Op vraag van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en het universitaire ziekenhuis van Namen ging het KCE na welk effect videoconsultaties hebben op de gezondheid van de patiënten met een chronische lichamelijke aandoening. Ook werd nagegaan hoe videoconsultaties worden gebruikt in Nederland en Frankrijk. Het KCE stelt vast dat er vandaag geen wetenschappelijk bewijs is voor een verschil tussen videoconsultaties en "normale" consultaties voor het effect op de gezondheid van de patiënten. Zorgverleners bleken wat huiverig om videoconsultaties te gebruiken. Ervaringen uit Nederland en Frankrijk leerden ook dat de invoering van videoconsultaties een lange weg is met veel hobbels. Tijdens de studie brak de coronacrisis uit, en werden de onderzoekers ingehaald door de realiteit. Consultaties op afstand via telefoon en beeldscherm werden plots overal toegelaten én terugbetaald, niet alleen in België, maar wereldwijd. "Er wordt best van de huidige dynamiek gebruik gemaakt om dit soort 'digitale' zorg verder in te voeren, als een nuttige aanvulling op een face-to-face consultatie, niet om deze te vervangen", zo luidt de conclusie. Toch zijn er een aantal voorwaarden verbonden, waarvan de geïnformeerde toestemming van de patiënt een belangrijke is. "De beroeps- en patiëntenverenigingen zullen samen moeten bepalen wanneer videoconsultaties nuttig kunnen zijn en wanneer niet, en welke voorwaarden er vervuld moeten zijn", concludeert het Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg. Voorts blijkt een overvloed aan toepassingen voor videoconsultaties en voor zorgverleners en patiënten is het niet eenvoudig om door de bomen nog het bos te zien. Ook dienen er garanties te zijn dat ze veilig en volgens alle wettelijke vereisten gebruikt kunnen worden. Daarom zou een onafhankelijke overheidsorganisatie alle toepassingen op een transparante wijze moeten beoordelen en een lijst publiceren. Op zijn minst moeten ze voldoen aan de privacywetgeving, integratie met het Belgische eHealth systeem toelaten en inpasbaar zijn in het persoonlijk gezondheidsportaal. Zo wordt voorkomen dat een patiënt of zorgverlener meerdere toepassingen moet gebruiken. (Belga)

Op vraag van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en het universitaire ziekenhuis van Namen ging het KCE na welk effect videoconsultaties hebben op de gezondheid van de patiënten met een chronische lichamelijke aandoening. Ook werd nagegaan hoe videoconsultaties worden gebruikt in Nederland en Frankrijk. Het KCE stelt vast dat er vandaag geen wetenschappelijk bewijs is voor een verschil tussen videoconsultaties en "normale" consultaties voor het effect op de gezondheid van de patiënten. Zorgverleners bleken wat huiverig om videoconsultaties te gebruiken. Ervaringen uit Nederland en Frankrijk leerden ook dat de invoering van videoconsultaties een lange weg is met veel hobbels. Tijdens de studie brak de coronacrisis uit, en werden de onderzoekers ingehaald door de realiteit. Consultaties op afstand via telefoon en beeldscherm werden plots overal toegelaten én terugbetaald, niet alleen in België, maar wereldwijd. "Er wordt best van de huidige dynamiek gebruik gemaakt om dit soort 'digitale' zorg verder in te voeren, als een nuttige aanvulling op een face-to-face consultatie, niet om deze te vervangen", zo luidt de conclusie. Toch zijn er een aantal voorwaarden verbonden, waarvan de geïnformeerde toestemming van de patiënt een belangrijke is. "De beroeps- en patiëntenverenigingen zullen samen moeten bepalen wanneer videoconsultaties nuttig kunnen zijn en wanneer niet, en welke voorwaarden er vervuld moeten zijn", concludeert het Federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg. Voorts blijkt een overvloed aan toepassingen voor videoconsultaties en voor zorgverleners en patiënten is het niet eenvoudig om door de bomen nog het bos te zien. Ook dienen er garanties te zijn dat ze veilig en volgens alle wettelijke vereisten gebruikt kunnen worden. Daarom zou een onafhankelijke overheidsorganisatie alle toepassingen op een transparante wijze moeten beoordelen en een lijst publiceren. Op zijn minst moeten ze voldoen aan de privacywetgeving, integratie met het Belgische eHealth systeem toelaten en inpasbaar zijn in het persoonlijk gezondheidsportaal. Zo wordt voorkomen dat een patiënt of zorgverlener meerdere toepassingen moet gebruiken. (Belga)