Het was Dr; Otto Stienert (1915-1978), die met die terminologie bepaalde dat de realiteit in feite een illusie is want dat ieder individu met zijn persoonlijke affiniteiten, gevoelens, opleiding en andere factoren, de werkelijkheid anders ervaart. Ergo, iedere fotograaf en wanneer die de moed heeft die ervaring om te zetten in een fotografisch beeld, bereikt hij hetzelfde als elke kunstschilder. Dat was Steinerts' streven en hij wilde dan ook dat fotografie een artistiek middel zou zijn om tot een artistiek resultaat te komen.

Julien Coulommier
© Julien Coulommier

Coulommier, die bediende was bij de Spoorwegen, beoefende de fotografie in zijn vrije tijd, als amateur en was bovenden ook kunstcriticus. Hij kende dus de wereld van de beeldende kunst, was een fervent lezer van poëzie en het was dus haast vanzelfsprekend dat hij met zijn fotografie meer wilde dan leuke plaatjes maken of reissouvenirs vastleggen.

Hij werd lid van een fotoclub waar hij enkele andere amateurs ontmoette die, net zoals hij, intellectuelen waren die hun fotowerk op een hoger niveau wilden plaatsen en zo ontstond een groepje gelijkgezinden die de amateurfotografie een totaal andere richting instuwden. Onder indruk van Otto Steinerts' theorie begon Julien Coulommier zich toe te leggen op het visueel interpreteren van de werkelijkheid die hij kende, de stad en de natuur.

Vooral de natuur was een voortdurende inspiratiebron en hij wist met bomen en struiken in alle seizoenen een heel poëtische wereld te scheppen. In de avant-garde fotografie heeft hij een unieke plaats veroverd in de geschiedenis van de Belgische fotografie.

Het was Dr; Otto Stienert (1915-1978), die met die terminologie bepaalde dat de realiteit in feite een illusie is want dat ieder individu met zijn persoonlijke affiniteiten, gevoelens, opleiding en andere factoren, de werkelijkheid anders ervaart. Ergo, iedere fotograaf en wanneer die de moed heeft die ervaring om te zetten in een fotografisch beeld, bereikt hij hetzelfde als elke kunstschilder. Dat was Steinerts' streven en hij wilde dan ook dat fotografie een artistiek middel zou zijn om tot een artistiek resultaat te komen. Coulommier, die bediende was bij de Spoorwegen, beoefende de fotografie in zijn vrije tijd, als amateur en was bovenden ook kunstcriticus. Hij kende dus de wereld van de beeldende kunst, was een fervent lezer van poëzie en het was dus haast vanzelfsprekend dat hij met zijn fotografie meer wilde dan leuke plaatjes maken of reissouvenirs vastleggen. Hij werd lid van een fotoclub waar hij enkele andere amateurs ontmoette die, net zoals hij, intellectuelen waren die hun fotowerk op een hoger niveau wilden plaatsen en zo ontstond een groepje gelijkgezinden die de amateurfotografie een totaal andere richting instuwden. Onder indruk van Otto Steinerts' theorie begon Julien Coulommier zich toe te leggen op het visueel interpreteren van de werkelijkheid die hij kende, de stad en de natuur. Vooral de natuur was een voortdurende inspiratiebron en hij wist met bomen en struiken in alle seizoenen een heel poëtische wereld te scheppen. In de avant-garde fotografie heeft hij een unieke plaats veroverd in de geschiedenis van de Belgische fotografie.