Word ik even voorspelbaar als Yves Desmet? Een nachtmerrie die ik als prepuber wel eens had, zou daarmee onverwachts alsnog uitkomen. Net zoals het te denken was dat Desmet, naast Humo-journalist een fervent theaterganger, JR van FC Bergman geweldig zou vinden ('een ongelooflijk schoon en straf theaterfeest'), was het te verwachten dat ik er anders over dacht ('wat vervelende, langdradige Vlaamse film').
...

Word ik even voorspelbaar als Yves Desmet? Een nachtmerrie die ik als prepuber wel eens had, zou daarmee onverwachts alsnog uitkomen. Net zoals het te denken was dat Desmet, naast Humo-journalist een fervent theaterganger, JR van FC Bergman geweldig zou vinden ('een ongelooflijk schoon en straf theaterfeest'), was het te verwachten dat ik er anders over dacht ('wat vervelende, langdradige Vlaamse film'). Op voorhand had ik nochtans iedereen die het maar horen wilde, verteld dat ik hoopte dat JR even geweldig zou zijn als het zich aankondigde: de megalomane, fonkelende voorstelling van het jaar. Ik ben eigenlijk nog nooit 's avonds de deur uit gegaan met de wens een bezopen schouwspel mee te maken. Maar het is vandaag ook niet eenvoudig om FC Bergman slecht te vinden. Zoals dat gaat met jonge, hippe gezelschappen, bevindt de groep rond Stef Aerts en Marie Vinck zich op een punt dat het sociaal moeilijk is om er niet van te houden. De Morgen had de recensie van Evelyne Coussens enthousiast op de nieuwspagina's geplaatst om ze toch maar zaterdag al te kunnen meegeven, terwijl Coussens de voorstelling ook maar drie sterren gaf. Ze zat er precies wat gewrongen mee, want in haar eindoordeel raakte ze uiteindelijk niet veel verder dan een wat raar, ongelukkig gekozen beeld: 'Het blijft zoals een perfect afgewerkte parketvloer: erg knap vakmanschap, maar is het ook kunst?' Bij De Standaard werden de zwakheden van de voorstelling al beschreven als pluspunten: 'In deze kapitalistische satire waarin iedereen meedraait maar niemand het overzicht bewaart, is het dus niet meer dan logisch dat sommige personages en plotlijnen aan je voorbijgaan.' Dat begint te lijken op Wetstraatjournalisten die onnozelheden van politici toch nog weten te omschrijven als 'briljante communicatie'. Coussens heeft nochtans gelijk. JR is een verbluffend spektakel dat - in alle eerlijkheid - maar moeilijk verveelt; de acteurs zijn op Marie Vinck na ontzettend goed. Maar net als na een met een miljoenenbudget geproduceerde Hollywoodfilm blijft elke kijker die graag nog iets heeft om over na te denken, met een hol gevoel achter. Want laten we wel wezen: JR is een satire op het kapitalistische systeem met als plot dat een elfjarige een succesvolle beurshandelaar wordt. Tien jaar na de financiële crisis, en tientallen satires en kritieken op dat systeem later, had ik dat, geloof ik, al eens gezien. JR deed mij nog het meest denken aan Cirque du Soleil. Het zal wel heel indrukwekkend zijn wat die acrobaten kunnen, maar een mens - zelfs Yves Desmet, denk ik - wil toch iets meer dan spectaculaire plaatjes?