'Was ik niet liever een groot coureur geweest in plaats van een succesvol ondernemer?', herhaalt Jochim Aerts (45), ceo en hoofdaandeelhouder van het grootste Belgische fietsmerk Ridley, de vraag. 'Dat is een moeilijke. Met het talent van Eddy Merckx wist ik het antwoord wel zeker, maar zo goed was ik niet als jonge renner.' Aerts kocht enkele weken geleden dan maar het iconische fietsmerk met de naam van zijn grote idool. 'Ik ben vooral blij dat het in Belgische handen blijft. Eddy trouwens ook, zo heb ik vernomen. Straks zitten we samen aan tafel, want ik wil hem zo nauw mogelijk betrekken bij de uitbouw van zijn merk.'
...

'Was ik niet liever een groot coureur geweest in plaats van een succesvol ondernemer?', herhaalt Jochim Aerts (45), ceo en hoofdaandeelhouder van het grootste Belgische fietsmerk Ridley, de vraag. 'Dat is een moeilijke. Met het talent van Eddy Merckx wist ik het antwoord wel zeker, maar zo goed was ik niet als jonge renner.' Aerts kocht enkele weken geleden dan maar het iconische fietsmerk met de naam van zijn grote idool. 'Ik ben vooral blij dat het in Belgische handen blijft. Eddy trouwens ook, zo heb ik vernomen. Straks zitten we samen aan tafel, want ik wil hem zo nauw mogelijk betrekken bij de uitbouw van zijn merk.' Ridley is dezer dagen ook prominent aanwezig in het Tourpeloton als enige Belgische fietsenmerk. Het snel groeiende bedrijf uit Paal-Beringen, dat vernoemd is naar filmregisseur Ridley Scott, is fietssponsor van het Lotto-Soudalteam met sprinter André Greipel en vrijbuiter Thomas De Gendt. Het is ook het best verkopende racefietsenmerk in ons land. 'We verkopen jaarlijks zo'n 5000 tot 6000 Ridley-racefietsen en dat is goed voor 15 tot 17 procent van een erg versnipperde markt.' Na Ridley komen de Amerikaanse merken Trek en Specialized, met beide iets meer dan 10 procent marktaandeel. Eddy Merckx volgt met 7 procent. Ridley en Merckx zijn dus samen goed voor bijna een kwart van de markt en Aerts is ambitieus: 'Een op de drie racefietsen die in België verkocht worden, moet binnenkort van bij ons komen.' Dat wordt knokken, in een markt die na jarenlange groei stagneert. Belangrijkste reden: een goede racefiets gaat langer mee. 'Een wielertoerist doet vandaag met zijn fiets makkelijk 100.000 kilometer.' Ridley en Merckx zijn ook de enige Belgische fietsmerken die nog buiten Europa worden verkocht. 'Onderschat vooral niet hoe populair Eddy Merckx nog is', vertelt Aerts. 'In de VS bijvoorbeeld is Merckx een naam als een klok.' Merckx realiseert in de VS een omzet van 1,5 miljoen dollar, Ridley een kleine 3 miljoen. De Eddy Merckxfietsen waren lang verliesgevend. Toen eigenaar Diepensteyn NV, de holding achter de familie Toye die een fortuin opbouwde met brouwerij Palm, de merknaam Eddy Merckx wilde verkopen, klopte hij aan bij Jochim Aerts van Ridley. 'Jan Toye heeft het nooit hardop gezegd, maar ik ben ervan overtuigd dat bij zijn beslissing om het aan ons te verkopen zeker meespeelde dat het merk Belgisch blijft.' Jochim Aerts: De eerste koers die ik won bij de nieuwelingen, reed ik op een Eddy Merckxfiets. Het is ook een heel mooi merk, het merk van een legende. Nooit zal een andere renner zo'n palmares bij mekaar kunnen fietsen. Bovendien is Eddy een heel lieve, warme man. Aerts: Dat klopt, maar toen Eddy met zijn fietsbedrijf begon, was hij wel zeer succesvol. In mijn jeugd had je slechts twee fietsmerken met enige uitstraling: Colnago en Merckx. In de fabriek van Merckx in Meise werkten toen 40 arbeiders en er werden jaarlijks meer dan 10.000 fietsen afgeleverd. Eddy Merckx was dus ook een succesvol ondernemer. Alleen, de mensen die na hem de leiding kregen, reageerden niet tijdig op de vele technologische vernieuwingen in de fietswereld. Aerts: De fietsen van Briek Schotte, Rik Van Steenberghe, Rik Van Looy, Eddy Merckx en zelfs die van de eerste helft van de carrière van Johan Museeuw waren eigenlijk allemaal hetzelfde: een kader van dunne stalen buisjes, afgemonteerd met remmen en versnellingen van Shimano of Campagnolo. De enige noemenswaardige ontwikkeling in al die jaren was het aantal versnellingen, dat werd opgetrokken van één naar zes of zeven. Pas met de opkomst van de mountainbike is de technologische vernieuwing op gang getrokken. Aerts: Een stalen