Rechtzetting
...

Dankzij zijn onberispelijke gevoel voor timing werd Jurgen Mettepenningen een van de leidende figuren in het altijd boomende Vlaamse veldrijden. De eerste cyclocross die hij live bijwoonde, was het wereldkampioenschap in Zolder van 2002. Mario De Clercq won. De drievoudige wereldkampioen is tegenwoordig technisch coördinator van Mettepenningens team Pauwels Sauzen-Bingoal, dat onderdak geeft aan toppers als Eli Iserbyt, Michael Vanthourenhout en Laurens Sweeck. De kiemen van dat team ontstonden in een Limburgs naaldbos, in de winter van 2002. 'Het WK in Zolder overdonderde mij', zegt Mettepenningen. 'Wat staat hier veel volk aan de kant! En iedereen is zo uitbundig: carnaval en Kerstmis tegelijk. Ik kende weinig van veldrijden, maar je voelde dat er iets stond te gebeuren, dat het in korte tijd nog veel groter kon worden.' Negen maanden na Zolder organiseerde Mettepenningen in zijn thuisdorp Hamme-Zogge de eerste Bollekescross, die zou uitgroeien tot een vaste afspraak op de kalender. '10 november 2002: misschien wel de belangrijkste dag van mijn sportleven, achteraf bekeken. De Bollekescross begon vanuit het naïeve idee dat het tof zou zijn als Mario De Clercq, Sven Nys en Bart Wellens ook eens in mijn dorp zouden voorbijkomen. Het was niet makkelijk om zo'n organisatie uit de grond te stampen, maar ik voelde dat het moest vooruitgaan. Dat ik het ijzer moest smeden terwijl het heet was. De eerste Bollekescross lokte een paar duizend bezoekers. We waren vertrokken. Als het die dag pijpenstelen had geregend, zou er geen kat gekomen zijn, en was mijn verhaal in het veldrijden al ten einde nog voor het begonnen was.' Na twaalf edities verkoopt Mettepenningen de Bollekescross aan eventorganisator Golazo voor naar verluidt een mooie som. In 2007 begint hij een eigen veldritteam. 'Ook toen voelde ik dat er ruimte was. Er waren meer goede renners dan dat er ploegen waren, en cyclocross was zo aan het groeien dat het mogelijk moest zijn om sponsors te vinden. De eerste jaren van het team, dat toen Sunweb-ProJob heette, verliepen moeizaam. Mijn kopmannen Sven Vanthourenhout en Tom Vannoppen vielen allebei uit met blessures. Ga het maar uitleggen bij de sponsors. Het beterde toen Klaas Vantornout erbij kwam en nog meer toen ik Kevin Pauwels binnenhaalde. Men lijkt het te vergeten, maar Kevin heeft bijzonder veel gewonnen in zijn carrière. We kenden een lastige overgangsfase nadat hij naar de achtergrond was verdwenen. Eli Iserbyt en Michael Vanthourenhout moesten Kevin opvolgen, maar zij waren op dat moment nog te jong. Zodra zij kwamen bovendrijven, speelden we weer mee. Daarna nam ik de ploeg van Laurens Sweeck over. Momenteel beleven we de mooiste jaren van ons team tot nu toe, en er komen nog prachtige tijden aan.' Met de Nederlander Ryan Kamp? Hij wordt gezien als the next big thing. Jurgen Mettepenningen: Die druk zal ik Ryan niet opleggen, want hij is amper 20. In de zware Amerikaanse crossen van een paar weken geleden reed hij als belofte wel meteen twee keer in de top tien. Zijn potentieel is enorm. In 2018 bent u een nieuwe veldrit begonnen: de Ambiancecross in Wachtebeke, die intussen naar Dendermonde is verhuisd. Is een veldrit organiseren een lucratieve business? Mettepenningen: Niet meer. Tien jaar geleden kon een organisator geld verdienen aan een cross, maar de kosten zijn zodanig gestegen dat het bijna onmogelijk is geworden. De startgelden zijn hoger, er worden hogere eisen gesteld qua omkadering en veiligheid. En deze winter komen daar