De federale regering bereikte afgelopen voorjaar een akkoord om het bedrijfswagenpark sneller te vergroenen. Dat doet ze door het fiscale voordeel op bedrijfswagens op fossiele brandstof vanaf 1 januari 2026 te schrappen. In de jaren daarvoor wordt de fiscale aftrek al beperkt. Er geldt een zogenaamde infasering vanaf 1 juli 2023, maar die is fiscaal pas van toepassing vanaf 1 januari 2025. Emissievrije bedrijfswagens die voor 1 januari 2027 zijn aangekocht, geleased of gehuurd blijven volledig fiscaal aftrekbaar, voor CO2-vrije bedrijfswagens die daarna nog worden aangeschaft wordt de fiscale aftrekbaarheid geleidelijk aan beperkt, tot 67,5 procent in 2031. Het ontwerp kreeg al tweemaal groen licht in de bevoegde Kamercommissie en een deel van het debat werd vanavond in plenaire nog eens dunnetjes overgedaan. De oppositiepartijen steunen de tekst niet. Zo vindt Joy Donné (N-VA) dat er te weinig aandacht is voor de transitie en de mensen die niet kunnen kiezen voor een elektrische wagen. Daarbij werd hij al gauw geconfronteerd met de beslissing van de Vlaamse regering - met N-VA aan boord - dat vanaf 2029 enkel nog elektronische wagens nieuw kunnen worden aangekocht. Minister Van Peteghem verklaarde eerder al dat de vergroening budgetneutraal kan gebeuren, omdat de kosten onder meer gedekt worden door geld uit het Europees herstelfonds en door de hogere accijns op professionele diesel die de regering wil invoeren. In 2026 komt er in elk geval een evaluatie. Samen met de vergroening komt er ook een versoepeling van het mobiliteitsbudget.Twee jaar na de lancering maakt amper 0,15 procent van de werknemers met een salariswagen gebruik van het mobiliteitsbudget om over te stappen naar een meer ecologische vervoersoplossing. Om dat aantal op te trekken komt er een verruiming van de 'duurzame modi' die met het mobiliteitsbudget kunnen worden gefinancierd. Zo zouden die binnenkort ook de parkeerkosten omvatten voor werknemers die eerst de auto nemen om naar het treinstation of de bushalte te rijden. Er wordt ook een voetgangerspremie toegevoegd aan de lijst. Daarnaast maakt de Kamer komaf met de wachttijd. Nu moeten werkgevers eerst minstens één salariswagen voorzien voor minimum 36 maanden vooraleer ze het mobiliteitsbudget kunnen invoeren. Die wachttermijn wordt nu geschrapt. Tot slot wordt de straal waarbinnen werknemers hun huisvestingskosten kunnen inbrengen in het mobiliteitsbudget vergroot. Nu kan iedereen die binnen de vijf kilometer van zijn of haar werkplek woont daar gebruik van maken. Dat wordt nu tien kilometer. (Belga)

De federale regering bereikte afgelopen voorjaar een akkoord om het bedrijfswagenpark sneller te vergroenen. Dat doet ze door het fiscale voordeel op bedrijfswagens op fossiele brandstof vanaf 1 januari 2026 te schrappen. In de jaren daarvoor wordt de fiscale aftrek al beperkt. Er geldt een zogenaamde infasering vanaf 1 juli 2023, maar die is fiscaal pas van toepassing vanaf 1 januari 2025. Emissievrije bedrijfswagens die voor 1 januari 2027 zijn aangekocht, geleased of gehuurd blijven volledig fiscaal aftrekbaar, voor CO2-vrije bedrijfswagens die daarna nog worden aangeschaft wordt de fiscale aftrekbaarheid geleidelijk aan beperkt, tot 67,5 procent in 2031. Het ontwerp kreeg al tweemaal groen licht in de bevoegde Kamercommissie en een deel van het debat werd vanavond in plenaire nog eens dunnetjes overgedaan. De oppositiepartijen steunen de tekst niet. Zo vindt Joy Donné (N-VA) dat er te weinig aandacht is voor de transitie en de mensen die niet kunnen kiezen voor een elektrische wagen. Daarbij werd hij al gauw geconfronteerd met de beslissing van de Vlaamse regering - met N-VA aan boord - dat vanaf 2029 enkel nog elektronische wagens nieuw kunnen worden aangekocht. Minister Van Peteghem verklaarde eerder al dat de vergroening budgetneutraal kan gebeuren, omdat de kosten onder meer gedekt worden door geld uit het Europees herstelfonds en door de hogere accijns op professionele diesel die de regering wil invoeren. In 2026 komt er in elk geval een evaluatie. Samen met de vergroening komt er ook een versoepeling van het mobiliteitsbudget.Twee jaar na de lancering maakt amper 0,15 procent van de werknemers met een salariswagen gebruik van het mobiliteitsbudget om over te stappen naar een meer ecologische vervoersoplossing. Om dat aantal op te trekken komt er een verruiming van de 'duurzame modi' die met het mobiliteitsbudget kunnen worden gefinancierd. Zo zouden die binnenkort ook de parkeerkosten omvatten voor werknemers die eerst de auto nemen om naar het treinstation of de bushalte te rijden. Er wordt ook een voetgangerspremie toegevoegd aan de lijst. Daarnaast maakt de Kamer komaf met de wachttijd. Nu moeten werkgevers eerst minstens één salariswagen voorzien voor minimum 36 maanden vooraleer ze het mobiliteitsbudget kunnen invoeren. Die wachttermijn wordt nu geschrapt. Tot slot wordt de straal waarbinnen werknemers hun huisvestingskosten kunnen inbrengen in het mobiliteitsbudget vergroot. Nu kan iedereen die binnen de vijf kilometer van zijn of haar werkplek woont daar gebruik van maken. Dat wordt nu tien kilometer. (Belga)