fiets was te zwaar om de berg op te rijden en dus begonnen Amerikaanse producenten met lichte, aluminium frames. In plaats van een stalen frame van 2,2 kilogram kreeg je een aluminium frame van 1,5 kilogram. Het management van Eddy Merckx zag die ontwikkeling niet en bleef vasthouden aan staal. Ik werkte toen al in de fietsbranche, maar koerste of trainde nog samen met wielerprofs zoals Erwin Vervecke, Wim Omloop en Axel Merckx. Ik hoorde en zag veel en heb toen beslist om zelf aluminium frames te ontwikkelingen. Dat was de start van mijn bedrijf Race Productions, dat de fietsen onder de naam Ridley op de markt bracht. Toen was het me al duidelijk: als je te lang blijft stilstaan, word je als bedrijf gewoon voorbijgekoerst. Als je niet opstaat en gaat slapen met een racefiets, als je het wielrennen niet ademt, is de fietsbranche een zeer moeilijke sector. Aerts: Als je op het hoogste niveau fietsen ontwikkelt en fabriceert, moet je ook meespelen op het hoogste niveau van het professionele wielrennen. We hebben Lotto-Soudal niet echt nodig voor onze lokale markten, maar wel om de consument in Azië en de VS te overtuigen. Nog belangrijker voor mij als fietsenmaker is dat ik kan sparren over een product met een topwielrenner als André Greipel. Als hij in de buurt is, springt André altijd binnen om met mij en anderen over zijn fiets te discussiëren en wat er nog aan kan worden verbeterd. Heel wat profwielrenners zijn echte materiaalmaniakken. Aerts: Precies. Die profs weten en zien alles. Als ze bij een andere wielrenner een nieuwe wielnaaf of een keramische lager zien, komen ze meteen naar hier om te vragen of ze zoiets ook kunnen krijgen. Dat houdt ons scherp. We hebben die maniakken nodig. Aerts: Dat is fijn, maar als Greipel straks drie sprints na mekaar wint, zien we dat niet meteen in onze verkoop. Het is een investering op lange termijn. Aerts: Je moet rekenen op 1,5 tot 2 miljoen euro per jaar. Daarbovenop leveren we ook enkele honderden fietsen per seizoen aan de renners, maar die blijven wel van ons en op het einde van het seizoen verkopen we ze. Aerts: Het wielrennen is nog altijd zeer populair in onze streken en het wordt steeds populairder in nieuwe markten zoals Azië. Kijk naar de passage van de Tour in België. Hebt u gezien hoeveel rijen dik de toeschouwers langs de weg stonden? Aerts: Eddy Merckx is als merk minder sterk dan 20 jaar geleden, maar ik ben ervan overtuigd dat het alleen maar beter kan gaan. En de legende Eddy Merckx sterft nooit, dat verhaal blijft uniek. Natuurlijk moet er een goed product en een passende organisatie komen. We willen nieuwe Eddy Merckxmodellen verder ontwikkelen en we zullen daarbij rekening houden met de opmerkingen van Eddy. Ik hoop zijn ervaring en kennis te kunnen koppelen aan de innovatieve kracht van Ridley. Aerts: Absoluut. Het is als een Ferrari tegenover een Porsche. Een fiets heeft alles te maken met geometrie en pasvoering, afmetingen en verhoudingen en daar heeft Eddy zijn stempel op gedrukt. Bij Ridley hebben we een racefiets ontwikkeld volgens onze eigen wensen en een samenspel van vier zaken: de stijfheid en het gewicht van het frame, aerodynamica van de fiets en het comfort. Aerts: Wij hebben bij Ridley vastgelegd hoeveel millimeter het fietskader bij bepaalde druk maximaal mag uitwijken. Als je die stijfheid van het frame respecteert én je combineert dat met een goede geometrie, dan krijg je een fiets waarmee elke renner de Tour de France kan rijden. Het gewicht van de fiets hangt samen met wat je daar als wielrenner mee wilt doen. Een klimmer zoals Thomas De Gendt wil een lichte fiets, maar ook hoge velgen om te kunnen genieten van de aerodynamica. Andere renners, zoals André Greipel, willen zo snel mogelijk sprinten. Of dat frame 100 gram meer of minder weegt, is niet zo belangrijk, want dat geeft op het vlakke geen verschil. Aerts: Daarin vergist u zich. Veel wielertoeristen zijn competitiever dan u zou vermoeden en ook die willen het beste materiaal. Aerts: De duurste zo'n 10.000 euro, de goedkoopste Ridley heb je al voor 1000 euro. Aerts: Wat de fietsvorm en de aerodynamica betreft, zit Ridley dicht bij het eindpunt. Tenminste als die racefiets moet beantwoorden aan de huidige normen van de internationale wielerfederatie UCI. Maar als die