Wordt de moordenaar van Sally na 26 jaar alsnog gevonden? Het onderzoek van de laatste kans

© Bas Bogaerts

26 jaar na de onopgeloste moord op Sally Van Hecke (20) is het dossier verhuisd van Antwerpen naar Turnhout. De nabestaanden zijn na hun jarenlange strijd voor gerechtigheid sceptisch over een doorbraak. ‘Ik wil gerechtigheid voor mijn dochter voor ik sterf.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Aan mijn ‘ongekende moordenaar’: herinner je je nog 10 augustus 1996? Een zaterdagochtend, de laatste dag van mijn leven. Ik was toen 20 jaar en mama van een dochtertje. Dat is vandaag 26 jaar geleden.

Het is de aanhef van een open brief die Lydia De Decker twee maanden geleden postte op de Facebookpagina van haar vermoorde dochter, Sally Van Hecke. De aanhalingstekens vallen op: ‘ongekende moordenaar’. De intussen 71-jarige Lydia is er rotsvast van overtuigd dat ze weet wie de dader is. Een man die minstens twee andere moorden pleegde. Die in 1996 sprekend leek op de robotfoto die kort na de moord op Sally op basis van twee getuigenissen werd gemaakt. En die in 1999 genoemd werd als mogelijke verdachte, maar toen niet werd ondervraagd.

26 jaar na de moord is er een sprankeltje hoop dat er alsnog een doorbraak komt. De zaak zit niet meer bij het speurdersteam in Antwerpen, maar bij dat van Turnhout. Om de zaak te herbekijken met een ‘frisse blik’. Het is zowat de laatste kans om de moord op te lossen. De verjaring nadert.

Ik werd een drugskind genoemd. Of de dochter van een hoer. Ik werd door de meeste van mijn klasgenoten buitengesloten.

Naomi Van Hecke, dochter van Sally

‘We leven tussen hoop en vrees’, zegt De Decker in haar appartement op het Antwerpse Kiel. ‘Enerzijds zijn we blij dat er eindelijk iets ondernomen wordt. Anderzijds kan niemand het ons kwalijk nemen dat we na 26 jaar niet al te veel vertrouwen meer hebben in politie en gerecht.’

‘We’, dat is ook Sally’s dochter Naomi. Ze was drie toen ze haar moeder voor het laatst in leven zag. Nu is ze zelf moeder van een dochtertje van drie. Het appartement ligt bezaaid met knutselwerkjes en tekeningen van de kleine Xiara. Vanaf een foto kijkt oma Sally lachend toe.

Aan mijn ‘ongekende moordenaar’:

je hebt me de kans ontnomen om mijn kleinkind te leren kennen en leuke

dingen met haar te doen.

Dood op Linkeroever

Sally was een doodnormale tiener, vertelt haar moeder Lydia. ‘Lachen, zwanzen, een echte durfal ook. Een grote mond en een klein hartje. Op een dag was er geld verdwenen uit mijn portemonnee. Sally bekende dat ze het geld aan de moeder van een vriendinnetje had gegeven, omdat ze financiële problemen had en de huur niet kon betalen. Ik ben naar die moeder gestapt, omdat ik dacht dat mijn dochter mij iets had wijsgemaakt. Maar het bleek te kloppen. “Ik zal u zo snel mogelijk terugbetalen”, zei de vrouw. Ik antwoordde: “Dat is niet nodig, ik ben blij dat mijn dochter niet gelogen heeft en u wilde helpen.”’

Maar durfal Sally leerde foute vrienden kennen. Ze brachten haar in contact met drugs en Sally raakte verslaafd aan heroïne. Om haar verslaving te betalen tippelde ze af en toe. Enkele keren probeerde ze af te kicken, ook al omdat ze op haar zeventiende moeder was geworden van een dochtertje, Naomi. Toen ze in een instelling in Beernem zat, schreef ze een brief aan haar moeder: ‘Ik moet van dat spul af, ik wil zelf voor Naomi kunnen zorgen.’ Maar steevast herviel ze.

Begin augustus 1996 zag Naomi haar moeder voor het laatst. Ze ging met haar grootmoeder Lydia enkele weken op vakantie naar Schotland. ‘Zorg goed voor Naomi,’ zei Sally bij het afscheid tegen haar moeder, ‘want ze is alles wat ik heb.’

Enkele dagen later werd het lichaam van Sally Van Hecke aangetroffen in het riet op de Antwerpse Linkeroever.

