Vorige maand trok Lotte Engels in Knack aan de alarmbel. Haar man Bart (37), die pas een jaar geleden te horen kreeg dat hij een vorm van dementie heeft, woont in een woonzorgcentrum en zij had geen idee hoe ze de facturen moest blijven betalen. Op financieel vlak worden mensen zoals Lotte in Vlaanderen aan hun lot overgelaten. Maar daar komt nu verandering in. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) maakt meer dan 3 miljoen euro vrij voor de residentiële zorg van mensen met jongdementie.

Een opname in een gespecialiseerd woonzorgcentrum met een betaalbaar perspectief kan vermijden dat een gezin verarmt.

Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn

Naar schatting 1800 Vlamingen hebben een vorm van jongdementie. Dat wil zeggen dat de symptomen van hun ziekte voor hun 65e de kop opsteken. De financiële gevolgen zijn enorm. Vooral omdat het vaak gaat om mensen die hun huis nog aan het afbetalen zijn en jonge of studerende kinderen hebben.

De problemen beginnen zodra de patiënt niet meer kan werken en van een uitkering moet leven. Aangezien het gemiddeld meer dan vier jaar duurt voor de juiste diagnose wordt gesteld, weten ze lange tijd niet waar ze aan toe zijn. Soms kiest de partner er noodgedwongen voor om een stuk van de mantelzorg op zich te nemen en dus minder te gaan werken, waardoor het gezinsbudget nog verder krimpt.

Maar echt precair wordt het pas als het tijd wordt voor een opname in een woonzorgcentrum. Dat kost al gauw 1800 tot 2200 euro per maand. Voor hoogbejaarden is dat al veel, maar zij hebben meestal niet veel andere kosten meer. Anders is het voor gezinnen met kinderen die nog huur moeten betalen of een hypotheek aflossen. Bovendien verblijven mensen met jongdementie vaak jarenlang in een woonzorgcentrum, terwijl dat bij ouderen gemiddeld nog geen twee jaar is.

Voor mensen met jongdementie die in een woonzorgcentrum verblijven, heeft Jo Vandeurzen nu dus een oplossing uitgewerkt. Om te beginnen, krijgen zij een forfaitaire financiële korting per dag op de factuur van het woonzorgcentrum. De geselecteerde woonzorgcentra, die gespecialiseerd zijn in de zorg en ondersteuning van mensen met jongdementie, krijgen daartoe een jaarlijkse werkingssubsidie.

Daarnaast zijn er ook middelen vrijgemaakt voor bijkomend personeel en voor kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning. 'De financiële toegankelijkheid van het woonzorgcentrum voor die specifieke doelgroep moet worden gevrijwaard', aldus Vandeurzen. 'Een opname in een gespecialiseerd woonzorgcentrum met een betaalbaar perspectief kan vermijden dat een gezin verarmt.'

Vorige maand trok Lotte Engels in Knack aan de alarmbel. Haar man Bart (37), die pas een jaar geleden te horen kreeg dat hij een vorm van dementie heeft, woont in een woonzorgcentrum en zij had geen idee hoe ze de facturen moest blijven betalen. Op financieel vlak worden mensen zoals Lotte in Vlaanderen aan hun lot overgelaten. Maar daar komt nu verandering in. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) maakt meer dan 3 miljoen euro vrij voor de residentiële zorg van mensen met jongdementie. Naar schatting 1800 Vlamingen hebben een vorm van jongdementie. Dat wil zeggen dat de symptomen van hun ziekte voor hun 65e de kop opsteken. De financiële gevolgen zijn enorm. Vooral omdat het vaak gaat om mensen die hun huis nog aan het afbetalen zijn en jonge of studerende kinderen hebben. De problemen beginnen zodra de patiënt niet meer kan werken en van een uitkering moet leven. Aangezien het gemiddeld meer dan vier jaar duurt voor de juiste diagnose wordt gesteld, weten ze lange tijd niet waar ze aan toe zijn. Soms kiest de partner er noodgedwongen voor om een stuk van de mantelzorg op zich te nemen en dus minder te gaan werken, waardoor het gezinsbudget nog verder krimpt. Maar echt precair wordt het pas als het tijd wordt voor een opname in een woonzorgcentrum. Dat kost al gauw 1800 tot 2200 euro per maand. Voor hoogbejaarden is dat al veel, maar zij hebben meestal niet veel andere kosten meer. Anders is het voor gezinnen met kinderen die nog huur moeten betalen of een hypotheek aflossen. Bovendien verblijven mensen met jongdementie vaak jarenlang in een woonzorgcentrum, terwijl dat bij ouderen gemiddeld nog geen twee jaar is. Voor mensen met jongdementie die in een woonzorgcentrum verblijven, heeft Jo Vandeurzen nu dus een oplossing uitgewerkt. Om te beginnen, krijgen zij een forfaitaire financiële korting per dag op de factuur van het woonzorgcentrum. De geselecteerde woonzorgcentra, die gespecialiseerd zijn in de zorg en ondersteuning van mensen met jongdementie, krijgen daartoe een jaarlijkse werkingssubsidie. Daarnaast zijn er ook middelen vrijgemaakt voor bijkomend personeel en voor kwaliteitsvolle zorg en ondersteuning. 'De financiële toegankelijkheid van het woonzorgcentrum voor die specifieke doelgroep moet worden gevrijwaard', aldus Vandeurzen. 'Een opname in een gespecialiseerd woonzorgcentrum met een betaalbaar perspectief kan vermijden dat een gezin verarmt.'