De onderzoekscommissie gaat na of er ongeoorloofde inmenging vanuit Frankrijk is geweest bij de totstandkoming van de wet op de verruimde minnelijke schikking begin 2011. Die mogelijke inmenging vanuit het Elysée zou volgens media-onthullingen zijn gebeurd om een deal met Kazachstan te smeden. Minister van Staat De Decker zou daarvoor lobbywerk hebben verricht, samen met advocate Catherine Degoul, wat De Decker tot op heden ontkent.

In een schrijven dat de voorbije maanden is opgedoken, stelde de Franse cabinetard Jean-François Etienne des Rosaies dat De Decker (MR) met succes de toenmalige ministers van Financiën, Justitie en Buitenlandse Zaken had gesensibiliseerd om spoed te zetten achter de goedkeuring van de afkoopwet. Ook is sprake van een brief van Degoul waarin ze klaagt over het achterblijven van de betaling van haar ereloon in het dossier. Die werd naar verluidt in kopie ook naar minister Reynders gestuurd.

'Ik heb me nooit beziggehouden met het bankgeheim, de verruimde minnelijke schikking of Kazachgate', verklaarde Fontinoy woensdag in de onderzoekscommissie. Hij zei advocate Degoul niet te kennen en gaf aan nooit met De Decker over het dossier te hebben gepraat, net als Henin overigens. Henin preciseerde ook nooit signalen te hebben opgevangen vanuit Justitie over een contact met De Decker.

Met des Rosaies heeft Fontinoy naar eigen zeggen een eerste keer contact gehad in oktober 2013, met de vraag van de Fransman om zakenman Georges Forrest een adellijke titel te verlenen en over de adellijke erkenning van de Orde van Malta. Die Orde kwam ook al ter sprake in het dossier. 'Ik heb goede contacten met de Orde, maar ben er geen lid van', aldus Fontinoy. Maandag komen vertegenwoordigers van de organisatie naar de onderzoekscommissie.

De onderzoekscommissie gaat na of er ongeoorloofde inmenging vanuit Frankrijk is geweest bij de totstandkoming van de wet op de verruimde minnelijke schikking begin 2011. Die mogelijke inmenging vanuit het Elysée zou volgens media-onthullingen zijn gebeurd om een deal met Kazachstan te smeden. Minister van Staat De Decker zou daarvoor lobbywerk hebben verricht, samen met advocate Catherine Degoul, wat De Decker tot op heden ontkent.In een schrijven dat de voorbije maanden is opgedoken, stelde de Franse cabinetard Jean-François Etienne des Rosaies dat De Decker (MR) met succes de toenmalige ministers van Financiën, Justitie en Buitenlandse Zaken had gesensibiliseerd om spoed te zetten achter de goedkeuring van de afkoopwet. Ook is sprake van een brief van Degoul waarin ze klaagt over het achterblijven van de betaling van haar ereloon in het dossier. Die werd naar verluidt in kopie ook naar minister Reynders gestuurd.'Ik heb me nooit beziggehouden met het bankgeheim, de verruimde minnelijke schikking of Kazachgate', verklaarde Fontinoy woensdag in de onderzoekscommissie. Hij zei advocate Degoul niet te kennen en gaf aan nooit met De Decker over het dossier te hebben gepraat, net als Henin overigens. Henin preciseerde ook nooit signalen te hebben opgevangen vanuit Justitie over een contact met De Decker.Met des Rosaies heeft Fontinoy naar eigen zeggen een eerste keer contact gehad in oktober 2013, met de vraag van de Fransman om zakenman Georges Forrest een adellijke titel te verlenen en over de adellijke erkenning van de Orde van Malta. Die Orde kwam ook al ter sprake in het dossier. 'Ik heb goede contacten met de Orde, maar ben er geen lid van', aldus Fontinoy. Maandag komen vertegenwoordigers van de organisatie naar de onderzoekscommissie.