Aan mijn ‘ongekende moordenaar’: ik zat in een moeilijke periode in mijn leven. Waar je gretig gebruik van hebt gemaakt om me mee te nemen in je wagen naar Linkeroever, om me daar het hoofd in te slaan op een manier dat mijn dochter, ouders en zus zelfs geen afscheid hebben kunnen nemen.

Blauwe oldtimer

‘Ze was zo zwaar verminkt dat ons werd afgeraden om haar nog te zien’, zegt De Decker. Sally werd officieel geïdentificeerd aan de hand van haar tatoeages.

© Bas Bogaerts

Getuigen meldden dat ze Sally op de avond van haar dood in een opvallende Amerikaanse blauwe oldtimer zagen stappen, bij een man met een paardenstaart. Er werd een gedetailleerde robotfoto gemaakt. Maar de familie had al snel de indruk dat Sally’s dossier niet meteen prioriteit kreeg. In de media verschenen vette koppen met vermelding van het woord ‘heroïnehoertje’. Ook sommige politieagenten spraken volgens de familie in denigrerende bewoordingen over het slachtoffer.

‘Ze wilden er gewoon geen tijd en moeite in steken’, zegt de intussen 29-jarige Naomi Van Hecke. ‘Een getuige is bijvoorbeeld drie keer langs moeten gaan voordat ze haar verklaring wilden noteren.’

‘Een andere vrouw had een blauwe oldtimer zien staan en wilde dat melden bij de politie’, zegt Lydia De Decker. ‘Ze kreeg als antwoord: “Gaat dat weer over die hoer?”’

Dat vijf dagen na de vondst van Sally’s lichaam de zaak-Dutroux losbarstte, zal ook niet geholpen hebben. Plots ging alle aandacht naar de seriemoordenaar die An, Eefje, Julie en Mélissa had omgebracht. De moord op Sally verdween naar de achterste krantenpagina’s, in een verloren hoekje. Moeder Lydia probeerde de aandacht levendig te houden. Ze deed een oproep in het drukbekeken Nederlandse tv-programma Opsporing verzocht en liep in de jaren die volgden ook andere zenders af. Het was door een van die uitzendingen dat de toen achtjarige Naomi vernam dat haar moeder, die door een ‘stoute meneer’ gedood was, drugs gebruikte. Kort daarna werd ze het slachtoffer van pesterijen op school.

Naomi Van Hecke: ‘Ik werd een drugskind genoemd. Of de dochter van een hoer. Ik werd door de meeste van mijn klasgenoten buitengesloten. Ik heb daar jaren over gezwegen. Ik wilde mijn grootmoeder, die me opvoedde, niet nog meer verdriet bezorgen.’

Lydia De Decker: ‘De ironie is dat Sally als kind altijd opkwam voor gepeste klasgenootjes. Het is ongelooflijk hoe onmenselijk sommigen kunnen zijn. Drie maanden na Sally’s dood kreeg ik al te horen: waarom laat je het niet los? Alsof de moord op mijn dochter een simpel accidentje was.’

Undercover

Het onderzoek boekte intussen geen enkele vooruitgang. Tot er begin 1999 een huiszoeking plaatsvond in de woning van C.P. in Koewacht. De fabrieksarbeider werd ervan verdacht betrokken te zijn bij de verdwijning van de 29-jarige postbode Yolanda Prinsen. Hij was de laatste die met haar gezien was. Net zoals in 1995, toen hij de laatste was die in het gezelschap van Marie-José De Nocker (56) was opgemerkt; twee dagen later werd ze vermoord teruggevonden. Of in 1976, toen hij zijn dertienjarige schoonzusje Maddy Hollanders een lift gaf naar de fietsenmaker en het kind daarna verdween. Ze werd nooit teruggevonden.

Bij de huiszoeking werd een blauwe oldtimer aangetroffen. Hij was van de eigenaar van het terrein waarop C.P. in een caravan woonde, Sven Bergunde. De Zweed verbleef al een tijdje in de Verenigde Staten en C.P. had de toestemming om met zijn auto rond te rijden. De oldtimer deed bij commissaris Marie-Jeanne De Clerck van de gerechtelijke politie van Aalst een belletje rinkelen. Ze nam contact op met de Antwerpse speurders in de zaak-Van Hecke. Die concludeerden al snel dat C.P. vermoedelijk de dader niet was: noch de setting, noch de modus operandi stemde overeen. Vreemd, want C.P. woonde jaren op Linkeroever. Het is ook daar dat Maddy Hollanders verdween. En wat de modus operandi betreft: zowel De Nocker, Prinsen als Van Hecke was gruwelijk toegetakeld. Ze hadden ook alle drie hetzelfde profiel: een verslaving aan drugs of drank die ze via prostitutie probeerden te financieren.

