minderjarigen betrekken in de zoektocht naar de juiste aanpassingen om deze verdwijningen te stoppen is daarom een noodzakelijke stap. Uit ervaring weten we dat het loont om de switch te maken van jongeren als stof van discussie, naar jongeren als deel van de discussie. Geef ze een stem, en meer nog, laat ze mee het beleid vormgeven.