de regels aanpast, is veel mogelijk. We werken daarom bijvoorbeeld samen met studenten van de universiteiten van Delft en Gent. Aerts: Schijfremmen op racefietsen. Die hebben alleen maar voordelen: een hogere remkracht die ook constant hetzelfde blijft op een droog of een nat wegdek. Ze zijn wel wat zwaarder, maar ik ben er zeker van: als morgen heel het peloton overschakelt op schijfremmen krijg ik geen racefiets met de klassieke remblokjes meer verkocht. Een student heeft voor ons al een jaar gewerkt aan een studie over hoe we die schijfremmen zo aerodynamisch mogelijk in het fietsframe kunnen wegwerken. Aerts: Het aantal vrouwelijke wielertoeristen stijgt flink. Daarom zijn we vier jaar geleden begonnen met een speciaal gamma voor hen. Het grootste verschil is dat vrouwen een breder bekken hebben. Daarom bouwen we voor hen fietsen met een iets korter en iets breder zadel. Aerts: (lacht) De renner is alles. Zet mij op een supersonische fiets en dan nog zal ik nooit een rit in de Tour kunnen winnen. Maar André Greipel of Marcel Kittel kunnen op hun fiets een kracht ontwikkelen van 2000 watt. Hun niveau ligt zo hoog en zo dicht bij mekaar dat technische details van de fiets wél het verschil kunnen maken. Aerts: Ik heb zulke motortjes in onze fabriek, maar ik weiger ze op de markt te brengen omdat het bedrog is. Aerts: Absoluut. Amerikaans onderzoek heeft dat bewezen. Ook tijdens het WK-veldrijden in Zolder is het gebruikt door een Belgische veldrijdster, zij werd ermee betrapt. Ik ga me niet uitspreken over wat er enkele jaren geleden is gebeurd tijdens de Ronde van Vlaanderen toen de Zwitser Fabian Cancellara na een fietswissel niet meer te volgen was. Na de eerste geruchten daarover dacht ik nog: no way, dat is onmogelijk, maar een half jaar later hield ik zo'n apparaatje wel in mijn handen. Aerts: Met zo'n motortje kun je wielertoeristen helpen die anders misschien stoppen met fietsen omdat ze hun fietsmakkers niet meer kunnen volgen. Je moet dat wel open en bloot doen, zonder de motor te verstoppen. Aerts: Vandaag verkopen we al elektrische mountainbikes. De elektrische koersfietsen zijn voor 2019. De startprijs zal ongeveer 3000 euro bedragen. Aerts: De motor ondersteunt tot 25 kilometer per uur. Als je tot 45 kilometer per uur gaat, heb je te maken met andere homologatieregels. Aerts: Dat is jammer. Ik rij als wielertoerist ook makkelijk 30 tot 35 kilometer per uur - zonder motortje, hè. (lacht)Aerts: Ik begrijp hen. Fietsers moeten zich houden aan de regels, maar hun plaats is wel op een veilig fietspad en niet op de weg tussen roekeloze autobestuurders. Aerts: Absoluut. Een groot deel van de Vlamingen werkt op fietsafstand van zijn woning. Als iedereen die op twintig kilometer of minder van zijn werk woont de fiets zou nemen, halveer je de files. België had lange tijd een achterstand qua goede fietspaden, maar ondertussen is de overheid in gang geschoten. Er wordt meer geïnvesteerd in fietspaden, fietssnelwegen en in fietsvergoedingen. Het kan nog beter, maar we zijn op de goede weg. Aerts: 'Gewoon' staat niet in ons woordenboek, maar we gaan wel stadsfietsen bouwen. We hebben onlangs beslist om naast Ridley en Eddy Merckx nog een derde eigen merk te lanceren in september 2018. Daarin mikken we op het topsegment van de comfortabele e-bike. Bij onze e-bikes zul je niet meer de snelheid instellen, zoals nu gebeurt, maar uw trapfrequentie. Je kunt dan bijvoorbeeld kiezen of je met je fiets 20, 30 of 40 omwentelingen wilt maken en de motor regelt dat voor u. Dat is een geweldig product en veel comfortabeler dan de huidige elektrische fietsen. Aerts: Dat klopt helemaal. We draaien een omzet van ongeveer 38 miljoen euro. Met de verwachte groei en het merk Eddy Merckx erbij zal dat volgend jaar bijna vijftig miljoen worden, maar ons doel is om dat te verdubbelen over vijf jaar. Dat is ambitieus, zonder pretentieus te willen zijn. We behouden zo wel de flexibiliteit van een klein bedrijf dat veel dichter bij de consument staat dan de grote Amerikaanse fietsmultinationals zoals Trek en Specialized, met elk een omzet van een miljard dollar. Ik vergelijk ons weleens met Omega Pharma, het vroegere bedrijf van Marc Coucke. Zijn slogan was 'apothekers voor apothekers'. Hier is het 'fietsers voor fietsers'.