Sally Van Hecke in 1996 met Naomi, haar dochtertje (3).
Sally Van Hecke in 1996 met Naomi, haar dochtertje (3). © BAS BOGAERTS

Maar belangrijker: C.P. leek als twee druppels water op de robotfoto. Er was zijn karakteristieke neus, maar ook zijn haar, dat hij in een paardenstaart droeg.

Journalist Kurt Wertelaers, die verslag deed over de huiszoeking bij C.P. in het kader van de zaak-Prinsen, had intussen ook de link gelegd tussen de oldtimer, de robotfoto en de moord op Van Hecke. Hij schreef een artikel waarin hij stelde dat de moordenaar van Sally Van Hecke en Yolanda Prinsen wellicht dezelfde persoon was. Opnieuw gebeurde er niets. Lydia De Decker: ‘De speurders kregen de dader aangeboden in een grote cadeauverpakking met een gouden strik errond, en ze hebben er niets mee gedaan.’

Het parket van Dendermonde zette intussen alles op alles om te bewijzen dat de fabrieksarbeider met de opvallende paardenstaart De Nocker en Prinsen – wier lichaam intussen was teruggevonden – had vermoord. Maar huiszoekingen, forensisch onderzoek en ondervragingen leverden niets op. C.P. noemde alle indirect bewijs ‘puur toeval’. De speurders in Dendermonde vreesden dat hij nieuwe slachtoffers zou maken. Hij moest gestopt worden. Er rijpte een niet-alledaags plan: een undercoveragent moest bevriend raken met C.P. en hem informatie ontfutselen.

Die agent huurde in 2001 onder de naam Gilbert Hoste een woning in Vrasene en begon C.P.’s stamkroeg te frequenteren. Na enkele weken raakten ze in gesprek. Stap voor stap won ‘Hoste’ het vertrouwen van de vermoedelijke seriemoordenaar. Na enkele maanden had hij beet. In een dronken bui vertelde C.P. dat er bij een vriendin bezwarend materiaal verstopt zat. Speurders vielen binnen bij die vriendin en vonden een video waarop een vrouw gruwelijk gemarteld werd. De letsels die ze daarbij opliep, waren identiek aan de verwondingen die op het lichaam van Marie-José De Nocker waren aangetroffen, stelde een wetsdokter vast. C.P. hing. Hij werd uiteindelijk tot twintig jaar cel veroordeeld voor de moorden op De Nocker en Prinsen.

De undercoveragent die hem achter de tralies kreeg, intussen gepensioneerd, woont al enige tijd in Spanje.

Aan de telefoon vertelt hij iets opmerkelijks over de moord op Sally Van Hecke: ‘Toen ik met de zaak-C.P. bezig was, zag ik hem geregeld rondrijden met een oldtimer. Dat deed me vaag denken aan een onopgeloste moord van een paar jaar daarvoor. Ik ben dat gaan opzoeken, en vond het dossier-Van Hecke. Er was sprake van een Amerikaanse oldtimer en een verdachte met cowboylaarzen. C.P. droeg die vaak, want hij was geobsedeerd door cowboys en indianen. Ik ben zelfs met hem naar zo’n nepranch geweest, waar hij cowboy ging spelen. En toen zag ik de robotfoto. Dat was C.P.! Honderd procent zeker.’

Volgens ‘Hoste’ heeft hij die info via de coördinator van zijn undercoveroperatie ook doorgespeeld aan de speurders, maar kreeg hij te horen dat de prioriteit bij de moorden op De Nocker en Prinsen lag. Daarna konden ook andere zaken bekeken worden, zei men hem. ‘Maar dat is dus nooit gebeurd. Vandaar dat ik jaren later besloot een boek te schrijven.’

Haar handtas, die naast haar lichaam gevonden werd, is verdwenen, net als het notitieboekje dat erin zat. Niemand van het gerecht weet waar ze naartoe zijn.

