Sinds de jaren tachtig wordt het pensioen voor zelfstandigen berekend op basis van 69 procent van het beroepsinkomen. Die correctiecoëfficiënt werd ingevoerd om rekening te houden met de lagere bijdrage van zelfstandigen aan de sociale zekerheid in vergelijking met werknemers. Omdat de sociale bijdragen intussen ongeveer gelijk getrokken zijn, besliste de regering om komaf te maken met de berekeningswijze. De Kamercommissie Sociale Zaken heeft een wetsontwerp van minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) in die zin vandaag goedgekeurd. Concreet wordt vanaf loopbaanjaar 2021 100 procent van het inkomen van zelfstandigen in rekening gebracht voor het rustpensioen, het overlevingspensioen en de overgangsuitkeringen die ingaan vanaf 1 januari 2022. Op een volledige loopbaan kan dat enkele honderden euro's per maand extra betekenen, legt Clarinval uit. "De verbetering van zelfstandigen is een van mijn belangrijkste projecten", zegt hij. "Ik ben blij dat dit wetsontwerp vandaag in commissie werd goedgekeurd. Het maakt een einde aan de ongelijke behandeling van zelfstandige werkers en werknemers in loondienst." Het wetsontwerp verhoogt daarnaast ook nog het maximumbedrag aan inkomsten dat in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van het zelfstandigenpensioen met 2,38 procent. Dat zal ook in de volgende jaren van de legislatuur gebeuren tot het plafond in 2024 9,86 procent hoger ligt dan vandaag. Die stijging komt bovenop de index. Open Vld-fractieleidster Maggie De Block reageert tevreden. "We hebben de afgelopen jaren een lange weg afgelegd in onze strijd om het pensioen voor zelfstandigen te verbeteren", zegt ze. "De afschaffing van de correctiecoëfficiënt zorgt voor meer evenwicht: wie bijdraagt, moet daar ook bij zijn pensioen de vruchten van plukken", zegt ze. Ook Vooruit-Kamerlid Anja Vanrobaeys is opgetogen. "Met deze verhoging zorgen we ervoor dat iedereen een betere basis heeft waarop zijn of haar pensioen wordt berekend (..) Want dat is iets wat we met deze regering willen doen: wie zijn leven lang werkt, moet daar iets voor terugkrijgen en dat is voor ons een goed en zorgeloos pensioen." Het wetsontwerp verhuist nu naar de plenaire vergadering. (Belga)

Sinds de jaren tachtig wordt het pensioen voor zelfstandigen berekend op basis van 69 procent van het beroepsinkomen. Die correctiecoëfficiënt werd ingevoerd om rekening te houden met de lagere bijdrage van zelfstandigen aan de sociale zekerheid in vergelijking met werknemers. Omdat de sociale bijdragen intussen ongeveer gelijk getrokken zijn, besliste de regering om komaf te maken met de berekeningswijze. De Kamercommissie Sociale Zaken heeft een wetsontwerp van minister van Zelfstandigen David Clarinval (MR) in die zin vandaag goedgekeurd. Concreet wordt vanaf loopbaanjaar 2021 100 procent van het inkomen van zelfstandigen in rekening gebracht voor het rustpensioen, het overlevingspensioen en de overgangsuitkeringen die ingaan vanaf 1 januari 2022. Op een volledige loopbaan kan dat enkele honderden euro's per maand extra betekenen, legt Clarinval uit. "De verbetering van zelfstandigen is een van mijn belangrijkste projecten", zegt hij. "Ik ben blij dat dit wetsontwerp vandaag in commissie werd goedgekeurd. Het maakt een einde aan de ongelijke behandeling van zelfstandige werkers en werknemers in loondienst." Het wetsontwerp verhoogt daarnaast ook nog het maximumbedrag aan inkomsten dat in aanmerking kan worden genomen voor de berekening van het zelfstandigenpensioen met 2,38 procent. Dat zal ook in de volgende jaren van de legislatuur gebeuren tot het plafond in 2024 9,86 procent hoger ligt dan vandaag. Die stijging komt bovenop de index. Open Vld-fractieleidster Maggie De Block reageert tevreden. "We hebben de afgelopen jaren een lange weg afgelegd in onze strijd om het pensioen voor zelfstandigen te verbeteren", zegt ze. "De afschaffing van de correctiecoëfficiënt zorgt voor meer evenwicht: wie bijdraagt, moet daar ook bij zijn pensioen de vruchten van plukken", zegt ze. Ook Vooruit-Kamerlid Anja Vanrobaeys is opgetogen. "Met deze verhoging zorgen we ervoor dat iedereen een betere basis heeft waarop zijn of haar pensioen wordt berekend (..) Want dat is iets wat we met deze regering willen doen: wie zijn leven lang werkt, moet daar iets voor terugkrijgen en dat is voor ons een goed en zorgeloos pensioen." Het wetsontwerp verhuist nu naar de plenaire vergadering. (Belga)