Ongeziene klopjacht legde organisatie van terreurcel bloot

De metrohalte Maalbeek, een week na de terreuraanslag op 22 maart 2016. © Belga

Bijna zeven jaar na de terroristische aanslagen van 22 maart 2016 gaat op 30 november het assisenproces over die aanslagen van start. In september 2021 verwees de Brusselse kamer van inbeschuldigingstelling tien verdachten door naar het hof van assisen, na een gerechtelijk onderzoek dat meer dan drie jaar in beslag nam en pas in juni 2019 volledig werd afgerond.

De aanslagen van 22 maart op de luchthaven Brussels Airport en in het metrostation Maalbeek kostten het leven aan 32 mensen, en ongeveer 340 personen raakten gewond. Drie terroristen, Najim Laachraoui en Ibrahim en Khalid El Bakraoui, lieten die dag het leven. Najim Laachraoui en Ibrahim El Bakraoui bliezen zichzelf op in de vertrekhal van Brussels Airport, Khalid El Bakraoui blies zichzelf op in een metrostel in Maalbeek. Beide aanslagen kwamen een viertal maanden na die van 13 november 2015 in Parijs en waren het werk van dezelfde cel IS-terroristen. Belgische en Franse politie- en veiligheidsdiensten waren in die maanden koortsachtig op zoek naar de verschillende leden van de terreurcel en hadden al een aantal verdachten kunnen oppakken.

Artikel gaat verder onder de video

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Net een week voor de aanslagen, op 15 maart 2016, was het tijdens een huiszoeking in de Driesstraat in Vorst nog tot een vuurgevecht gekomen tussen de politie en drie terroristen. Eén van de terroristen, de 35-jarige Algerijn Mohamed Belkaid, kwam daarbij om het leven, terwijl twee anderen, Salah Abdeslam en Sofien Ayari de benen konden nemen. Beiden werden enkele dagen later, op 18 maart, dan toch opgepakt. In diezelfde periode waren in de media ook berichten verschenen dat de broers El Bakraoui en Najim Laachraoui zich bij de gezochte verdachten bevonden. In de weken en maanden na de aanslagen werden in totaal dertien personen in verdenking gesteld, van wie er uiteindelijk tien werden doorverwezen naar het assisenhof. De politie pakte Mohamed Abrini, die al sinds de aanslagen van 13 november in Parijs werd gezocht, op 8 april op in Anderlecht. Hij bekende dat hij de “man met het hoedje” was, die een reiskoffer vol explosieven achterliet in de luchthaven van Zaventem op 22 maart, alvorens op de loop te gaan. Twee andere terroristen, Ibrahim El Bakraoui en Najim Laachraoui bliezen zichzelf wel op in de vertrekhal van het luchthavengebouw. Het drietal was die ochtend met een taxi vertrokken uit een appartement in de Max Roosstraat in Schaarbeek, waar ze zich de dagen en weken voordien hadden schuilgehouden en de aanslagen hadden voorbereid.

Diezelfde dag, 8 april, werd ook Ossama Krayem opgepakt, die tot dan toe bekendstond onder de valse naam “Naïm Al Hamed”. Hij was gefilmd in metrostation Pétillon toen hij vluchtig enkele woorden wisselde met Khalid El Bakraoui, die zich enkele minuten later zou opblazen in metrostation Maalbeek. Volgens Krayem was het de bedoeling dat ook hij zich zou opblazen, maar krabbelde hij terug. Hij keerde terug naar het appartement aan de Kazernenlaan in Etterbeek waar hij de dagen voordien had verbleven met Khalid El Bakraoui. Daar zou hij de explosieven die in zijn rugzak zaten, TATP, verdund hebben met water en door het toilet gespoeld hebben. Intussen is uit onderzoek gebleken dat die verklaring klopt. Op de afvoerbuis van het toilet werden immers sporen van TATP gevonden. Samen met Abrini en Krayem werden op 8 april in Laken ook de Rwandees Hervé Bayingana Muhirwa (32) en Bilal El Makhoukhi (28) opgepakt.

Sharia4Belgium

El Makhoukhi werd in 2015 nog veroordeeld tijdens het Sharia4Belgium-proces, omdat hij hand-en-spandiensten aan terroristische organisaties zou verleend hebben. Hij zou een rol gespeeld hebben bij de voorbereiding van de aanslagen, maar ontkent dat met klem. De man zou herhaaldelijk in het appartement in de Max Roosstraat geweest zijn in de weken voor 22 maart, maar was er zich naar eigen zeggen niet van bewust dat er een aanslag werd voorbereid. Bilal El Makhoukhi wordt ook in verband gebracht met het appartement in de Kazernenlaan. Zijn DNA werd immers aangetroffen op een lege verpakking van batterijen die in de flat lag. Vermoed wordt dat die batterijen gebruikt werden bij de aanmaak van de bommen die op de luchthaven Brussels Airport ontploften. In het audio-testament van Ibrahim El Bakraoui, dat teruggevonden werd op een laptop die in de buurt van het safehouse in de Max Roosstraat in Schaarbeek werd aangetroffen, vermeldt El Bakraoui ook de naam “Abou Imran”, wat dan weer de naam zou zijn die Bilal El Makhoukhi gebruikte toen hij in 2012 in Syrië verbleef. De speurders vermoeden bovendien dat het de bedoeling was dat El Makhoukhi na de aanslagen de wapens van de terreurcel zou bijhouden en doorgeven aan andere kandidaat-terroristen. Die wapens zijn vandaag nog altijd spoorloos. Een dag voor de aanslagen contacteerde een van de kamikazes, Najim Laachraoui, met een audioboodschap de emir Abou Ahmed in Syrië. Hij zegt daarin dat hij aan broeder “Abou Imran” heeft laten weten hoe hij Ahmed moet contacteren en dat “Imran” zal vertellen waar de wapens te vinden zijn.