Lydia De Decker, moeder van Sally

Dat boek, Hoe ik de beste vriend van een seriemoordenaar werd, verscheen in 2017. Rond diezelfde tijd had ook Kurt Wertelaers zich weer in de zaak-Van Hecke vastgebeten. Hij had Bureau Van Meerbeeck opgericht, dat momenteel bestaat uit een twaalftal experts die cold cases onderzoeken. Wertelaers’ team slaagde erin om de blauwe oldtimer waarmee C.P. rondreed te lokaliseren. Hij was na de moorden verscheept naar Sven Bergunde in de VS. Die bevestigde aan Wertelaers ook dat C.P. er geregeld gebruik van maakte in 1996.

Schijnvertoning

Het boek van ‘Gilbert’ en het graafwerk van de intussen oud-journalist Wertelaers leidden ertoe dat de zaak-Van Hecke, die in 2005 gesloten was, werd heropend. ‘Maar dat was een schijnvertoning’, zegt ‘Hoste’ aan de telefoon. ‘De speurders die in 1996 het onderzoek hadden gevoerd, zaten nu weer aan de knoppen. Ik moest één keer op verhoor gaan. Ze waren totaal niet geïnteresseerd. Het was overduidelijk een verplicht nummertje. Na een kwartier stond ik weer buiten. Ik heb nooit meer iets van hen gehoord.’

‘Ze willen gewoon niet toegeven dat ze destijds fouten hebben gemaakt’, zegt Lydia De Decker.

Omdat de Antwerpse speurders de zaak niet opgelost kregen, ijverden Lydia en Naomi, daarin gesteund door Bureau Van Meerbeeck, jarenlang voor een verhuizing van het dossier. Dat is gelukt. Midden augustus raakte bekend dat speurders in Turnhout het dossier hebben overgenomen.

‘De tijd dringt’, zegt De Decker. ‘C.P. is al bezig met zijn vervroegde invrijheidsstelling. Op zijn proces bleef hij tot het laatst ontkennen dat hij De Nocker en Prinsen had vermoord. In de gevangenis bekende hij die moorden dan toch. Met maar één doel: vroeger vrijkomen. Schuldinzicht speelt daarbij namelijk een belangrijke rol.’

‘Maar veel vertrouwen in een goede afloop heb ik niet’, vervolgt Sally’s moeder. ‘Zo ben ik onlangs te weten gekomen dat haar handtas, die naast haar lichaam gevonden werd, verdwenen is, net als het notitieboekje dat erin zat. Niemand van het gerecht weet waar ze naartoe zijn. Met de nieuwe DNA-technieken, die nog niet zo lang geleden ervoor gezorgd hebben dat seriemoordenaar Stephaan Du Lion tegen de lamp liep voor moorden van twintig jaar geleden, hadden die handtas en dat boekje voor een doorbraak kunnen zorgen. Justitie in ons land is een lachertje. Maar ik wil de mensen van Turnhout een kans geven.’

Wertelaers is iets optimistischer. ‘Het is goed dat er nieuwe aandacht is voor de zaak. Ik kan de verhuizing van het dossier alleen maar toejuichen.’

‘Nieuwe inzichten’

In een korte schriftelijke reactie aan Knack laten het parket van Antwerpen en de onderzoeksrechter weten dat de huidige herziening van het dossier al ‘nieuwe inzichten en mogelijke pistes richting een mogelijke dader opleverde, die momenteel verder onderzocht worden. De bedoeling van dit meest recente onderzoek is om nieuwe mogelijke forensische pistes te koppelen aan de evolutie binnen de wetenschap. Een belangrijk element in dit onderzoek, aangezien de feiten van 1996 dateren’.

‘Hoe ouder ik word, hoe meer de moord op mijn dochter aan mij blijft plakken’, zegt De Decker. ‘Ik sta ermee op en ga ermee slapen. Ik wil gerechtigheid voor mijn dochter voor ik sterf. Ze was geen heroïnehoertje, zoals ze in de pers al te vaak genoemd werd. Ze was een mens. Een mens die op haar twintigste is afgeslacht. Ze verdient evenveel aandacht van het gerecht en de politie als de dochter van een advocaat of zakenman.’

In Antwerpse politiekringen zegt men nadrukkelijk dat alle slachtoffers evenveel aandacht krijgen en dat dus ook veel middelen en tijd in de zaak-Van Hecke zijn geïnvesteerd. ‘Dat wordt ook bewezen door de duur van het onderzoek naar deze moord. Maar er is een verschil tussen buikgevoel en harde bewijzen.’

