Het klikte in Le Coq', antwoordt theatermaker Josse De Pauw als we hem vragen naar de chemie tussen hem en componist/cellist Jan Kuijken. In die bruine kroeg naast de Brusselse Beursschouwburg vonden de twee elkaar een tiental jaar geleden in lange gesprekken over 'de meest rare thema's'. Een van die thema's moet Maurice Maeterlinck geweest zijn. Al startten ze hun samenwerking in 2004 niet met werk van Maeterlinck. Kuijken componeerde toen de muziek bij Die siel van die mier, de monoloog die David Van Reybrouck voor Josse De Pauw schreef over een oude geleerde die in de wriemelende wereld der termieten een metafoor ziet voor de chaos en passie van het gemoed. In 2007 flankeerden Kuijken en zijn elektrische cello De Pauw in Liefde/zijn handen. En in 2014 hing De Pauw in De Gehangenen letterlijk drie zangers en twee spelers boven een strijkersensemble dat muziek van Kuijken uitvoerde.
...

Het klikte in Le Coq', antwoordt theatermaker Josse De Pauw als we hem vragen naar de chemie tussen hem en componist/cellist Jan Kuijken. In die bruine kroeg naast de Brusselse Beursschouwburg vonden de twee elkaar een tiental jaar geleden in lange gesprekken over 'de meest rare thema's'. Een van die thema's moet Maurice Maeterlinck geweest zijn. Al startten ze hun samenwerking in 2004 niet met werk van Maeterlinck. Kuijken componeerde toen de muziek bij Die siel van die mier, de monoloog die David Van Reybrouck voor Josse De Pauw schreef over een oude geleerde die in de wriemelende wereld der termieten een metafoor ziet voor de chaos en passie van het gemoed. In 2007 flankeerden Kuijken en zijn elektrische cello De Pauw in Liefde/zijn handen. En in 2014 hing De Pauw in De Gehangenen letterlijk drie zangers en twee spelers boven een strijkersensemble dat muziek van Kuijken uitvoerde. Het oeuvre van Maeterlinck kwam even ter tafel in 2015. Toen regisseerde De Pauw in HUIS twee kortverhalen van Maeterlincks tijdgenoot Michel de Ghelderode en Kuijken componeerde muziek voor een groot orkest. Nu, in De Blinden gaan de twee een stap verder. Ze maakten samen een bewerking van een tekst waarin een groep blinden vooral jammert en wacht. 'Maeterlinck schreef met Les Aveugles (1890) de voorloper van Samuel Becketts Wachten op Godot (1953)', vertelt Josse De Pauw. 'In Maeterlincks tekst wachten de blinden in een bos op een verbetering van hun situatie. Al weet niemand precies wat die verbetering inhoudt. Je kunt in hun situatie een metafoor voor het leven zien. Het leven is een vorm van wachten, op verbetering en, uiteindelijk, op de dood. Ik ben hier graag. Dus ik hoop nog lang te mogen 'wachten'. Al vind ik ook dát wachten soms irritant.' Zijn jullie dicht bij de originele tekst van Maeterlinck gebleven? Josse De Pauw: Nee, ons uitgangspunt is de Engelse versie van Laurence Alma-Tadema, The Sightless. Jan en ik wilden al jaren iets met deze tekst doen. Hij is gesteld in een solide taal, die in haar eenvoud erg muzikaal is. Er gebeurt weinig, het is veeleer een toestand dan een verhaal. De personages doen amper meer dan hun onrust uitspreken. Het is straf hoe die meer dan honderd jaar oude tekst zich vasthaakt in de actualiteit met zinnen als 'ik kom van ver', 'ik kom van de overkant', 'ik was bang dat ik de oversteek niet zou overleven' of 'ik heb mijn zussen en ouders nog gezien, toen ik klein was'... Hier en nu zijn ze blind. Anno 2018 kun je niet anders dan daarbij aan vluchtelingen denken. We gaan het er niet in hameren, maar we raken het aan. Maeterlinck laat de blinden wachten op een priester. En u? De Pauw: De blinden wachten bij Maeterlinck op een priester of een gids die er niet meer is. In onze versie is hij wél aanwezig. Het publiek ziet hem, de blinden niet. Hij laat zich ook niet horen. Hij filmt de blinden. Net zoals wij aan de grenzen van Europa de vluchtelingen filmen. Maar zien we hen wel? Soms denk ik dat het makkelijker kijken is via een camera dan met eigen ogen. We nemen onszelf in bescherming. Ik, door die lastige beelden te verwerken in een theaterstuk. Waarom voegt u een epiloog aan dat drama toe? De Pauw: Dit is een verhaal over mensen die volgen, en stuurloos worden zodra de leiding wegvalt. Zelfs al bevinden ze zich in een gebiedje waar ze slechts dezelfde rondjes kunnen draaien. Daarom vroeg ik Tom Jansen om een epiloog te schrijven vanuit het standpunt van de machthebber, de leider, de priester, de gids... over het genot van de macht, het plezier gevolgd te worden. Een van de mooiste zinnen vind ik: 'Dat maakt mij bang als zelfs zelfzucht geen mensen kan redden.' De Blinden is het slot van de trilogie over de mens die ik dit en vorig jaar bij Het Muziek Lod maakte. Samen met De Helden en De Mensheid vormt De Blinden een drieluik over de condition humaine. Voor elk deel ontwierp Eric Soyer het decor. In 2014 maakte u al HUIS met teksten van Maeterlinck en Michel de Ghelderode. Wat intrigeert u aan het oeuvre van Maeterlinck? De Pauw: Hetzelfde als wat me intrigeert aan, bijvoorbeeld, de teksten van Ovidius. Dit voorjaar vertelde ik in Zolang hij niet zichzelve kent Ovidius' verhaal over Narcissus. Dat is een tekst uit het jaar 8 na Christus die over de selfiehype gaat. De mens is na al die eeuwen amper veranderd. Het werk van Maeterlinck leerde ik, net als dat van De Ghelderode, kennen tijdens mijn opleiding aan het Brussels Conservatorium. Ze zijn in mijn verbeelding een soort tegenhangers. Maeterlinck een dandy uit de Gentse bourgeoisie, De Ghelderode een scheldende misantroop uit Brussel die, net als Maeterlinck, erg verstandig was en beschikte over een briljante, scherpe pen. Dramaturg Marianne Van Kerkhoven schreef ooit in een artikel over u: 'Waarschijnlijk is 'bezig zijn' zijn manier van overleven'. Is dat nog steeds zo? De Pauw: Ja. Ik ben nog elke dag bezig met maken, schrijven en spelen. Ik heb een kast waar ik in elke lade een idee voor een voorstelling bewaar. Het zijn lades die zich langzaam vullen met bruikbaar materiaal. Ik hoop nog lang lades te kunnen openschuiven. Je kunt het ook een ziekte noemen. Het is bezig zijn met het recht verwerven om hier te mogen zijn. En het is blijven wachten.