nog de controles op het Covid Safe Ticket bij. Break-even draaien is al een hele uitdaging. Ondanks een seizoen zonder toeschouwers ging geen enkele organisatie op de fles. Mettepenningen: Omdat de organisatoren een groot hart hebben voor de sport. Onze cross in Dendermonde maakte vorige winter ongeveer 50.000 euro verlies. Je slikt dat, en probeert het te zien als een investering die zal renderen in betere tijden. Het veldrijden draait in grote mate op lokale mecenassen. Mensen die hun nek durven uit te steken en die het verlies kunnen dragen. Wordt het deze winter over de koppen lopen in de cross, nu er weer fans mogen komen? Mettepenningen: Ik hoop het, maar tot nu toe valt de belangstelling tegen. Al is er geen reden tot paniek, want september en oktober zijn altijd moeilijke maanden voor het veldrijden. De pers heeft pas aandacht voor onze sport wanneer de journalisten hun winterjas aanhebben. Voor het grote publiek begint het seizoen vanaf de Koppenbergcross. Het wordt afwachten hoe het met het virus zit. De organisatoren kijken met een bang hart naar de coronacijfers. Wout van Aert en Mathieu van der Poel springen pas eind november weer op hun crossfiets. Tot dan hebben jullie het rijk voor jullie alleen. Mettepenningen: Voor ons alleen is overdreven, maar het klopt dat we nú prijzen moeten pakken, voor Wout en Mathieu erbij komen. Onze start was om van te dromen. Dat geeft vertrouwen voor de strijd tegen de twee tenoren. Ik ga niet zeggen dat we met hen zullen kunnen wedijveren, maar we hebben zeker de ambitie om Wout en Mathieu af en toe te prikken. Mijn drie kopmannen ogen alle drie sterk, maar Eli Iserbyt steekt erbovenuit. Eli is een killer. Alleen de zege telt, hij kan niet genieten van een tweede plaats. Sinds de doorbraak van Wout en Mathieu vind je geen veldrijders meer die zo onverbloemd ambitieus durven te zijn. Laurens Sweeck en Michael Vanthourenhout kunnen ermee leven dat ze een trapje lager staan? Mettepenningen: Dat is de wet van de sterkste. Als Michael de volgende vijf crossen wint, kan het weer veranderen, maar Eli is momenteel de veelwinnaar van onze ploeg. Dat wil niet zeggen dat Michael en Laurens niet voor zichzelf mogen rijden. Het zijn toppers. Hun tijd komt nog. Verdelen jullie de kalender onder de kopmannen? Mettepenningen: Dat proberen we, zonder vooraf aan de grote klok te hangen wie waar naar voren zal worden geschoven. In principe staat er elke wedstrijd een kopman aan de start die een reële kans heeft om te winnen. Met vijftig veldritten op het programma zijn er genoeg kansen om iedereen tevreden te stellen. Zit er een haar in de boter tussen u en Sven Nys? In juni voer u tegen hem uit op Twitter. Mettepenningen: Nys is cocommentator bij Sporza. Een ploegmanager die journalist speelt bij wedstrijden waar zijn eigen team aan deelneemt, en die duidelijk niet objectief is: ik noem dat machtsmisbruik. Onbegrijpelijk dat ze dat bij de VRT toelaten, of dat Nys zelf niet inziet hoe ongepast dat is. Nys plukte beloftewereldkampioen Pim Ronhaar bij jullie weg, ondanks een lopend contract. Mettepenningen: Zulke dingen gebeuren in de sport. Er werd een correcte vergoeding betaald voor de vrijgave van Ronhaar. Minder correct is dat een team gaat praten met een jonge kerel die de regenboogtrui wint en nog een contract heeft tot 2023. U hebt toch soortgelijke zaken gedaan? Mettepenningen: Het contract van Eli Iserbyt liep af. Dat is toch nog een ander verhaal. Wordt Thibau Nys op termijn jullie grote concurrent? Mettepenningen: We stevenen