Het Antwerpse parket en de onderzoeksrechter benadrukken dat zo’n 800 tips werden onderzocht. Ze zeggen ook dat er ‘vandaag nog altijd hard gewerkt wordt om tot een doorbraak te komen’. Waarna er meteen aan wordt toegevoegd: ‘De nieuwe pistes en complexe gegevens die als resultaat van de herziening naar boven zijn gekomen vergen uitgebreid en grondig onderzoek. Zo dienen er buitenlandse deskundigen te worden aangesteld en complexe DNA-analyses te worden uitgevoerd. Dit maakt van zo’n herziening een zeer arbeids- en tijdsintensief proces, dat maanden kan duren.’

‘Al 26 jaar vecht ik voor gerechtigheid’, zegt Lydia De Decker. ‘Het is het laatste wat ik voor Sally kan doen. Ik ben op een punt gekomen dat ik wellicht mijn appartementje moet verkopen om mijn advocaat te kunnen betalen.’ Ze stokt even, de tranen wellen op. ‘Maar als het moet, moet het.’

Aan mijn ‘ongekende moordenaar’: het is niet te laat om voor één keer iets goeds te doen in je leven, zodat mijn familie op een normale manier verder kan gaan met haar leven. Groetjes uit het hiernamaals.

Sally.

C.P. is intussen 74 en zit in de gevangenis van Beveren. Hij beweert Sally Van Hecke nooit ontmoet te hebben.

Betere DNA-technieken geven families hoop

Niemand weet hoeveel cold cases ons land telt. De overheid houdt er geen nationale cijfers van bij. Kurt Wertelaers van Bureau Van Meerbeeck, dat zich gespecialiseerd heeft in onopgeloste moorden en verdwijningen, schat het aantal op 1000, waarvan driekwart verdwijningen en een kwart moorden. Ter vergelijking: in Nederland gaat het om circa 1700 gevallen. Een zaak wordt een cold case als er geen onderzoekspistes meer bewandeld worden. Al kan het dossier altijd heropend worden na nieuwe tips of sporen. Dan wordt het een zogenaamde ‘old case’.

De meeste onopgeloste moorden in ons land dateren uit de jaren 1980 en 1990. ‘Dertig jaar geleden moesten we roeien met de riemen die we hadden’, zegt de gepensioneerde speurder Hugo Cillis, die de moord op de vijftienjarige Antwerpse Katrien De Cuyper in 1991 niet kon oplossen. ‘Nu hangt het land vol met camera’s en heeft iedereen een gsm die signalen stuurt. Maar toen wisten we alleen: hier is ze vertrokken en daar is ze gevonden. Alles daartussen was één groot vraagteken.’

Ook de DNA-technieken zijn de laatste jaren enorm verbeterd.

De technologische evolutie kan tot doorbraken in cold cases leiden. Dat werd in oktober 2019 bewezen door de zaak van seriemoordenaar Stephaan Du Lion. Via nieuw DNA van hem, dat werd verzameld na een inbraak, kon hij gekoppeld worden aan de moorden op Ariane Mazijn in 1992, Lutgarda Bogaerts in 1993, Maria Van den Reeck in 1994 en Eve Poppe in 1997. Vier cold cases waren in één klap opgelost.

Dat neemt niet weg dat er nog altijd heel wat oude moordzaken onopgelost blijven. De bekendste in ons land is de moord op 28 mensen door de Bende van Nijvel. De verjaring van die moorden, die plaatsvonden tussen 1982 en 1985, is al enkele keren opgeschoven. Recent maakte het federaal parket bekend dat het onderzoek eind dit jaar wordt stopgezet als er geen doorbraak komt.

Bij de onopgeloste moordzaken in ons land zitten ook veel minderjarigen. Zo verdwenen broer en zus Ken (8) en Kim Heyrman (11) op 4 januari 1994 in Antwerpen. Kims lichaam werd een maand later aangetroffen in het Asiadok. Ken is nog altijd spoorloos, net als de dader. Ook de moorden op onder anderen Lieve Desmet (13) in 1984, Joke Van Steen (17) in 1995 en Carola Titze (16) in 1996 werden nooit opgelost.

Een aparte zaak is die van Nathalie Geijsbregts (10). Zij verdween op 26 februari 1991 toen ze op de bus wachtte in Leefdaal. Ze zou in een auto gestapt zijn. In de loop der jaren kwamen verschillende verdachten in het vizier, maar tot een doorbraak kwam het niet. Geijsbregts werd nooit gevonden. Officieel is ze dus vermist.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content