Leraren nemen een unieke rol op binnen het onderwijs en de samenleving, stelt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Toch staat het beroep onder druk. Met de maatregelen wil hij "het beroep werkbaarder maken, een groter publiek aanspreken en de maatschappelijke status teruggeven die het verdient". Zo moeten volgens Katholiek Onderwijs Vlaanderen leraren meer zekerheid en perspectief krijgen. Met een startersjaar zouden pas afgestudeerde leerkrachten een jaar zeker zijn van een gegarandeerde en stabiele job. Op school zouden ze minder lesuren kunnen krijgen, meer tijd voor voorbereiding en overleg, en grondige begeleiding. "Op die manier verzekeren we een meer geleidelijke overgang van opleiding naar werk", aldus Boeve. Verder zou ook meer aandacht moeten gaan naar de talenten en interesses van een leraar. Dat kan door voldoende te variëren in de les- en schoolopdrachten. Een leerkracht kan ook verschillende rollen binnen de school opnemen, bijvoorbeeld als vak- of graadcoördinator of beleidsondersteuner. Daarvoor moet hij of zij kunnen rekenen op voldoende ruimte en middelen voor professionalisering en bijscholing, klinkt het. Wie op het einde van zijn loopbaan is gekomen, verdient werkbaar werk. "In plaats van prestaties te meten met lesuren, kiezen we voor een jaaropdracht die ruimte biedt voor variatie, vrijheid, en een evenwichtige verdeling van de opdrachten", klinkt het. Daarnaast moet ook iedereen die in het onderwijs wil, er een geschikte rol kunnen vinden. Zo moeten graduaten aan de slag kunnen als onderwijsassistenten om de leraar te ondersteunen, of moeten masters kunnen werken aan het kwaliteitsbeleid op de basisschool. Voorts moeten er drempelverlagende programma's komen voor jongeren in kansarmoede of een migratieachtergrond, zodat er meer talenten in het onderwijs terecht komen. Momenteel heeft slechts 1 op de 20 leraren een migratieachtergrond, terwijl een lerarenkorps een weerspiegeling van de samenleving hoort te zijn. "Er is niet één oplossing die het beroep van leraar opnieuw aantrekkelijker zal maken. Een geheel van maatregelen is nodig, waarbij alle onderwijspartners hun verantwoordelijkheid opnemen en vertrouwen schenken aan het schoolteam. Controle is goed, vertrouwen is beter", besluit Boeve. Ook Raymonda Verdyck, af­gevaardigd bestuurder van het GO!-onderwijs, vindt dat er nu het momentum is om naar de invulling van de rol en de taken van leerkrachten te kijken. "Tijdens de eerste coronapiek is het iedereen opgevallen hoe flexibel en wendbaar scholen zijn, leraren hebben van de ene dag op de andere hun werking moeten omgooien", aldus Verdyck. "Laat ons nu de positieve neveneffecten van de crisis aanwenden en met een andere bril naar het lerarenberoep kijken. Laat ons flexibiliteit inbouwen in de rol van leerkracht en variatie doorheen de loopbaan. We moeten de loopbaan attractief maken en jongeren motiveren om voor die loopbaan te kiezen. Want het is een prachtige job en we hebben er veel nodig." (Belga)

Leraren nemen een unieke rol op binnen het onderwijs en de samenleving, stelt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Toch staat het beroep onder druk. Met de maatregelen wil hij "het beroep werkbaarder maken, een groter publiek aanspreken en de maatschappelijke status teruggeven die het verdient". Zo moeten volgens Katholiek Onderwijs Vlaanderen leraren meer zekerheid en perspectief krijgen. Met een startersjaar zouden pas afgestudeerde leerkrachten een jaar zeker zijn van een gegarandeerde en stabiele job. Op school zouden ze minder lesuren kunnen krijgen, meer tijd voor voorbereiding en overleg, en grondige begeleiding. "Op die manier verzekeren we een meer geleidelijke overgang van opleiding naar werk", aldus Boeve. Verder zou ook meer aandacht moeten gaan naar de talenten en interesses van een leraar. Dat kan door voldoende te variëren in de les- en schoolopdrachten. Een leerkracht kan ook verschillende rollen binnen de school opnemen, bijvoorbeeld als vak- of graadcoördinator of beleidsondersteuner. Daarvoor moet hij of zij kunnen rekenen op voldoende ruimte en middelen voor professionalisering en bijscholing, klinkt het. Wie op het einde van zijn loopbaan is gekomen, verdient werkbaar werk. "In plaats van prestaties te meten met lesuren, kiezen we voor een jaaropdracht die ruimte biedt voor variatie, vrijheid, en een evenwichtige verdeling van de opdrachten", klinkt het. Daarnaast moet ook iedereen die in het onderwijs wil, er een geschikte rol kunnen vinden. Zo moeten graduaten aan de slag kunnen als onderwijsassistenten om de leraar te ondersteunen, of moeten masters kunnen werken aan het kwaliteitsbeleid op de basisschool. Voorts moeten er drempelverlagende programma's komen voor jongeren in kansarmoede of een migratieachtergrond, zodat er meer talenten in het onderwijs terecht komen. Momenteel heeft slechts 1 op de 20 leraren een migratieachtergrond, terwijl een lerarenkorps een weerspiegeling van de samenleving hoort te zijn. "Er is niet één oplossing die het beroep van leraar opnieuw aantrekkelijker zal maken. Een geheel van maatregelen is nodig, waarbij alle onderwijspartners hun verantwoordelijkheid opnemen en vertrouwen schenken aan het schoolteam. Controle is goed, vertrouwen is beter", besluit Boeve. Ook Raymonda Verdyck, af­gevaardigd bestuurder van het GO!-onderwijs, vindt dat er nu het momentum is om naar de invulling van de rol en de taken van leerkrachten te kijken. "Tijdens de eerste coronapiek is het iedereen opgevallen hoe flexibel en wendbaar scholen zijn, leraren hebben van de ene dag op de andere hun werking moeten omgooien", aldus Verdyck. "Laat ons nu de positieve neveneffecten van de crisis aanwenden en met een andere bril naar het lerarenberoep kijken. Laat ons flexibiliteit inbouwen in de rol van leerkracht en variatie doorheen de loopbaan. We moeten de loopbaan attractief maken en jongeren motiveren om voor die loopbaan te kiezen. Want het is een prachtige job en we hebben er veel nodig." (Belga)