wellicht af op een duel tussen Eli Iserbyt en Thibau Nys. Thibau heeft het totaalpakket: panache, een goede babbel, de juiste achternaam. Het zou een geweldige zaak zijn voor het veldrijden als hij de aansluiting maakt met de top, en nog meer als Nys het moet opnemen tegen Iserbyt: nog maar 24 en ook een jongen die straffe uitspraken niet schuwt. Het zou knetteren tussen die twee. Het moet gezegd: in het tijdperk Nys-Wellens was er meer animo in de veldritten. Mettepenningen: Nys had de gave dat hij het publiek kon begeesteren. Zijn supporters volgden hem over het hele land. De fans van Wellens wilden zich niet laten kennen en juichten des te harder voor hun held. Zulke duels creëren beleving. Sportief staat de strijd tussen Van Aert en Van der Poel nog op een hoger niveau. Twee van de strafste coureurs ter wereld, live in Vlaanderen. Alleen zijn er niet zo veel rechtstreekse duels tussen die twee. Je voelt dat het voor hen geen drama is om een keer te verliezen. Waarom zouden zij zich iets aantrekken van de Superprestige in Diegem, als Parijs-Roubaix of de Ronde van Frankijk er nog aankomen? Mettepenningen: Voor Wout en Mathieu is veldrijden een bijberoep geworden. Ik klaag daar niet over, want het blijft fantastisch om zulke wereldsterren aan de start te krijgen. Het klopt dat er in de cross minder sfeer is dan tien jaar geleden, maar ik denk dat we onderschatten hoezeer de samenleving in die tijd veranderd is. Alles is zo veel strikter, strenger en serieuzer geworden. In de hoogdagen van Wellens en Nys betaalde je 1 euro voor een pilsje, en niemand keek raar op als je er meer dan één dronk. Vandaag kost een pint 2,5 euro of meer en zijn er overal alcoholcontroles. Het lijkt erop dat Van Aert en Van der Poel passen voor het WK, dat plaatsvindt in het Amerikaanse Fayetteville. Dat opent perspectieven voor de renners uit uw ploeg. Mettepenningen: Ze hebben nog niet toegezegd, maar ik vermoed dat Van der Poel het wereldkampioenschap zal rijden. Anders had zijn ploegleider Christoph Roodhooft Fayetteville niet verkend. Van Aert lijkt wel te twijfelen. Het moet in hun kalender passen, hè. Eén maand na Fayetteville is het al de Omloop Het Nieuwsblad. Niet zo lang geleden zaten Gianni Vermeersch en Tim Merlier bij u in de ploeg. Als veldrijders waren dat geen veelwinnaars, intussen worden ze bij de beste wegwielrenners van België gerekend. Had u dat in hen gezien? Mettepenningen: In Merlier zeker wel. Dat hij ritten wint in de Giro en de Tour is straffe kost, maar hij is altijd al een supertalent geweest. Die jongen zat niet op zijn plaats in een puur veldritteam zoals het onze. Ik zag hem niet graag vertrekken, maar beide partijen beseften dat we elkaar te weinig konden bieden. De ontwikkeling van Vermeersch verrast mij meer. Hij lijkt de klik te hebben gemaakt en is waarschijnlijk iets professioneler gaan werken en leven. De sportieve lijnen van Pauwels Sauzen-Bingoal worden sinds dit seizoen uitgezet door Richard Groenendaal en Mario De Clercq. Tijdens hun rennerscarrière hebben die twee elkaar bijzonder veel getreiterd. Mettepenningen: Toch klikt het enorm goed tussen Mario en Richard. Ik had dat verwacht. Het zijn soortgelijke types: aimabel en boordevol passie voor hun stiel. De tactische besprekingen, waar ik mee aanschuif, verlopen in harmonie. U praat mee over de tactiek? Mettepenningen: Ik geef er mijn mening over, ja. Wie wordt de verrassing van het seizoen? Mettepenningen: Ik kan niemand van mijn ploeg noemen, want als Eli, Laurens of Michael schitteren, is