U bent geboren en getogen in Mechelen. Waarom was u dan 'vaderlandloos'?
...

U bent geboren en getogen in Mechelen. Waarom was u dan 'vaderlandloos'?Junior Mthombeni: Omdat ik de zoon ben van een Zuid-Afrikaanse vader die als politiek vluchteling in België belandde. Hij trouwde met een Belgische. Als politiek vluchteling was hij staatloos en dus waren zijn kinderen dat ook. Ik was een kind zonder identiteit. Je voelt je zó kwetsbaar. Pas op mijn zeventiende veranderde de overheid dat en kreeg ik een identiteitskaart waarop stond dat ik Belg ben. Al die tijd was muziek mijn reddingsboei. Hoe dan? Mthombeni: Mijn ouders baatten Café Jambo uit, een ontmoetingsplek in Mechelen. Ik proefde er van jazz, Afrikaanse muziek, funk, rock-'n'-roll én van meningen. Journalisten als Walter Zinzen en Yves Desmet waren er kind aan huis. Zo werd de zoon van de kunstminnende activist een activistische kunstenaar. Nu ik bijna vijftig ben, wil ik dat levensverhaal vertellen. Een tijd geleden, op reis in Zuid-Afrika, vroegen velen me naar de situatie van de Afrikaanse diaspora in België. Daar wil ik op antwoorden. Ik wil achteromkijken om nadien opnieuw te strijden voor een wereld waarin diversiteit de norm is. Heeft uw kompaan Fikry El Azzouzi de tekst geschreven? Mthombeni: Hij heeft alleen mee- gelezen. Het heeft me wekenlang dolen door Kaapstad, Rio de Janeiro, Brussel en Mechelen gekost om rust te vinden in mijn monkey mind en uit te zoeken wat ik wilde zeggen. Wat vertel je over een moeilijke thuissituatie en wat niet? Na veel wroeten schreef ik de eerste zin: 'Dit is een verhaal om alle vaderlandslozen te redden.' Ik sta kwetsbaar op de scène, als een staatloze. Ik vertel over mijn geboorte, het leven bij dove grootouders - waardoor ik grotendeels opgroeide met gebarentaal - en ook over een zus die op vrouwen viel en onze tweede thuis, Café Jambo. Wij waren woke lang voor de term bestond. (lacht) Ik maakte Vaderlandloos voor iedereen die ik graag zie en voor iedereen die twijfelt of uit een moeilijke jeugd een mooi leven kan groeien. U maakte er uw waarmerk van om de KVS in vuur en vlam te zetten met swingende, politieke stukken zoals Malcolm X, Dear Winnie en Who's Tupac? Hoe fel swingt Vaderlandloos? Mthomben: Het zál swingen, maar anders. De KVS-creaties bruisen dankzij de persoonlijke verhalen van de performers. 'Je moet diep gaan, durf kwetsbaar te zijn', vraag ik hen. Nu graaf ik zelf diep, in alle intimiteit. Ik sta op een strook witte klei en word omringd door drie muzikanten. In 2013, toen u met Sincollectief Rumble in da Jungle speelde, vertelde u me dat optreden in asielcentra en gevangenissen deel uitmaakt van de job van theatermaker. Vindt u dat nog? Mthombeni: Dat engagement is zeker nog aanwezig, maar ik vul het anders in. Met Tom Kestens richtte ik vzw Socha op om jong talent een podium te geven. Er is nog véél werk om de podiumkunsten kleurrijker te maken. Dat wil ik doen. En de KVS in vuur en vlam blijven zetten. En een opera maken. En internationaal touren. En als dat niet lukt, wil ik directeur worden van de drie stadstheaters. Tegelijkertijd. (lacht) Daar moet meer kleur komen. Yes, ik ben er klaar voor.