De Gucht kreeg van de fiscus een belastingsverhoging van 50 procent opgelegd, maar de rechtbank beperkt die tot 10 procent omdat er geen opzet was om belastingen te ontduiken.

De Gucht realiseerde in 2005 een winst van 1,2 miljoen euro met het verkopen van aandelen van een zinkbedrijf, en het is op die transactie dat de fiscus een bedrag van 976.282,71 euro als bijkomend belastbaar inkomen aankondigde.

De fiscale kamer van de Gentse rechtbank van eerste aanleg gaf De Gucht en Schreurs in februari echter gelijk. De rechtbank vernietigde de bijkomende belastingaanslag, inmiddels opgelopen tot ongeveer anderhalf miljoen euro, omdat die gestoeld was op 'onrechtmatige vragen' van de fiscus. De Belgische Staat ging in beroep, waardoor het Gentse hof van beroep zal moeten beslissen of De Gucht en Schreurs het bedrag al dan niet moeten betalen.

De tweede fiscale zaak draait om recentere belastingaangiftes van De Gucht en Schreurs, waarbij ze verliezen van hun Italiaanse landbouwbedrijf afgetrokken hadden van hun Belgische belastingen. De BBI verwerpt dat, omdat het gaat om verliezen van een Italiaans bedrijf die in België niet gebruikt zouden kunnen worden.

De advocaten van De Gucht steunen zich echter op de argumentatie van de BBI in de eerste zaak, waarbij de Italiaanse firma wel aan De Gucht toegeschreven wordt.

De Gucht kreeg van de fiscus een belastingsverhoging van 50 procent opgelegd, maar de rechtbank beperkt die tot 10 procent omdat er geen opzet was om belastingen te ontduiken.De Gucht realiseerde in 2005 een winst van 1,2 miljoen euro met het verkopen van aandelen van een zinkbedrijf, en het is op die transactie dat de fiscus een bedrag van 976.282,71 euro als bijkomend belastbaar inkomen aankondigde. De fiscale kamer van de Gentse rechtbank van eerste aanleg gaf De Gucht en Schreurs in februari echter gelijk. De rechtbank vernietigde de bijkomende belastingaanslag, inmiddels opgelopen tot ongeveer anderhalf miljoen euro, omdat die gestoeld was op 'onrechtmatige vragen' van de fiscus. De Belgische Staat ging in beroep, waardoor het Gentse hof van beroep zal moeten beslissen of De Gucht en Schreurs het bedrag al dan niet moeten betalen. De tweede fiscale zaak draait om recentere belastingaangiftes van De Gucht en Schreurs, waarbij ze verliezen van hun Italiaanse landbouwbedrijf afgetrokken hadden van hun Belgische belastingen. De BBI verwerpt dat, omdat het gaat om verliezen van een Italiaans bedrijf die in België niet gebruikt zouden kunnen worden. De advocaten van De Gucht steunen zich echter op de argumentatie van de BBI in de eerste zaak, waarbij de Italiaanse firma wel aan De Gucht toegeschreven wordt.