niemand nog verrast. ( lacht) Neem anders Quinten Hermans. Die lijkt een mooie stap gezet te hebben. Hermans reed Luik-Bastenaken-Luik en de Giro. Daar worden renners sterker van. Mettepenningen: Dat Hermans na zo'n zware campagne een vliegende start neemt in het veldrijden, is niet raar, maar hoe zal hij herstellen van zijn wegseizoen? Hij nam weinig rust en ze heten niet allemaal Van der Poel of Van Aert. World Tour-teams jagen op crossers, die na de successen van Van der Poel, Van Aert, Pidcock en Merlier de nieuwe goudhaantjes lijken.Mettepenningen: Ik heb geen weet van grote aanbiedingen voor mijn renners. Ze zouden ook van een koude kermis thuiskomen: Eli, Michael en Laurens zijn crossers in hart en nieren, en wij zijn een crossteam pur sang. Ze kunnen nergens beter zitten. Mario De Clercq zegt dat er van Eli Iserbyt een Tour de France-klimmer te maken valt. Mettepenningen: Misschien, maar dat is een sprong in het onbekende. Eli is een van de beste crossers ter wereld. Laat hij dat schieten om de Tour te kunnen rijden? Overstappen betekent hoogtestages, veel van huis, een hoop centen op het spel zetten, zonder garanties dat het lukt. Je zou het hem moeten vragen, maar ik denk niet dat Eli die ambitie heeft. Hoe hoog schat u Tom Pidcock in? Mettepenningen: Hij zit nog niet aan het niveau van Van der Poel of Van Aert, maar je voelt dat hij die kant opgaat. Hij is de man die cyclocross groot zal maken in Groot-Brittannië. Ik zie hem binnen afzienbare tijd kopman van INEOS worden in de Ronde van Frankrijk en tegelijk lijkt hij niet van plan om uit het veldrijden te verdwijnen. Pidcock is een supertalent, maar vorige winter misten zijn prestaties regelmaat. Het ene weekend kon hij je van het parcours blazen en het weekend daarop reed hij anoniem mee. Hoe belangrijk is de vrouwenpoot van uw team? Mettepenningen: Almaar belangrijker. Toen we er vier jaar geleden mee begonnen, was het een nevenprojectje, moet ik bekennen. Die winter pakte Laura Verdonschot onverwacht zilver op het Belgisch kampioenschap, na een spannende strijd met Sanne Cant. Ik werd overdonderd door de aandacht van pers en publiek. Ik ben op zoek gegaan naar extra vuurkracht voor het damesteam en gaf Denise Betsema een contract. Op dat moment kende niemand haar. Ik denk niet dat ze veel andere aanbiedingen had, maar de timing was juist: de seizoenen daarna is de aandacht voor de vrouwencross enorm toegenomen. Denise rijdt altijd op niveau en wint geregeld. En met Fem van Empel, de wereldkampioene bij de beloften, zijn we gewapend voor de toekomst. De vrouwenwedstrijden worden vaak beter bekeken dan die van de mannen. Als er een Belgische topper zou opstaan, zou het vrouwenveldrijden helemaal ontploffen. Mettepenningen: Ze rijdt niet in mijn ploeg, maar ik hoop dat Sanne Cant weer boven water komt. Bij de vijftien- en zestienjarigen koersen er straffe Belgische meisjes. Met wat geluk maken zij vroeg of laat de aansluiting, al moet je afwachten hoeveel sterker de huidige Nederlandse toppers nog worden. Wat wordt het maandag op de Koppenbergcross? Mettepenningen: Eli won de laatste twee edities, telkens na een demonstratie. Hij is de grote favoriet, al ben ik beducht voor Hermans, die veel meer vermogen heeft bergop. Maar Hermans moet Eli losrijden en daarvoor moet je van goeden huize komen. Blijven ze samen tot de laatste ronde, dan krijgt Eli een rood waas voor zijn ogen en valt hij amper te verslaan. Bij de vrouwen hopen we op Denise Betsema, al is de Koppenberg niet haar favoriere parcours.