Dexia kreeg voor het eerst staatssteun naar aanleiding van de financiële crisis van 2008. Frankrijk, Luxemburg en België stonden samen garant voor een som van 150 miljard euro, waarvan ons land 60,5 procent voor zijn rekening nam. De garantieregeling was nodig om de totale implosie van het financieel systeem te vermijden. In 2011 volgde een tweede schokgolf en moesten de drie landen opnieuw ingrijpen. De Belgische overheid kocht Dexia Bank België, dat nu Belfius heet, en pompte samen met Luxemburg en Frankrijk nog eens 45 miljard in een bijkomende staatswaarborg voor de restbank of 'bad bank', waarvan de limiet in 2012 werd opgetrokken tot 55 miljard. Eind 2012 volgde een herkapitalisering met 5,5 miljard euro. Begin 2013 werd de waarborg vervangen door een nieuwe waarborg van 85 miljard euro. Die dekt de schulduitgifte van de restbank echter maar tot eind dit jaar. Omdat de liquidatie van de bank nog niet is afgerond, moest de waarborg verlengd worden: de toelating van de Europese Commissie voor dat soort staatssteun geldt immers maar maximaal tien jaar. Concreet wordt de staatsgarantie verlengd met een nieuwe periode van tien jaar. Het plafond wordt wel verlaagd naar 75 miljard euro. Het grootste risico is voor België, dat daar 53 procent van voor zijn rekening neemt, goed voor 39,75 miljard euro. Parijs neemt de overige 47 procent op zich. Luxemburg neemt vanaf volgend jaar niet meer deel aan het schema, omdat Dexia er sinds de verkoop van haar Luxemburgse dochteronderneming geen activiteiten meer heeft. De nieuwe waarborgregeling kreeg in september 2019 al groen licht van de Europese Commissie. De plenaire vergadering van de Kamer zette het licht donderdagavond op groen, met 81 stemmen voor, 12 stemmen tegen en 46 onthoudingen. Ook het Franse parlement moet zich nog uitspreken. (Belga)

Dexia kreeg voor het eerst staatssteun naar aanleiding van de financiële crisis van 2008. Frankrijk, Luxemburg en België stonden samen garant voor een som van 150 miljard euro, waarvan ons land 60,5 procent voor zijn rekening nam. De garantieregeling was nodig om de totale implosie van het financieel systeem te vermijden. In 2011 volgde een tweede schokgolf en moesten de drie landen opnieuw ingrijpen. De Belgische overheid kocht Dexia Bank België, dat nu Belfius heet, en pompte samen met Luxemburg en Frankrijk nog eens 45 miljard in een bijkomende staatswaarborg voor de restbank of 'bad bank', waarvan de limiet in 2012 werd opgetrokken tot 55 miljard. Eind 2012 volgde een herkapitalisering met 5,5 miljard euro. Begin 2013 werd de waarborg vervangen door een nieuwe waarborg van 85 miljard euro. Die dekt de schulduitgifte van de restbank echter maar tot eind dit jaar. Omdat de liquidatie van de bank nog niet is afgerond, moest de waarborg verlengd worden: de toelating van de Europese Commissie voor dat soort staatssteun geldt immers maar maximaal tien jaar. Concreet wordt de staatsgarantie verlengd met een nieuwe periode van tien jaar. Het plafond wordt wel verlaagd naar 75 miljard euro. Het grootste risico is voor België, dat daar 53 procent van voor zijn rekening neemt, goed voor 39,75 miljard euro. Parijs neemt de overige 47 procent op zich. Luxemburg neemt vanaf volgend jaar niet meer deel aan het schema, omdat Dexia er sinds de verkoop van haar Luxemburgse dochteronderneming geen activiteiten meer heeft. De nieuwe waarborgregeling kreeg in september 2019 al groen licht van de Europese Commissie. De plenaire vergadering van de Kamer zette het licht donderdagavond op groen, met 81 stemmen voor, 12 stemmen tegen en 46 onthoudingen. Ook het Franse parlement moet zich nog uitspreken. (Belga)