Tijdens zijn verhoren lachte El Makhoukhi weg dat hij die “Imran” is. Het was ook El Makhoukhi die na de aanslagen de hulp inriep van zijn vier jaar oudere jeugdvriend, de Rwandees Hervé Bayingana Muhirwa, die net als hij in Laken woonde. De Rwandees moest Osama Krayem en Mohamed Abrini verbergen in zijn appartement in de Tivolistraat in Laken. Zelfs de huurbaas van de Rwandees, die ook in het gebouw woonde, had niets in de gaten. Ali El Haddad Asufi was op 24 maart 2016, twee dagen na de aanslagen in Brussel en Zaventem, al eens opgepakt omdat hij een jeugdvriend was van Ibrahim El Bakraoui, beschouwd als één van de leiders van de terreurcel en één van de mannen die zich op 22 maart opblies op Brussels Airport. El Haddad Asufi verklaarde toen dat hij Bakraoui al maanden niet meer gezien had en werd na verhoor vrijgelaten. Op 9 juni 2016 werd hij opnieuw in de boeien geslagen, nadat de speurders de beelden van de bewakingscamera’s in het flatgebouw aan de Kazernenlaan in Etterbeek hadden geanalyseerd. Het was in dat appartement dat Khalid El Bakraoui en Ossama Krayem verbleven in de laatste dagen voor de aanslagen in Brussel en Zaventem. Uit de analyse van die camerabeelden was niet alleen gebleken dat Ibrahim El Bakraoui het appartement al gebruikte sinds oktober 2015, maar ook dat Ali El Haddad Asufi Ibrahim El Bakraoui toen geholpen had bij zijn verhuizing en ook in de maanden nadien nog vele keren bij hem over de vloer was geweest. El Asufi werd toen in verdenking gesteld voor de aanslagen in Brussel.

Oussama Atar zou zowel de bloedige aanslagen van Parijs (13 november 2015) en Brussel (22 maart 2016) aangestuurd hebben, alsook de poging tot aanslag op de Thalys in augustus 2015

De broers Ibrahim (27) en Smail Farisi (31) werden op 11 april 2016 opgepakt. Smaïl Farisi had het appartement aan de Kazernenlaan in Etterbeek gehuurd, om een OCMW-uitkering te kunnen innen hoewel hij nog bij zijn ouders woonde, en gebruikte de flat voor afspraakjes met zijn vriendin, maar leende die uit aan Khalid El Bakraoui. Na de aanslag van 22 maart haalde hij samen met zijn broer Ibrahim de flat leeg en maakte die van top tot teen schoon. Ibrahim Farisi werd midden november 2016 vrijgelaten door de onderzoeksrechter.

Volgens Ibrahim Farisi wist hij niet dat Khalid El Bakraoui in de flat had verbleven, of dat hij de flat moest schoonmaken omdat er terroristen in verbleven hadden. Begin februari 2018 werd dan ook zijn broer Smaïl vrijgelaten onder voorwaarden. Oussama Atar is dan weer de neef van de broers El Bakraoui en zou in Syrië een belangrijk figuur geweest zijn binnen de ‘geheime dienst’ van terreurgroep Islamitische Staat (IS). In die rol zou hij zowel de bloedige aanslagen van Parijs (13 november 2015) en Brussel (22 maart 2016) aangestuurd hebben, alsook de poging tot aanslag op de Thalys in augustus 2015 door Ayoub El Khazzani, de verijdelde aanslag in Verviers in januari 2015 en een mislukte aanslag op een kerk in het Franse Villejuif op 19 april 2015. De Franse geheime diensten zijn ervan overtuigd dat hij in november 2017 om het leven is gebracht bij een luchtaanval in Syrië, maar zijn lichaam werd nooit aangetroffen. In januari 2021 had de Brusselse raadkamer geoordeeld dat tien van die dertien verdachten voor het hof van assisen moeten terechtstaan.

Het ging om Salah Abdeslam, Oussama Atar, Mohamed Abrini, Sofien Ayari, Osama Krayem, Ali El Haddad Asufi, Bilal El Makhoukhi, Hervé Bayingana Muhirwa, en de broers Smail en Ibrahim Farisi. Drie andere verdachten, Faycal C., Brahim Tabich en Youssef El Ajmi, werden buiten vervolging gesteld. Het federaal parket had gevraagd om de broers Farisi door te verwijzen naar de correctionele rechtbank en niet naar het assisenhof. Een aantal advocaten van de slachtoffers had zich daarbij aangesloten, andere burgerlijke partijen drongen dan weer aan op één enkel proces, voor het assisenhof, terwijl ook de advocaat van Smail Farisi zelf zijn voorkeur voor een assisenproces liet blijken. De kamer van inbeschuldigingstelling bevestigde op 17 september 2021 die beslissing van de raadkamer en verwees beide broers Farisi toch door naar het assisenhof.

Partner Content