Het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, de pandemiewet in de volksmond, stond vandaag al voor de vierde keer op de agenda van de commissie Binnenlandse Zaken in de Kamer. De tekst werd al een eerste keer volledig besproken en ook over de artikels is al gestemd, maar oppositiepartijen PVDA en N-VA vroegen twee weken geleden een tweede lezing. Omdat de Vlaams-nationalisten daarnaast ook een wetgevingstechnische nota van de diensten van de Kamer en een goedkeuring van het verslag van de eerdere werkzaamheden vroegen, ging er wat tijd over vooraleer de definitieve stemming kon plaatsvinden. Hoewel de meerderheid het wetsontwerp vandaag nog bijwerkte met enkele - voornamelijk technische - amendementen op basis van de juridische nota van de Kamer en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) het ontwerp eerder ook al aanpaste aan onder meer het advies van de Raad van State, vindt de oppositie de pandemiewet nog altijd te verregaand. N-VA-fractieleider Peter De Roover, Vlaams Belang-fractieleidster Barbara Pas en Kamerleden Nabil Boukili (PVDA) en Vanessa Matz (cdH) herhaalden maandag opnieuw hun kritiek op de tekst. Het gaat dan onder meer over de definitie van de epidemische noodsituatie, die te breed zou gaan, en over het feit dat het parlement grotendeels buitenspel wordt gezet van zodra het halfrond het koninklijk besluit dat de epidemische noodsituatie uitroept, bekrachtigt. N-VA, Vlaams Belang en PVDA stemden vandaag dan ook tegen de tekst. Het voorontwerp van de pandemiewet liep eerder al een volledig traject in de Kamer, met een twintigtal hoorzittingen en een plenair debat. De tekst werd daarop aangepast aan de opmerkingen van het parlement en het advies van de Raad van State. Ter herinnering: de pandemiewet moet voor een aanvullende rechtsgrond zorgen om verregaande maatregelen te kunnen nemen in gezondheidscrisissen. Dat gebeurt door de afkondiging van een epidemiologische noodsituatie via een koninklijk besluit, waarna de regering een resem maatregelen kan nemen om de pandemie de kop in te drukken. In het wetsontwerp krijgt het parlement vijftien dagen de tijd om dat KB te bekrachtigen, in plaats van de twee à vijf dagen die eerst werden voorzien. Dat moet een grondiger debat mogelijk maken. Daarnaast worden de maatregelen - tenzij ze "geen enkel uitstel dulden" - genomen via een KB, waardoor de voltallige regering verantwoordelijk wordt. In de eerste versie van de pandemiewet was de handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken voldoende. Tot slot werd de passage rond gegevensbescherming geschrapt om te bekijken of die in een apart wettelijk kader moet worden gegoten, en zijn er nieuwe sancties voorzien, om de strafmaat beter af te kunnen stemmen op de ernst en de aard van de inbreuken. Nu de pandemiewet gestemd is in de Commissie, kan ze naar de plenaire vergadering. Sinds de Brusselse rechtbank van eerste aanleg de huidige wettelijke basis van de coronamaatregelen eind maart ongeldig verklaarde, is daar haast bij. De regering ging in bereoep tegen dat vonnis en die zaak zou morgen verder worden behandeld. (Belga)

Het wetsontwerp betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie, de pandemiewet in de volksmond, stond vandaag al voor de vierde keer op de agenda van de commissie Binnenlandse Zaken in de Kamer. De tekst werd al een eerste keer volledig besproken en ook over de artikels is al gestemd, maar oppositiepartijen PVDA en N-VA vroegen twee weken geleden een tweede lezing. Omdat de Vlaams-nationalisten daarnaast ook een wetgevingstechnische nota van de diensten van de Kamer en een goedkeuring van het verslag van de eerdere werkzaamheden vroegen, ging er wat tijd over vooraleer de definitieve stemming kon plaatsvinden. Hoewel de meerderheid het wetsontwerp vandaag nog bijwerkte met enkele - voornamelijk technische - amendementen op basis van de juridische nota van de Kamer en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) het ontwerp eerder ook al aanpaste aan onder meer het advies van de Raad van State, vindt de oppositie de pandemiewet nog altijd te verregaand. N-VA-fractieleider Peter De Roover, Vlaams Belang-fractieleidster Barbara Pas en Kamerleden Nabil Boukili (PVDA) en Vanessa Matz (cdH) herhaalden maandag opnieuw hun kritiek op de tekst. Het gaat dan onder meer over de definitie van de epidemische noodsituatie, die te breed zou gaan, en over het feit dat het parlement grotendeels buitenspel wordt gezet van zodra het halfrond het koninklijk besluit dat de epidemische noodsituatie uitroept, bekrachtigt. N-VA, Vlaams Belang en PVDA stemden vandaag dan ook tegen de tekst. Het voorontwerp van de pandemiewet liep eerder al een volledig traject in de Kamer, met een twintigtal hoorzittingen en een plenair debat. De tekst werd daarop aangepast aan de opmerkingen van het parlement en het advies van de Raad van State. Ter herinnering: de pandemiewet moet voor een aanvullende rechtsgrond zorgen om verregaande maatregelen te kunnen nemen in gezondheidscrisissen. Dat gebeurt door de afkondiging van een epidemiologische noodsituatie via een koninklijk besluit, waarna de regering een resem maatregelen kan nemen om de pandemie de kop in te drukken. In het wetsontwerp krijgt het parlement vijftien dagen de tijd om dat KB te bekrachtigen, in plaats van de twee à vijf dagen die eerst werden voorzien. Dat moet een grondiger debat mogelijk maken. Daarnaast worden de maatregelen - tenzij ze "geen enkel uitstel dulden" - genomen via een KB, waardoor de voltallige regering verantwoordelijk wordt. In de eerste versie van de pandemiewet was de handtekening van de minister van Binnenlandse Zaken voldoende. Tot slot werd de passage rond gegevensbescherming geschrapt om te bekijken of die in een apart wettelijk kader moet worden gegoten, en zijn er nieuwe sancties voorzien, om de strafmaat beter af te kunnen stemmen op de ernst en de aard van de inbreuken. Nu de pandemiewet gestemd is in de Commissie, kan ze naar de plenaire vergadering. Sinds de Brusselse rechtbank van eerste aanleg de huidige wettelijke basis van de coronamaatregelen eind maart ongeldig verklaarde, is daar haast bij. De regering ging in bereoep tegen dat vonnis en die zaak zou morgen verder worden behandeld. (Belga)