Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

'Er is een theorie', vertelde Jill Mathieu me, 'dat creativiteit werkt als velcro. Je hebt haakjes en oogjes nodig. Een beeld roept een woord op, je voegt twee woorden samen en krijgt iets anders. Die haakjes en oogjes verzamel je door te kijken, te ervaren, te leven. Als die verbindingen werken, als een combinatie van woorden in al zijn eenvoud een heel nieuwe wereld oproept, dat is, ja, dat voelt als...' 'Een orgasme?' 'Welja, bijna.' Mathieu had het uitgeproest. 'Het is in ieder geval een fijne plek om te zijn.' We zaten op een bank, verscholen tussen de exotische bomen in de plantentuin van Gent, en bijna vanzelfsprekend drong de associatie zich op tussen de liefde voor taal die Mathieu verwoordde en seksueel genot. Om me voor te bereiden op het gesprek had ik naar porno geluisterd, verhalen om bij klaar te komen die Mathieu schreef en professioneel liet inspreken voor de podcast Vruchtvlees. Ik wilde het daar met haar over hebben. Maar dat was niet het enige. Onderweg van het station naar de plantentuin had ik een flard van een roze affiche aan een reclamezuil zien wapperen. Van alle woorden die er ooit op stonden, bleef alleen 'Ik' over. Ook dat was een project geweest van Mathieu en ink., haar collectief van copywriters. Tijdens de eerste lockdown bedolven ze de stad onder medeleven door affiches te verspreiden met amper drie woorden: 'Ik u ook.' Ze vatten samen wat we voelden en wie we wilden zijn. Het creatieproces was zo'n wonderlijk moment waarop de juiste woorden op hun plaats vielen. Op een appje met 'Ik ook?' volgde: 'Ik u ook.' 'Simpel. Helder. We wisten: dat is het.' Dat bedoelde Mathieu toen ze het over velcro had.Wilden jullie collectief troosten? Jill Mathieu: Ik vind het grappig als mensen me nu aanspreken over 'die campagne'. Het wás geen campagne. Een campagne veronderstelt een plan en dat was er niet. We hebben gewoon posters en briefkaarten gedrukt. We hoopten dat mensen de briefkaarten naar hun oma zouden sturen om haar een gelukkige verjaardag te wensen, maar plots nam het proporties aan die we niet hadden voorzien. We kregen massaal veel bestellingen binnen, mensen belden ons op om ons te bedanken... Een vriend van me is verpleger. Hij had onze kaartjes in de lockers van al zijn collega's gelegd, en vertelde ons hoeveel deugd ze daarvan hadden omdat iedereen kapot was. Dat raakte me zo dat ik ben beginnen te huilen. Ik had de impact onderschat. Wat op zich gek is, want ik ben de eerste om te roepen dat woorden een grote invloed hebben op hoe je denkt en wie je bent. Op de poster die ik zag, bleef alleen de 'Ik' over. Het is misschien wel tekenend voor de kering van het gemoed die zich heeft voorgedaan. Mathieu: Soms heb ik bijna heimwee naar die eerste lockdown. We zijn zo snel zo zuur geworden. Blijkbaar kunnen we geen langdurige onzekerheid aan, waardoor we ons heil zoeken in complottheorieën. Ik besef hoe langer hoe meer hoe weinig we eigenlijk weten, en ik vind dat best een geruststellende gedachte. Het doet me denken aan het moment waarop ik besefte dat mijn ouders ook geen idee hadden waar ze mee bezig waren. Dat iedereen maar wat probeert in het leven. Het was een bevrijdend besef. Met Vruchtvlees maakte u audioporno: is dat ook een vorm van bevrijding? Mathieu: Veel van wat ik doe, schrijft zich misschien in in een strijd - voor vrouwenrechten, voor seksuele bevrijding, voor minder schaamte - maar daarom is het niet mijn strijd. Meestal zijn mijn motieven egoïstischer. Ik was het beu om door de smurrie aan porno op internet te ploeteren om iets te vinden dat níét afstotelijk was. Tot ik een paar jaar geleden op Dipsea belandde, een website met pornografische audioverhalen. Het blijft pornografie, het is gemaakt om iemand te doen klaarkomen, maar doordat het visuele wegvalt en je niet wordt afgeleid door valse nagels of lichamen die al te fake zijn, krijg je de vrijheid om het zelf in te vullen. Bovendien babbelt er iemand in je oor, wat best intiem is. Het cliché wil dat audioporno beter aansluit bij wat vrouwen willen. Mathieu: Puur gebaseerd op de mails die we krijgen, zou ik zeggen dat iedereen luistert. Jong, oud, man, vrouw. Ik heb een gek inzicht gekregen in de onderbuik van Vlaanderen. Soms iets te veel inzicht zelfs, waardoor ik ook heb geleerd dat preutsheid vaak niet meer dan een dun vernislaagje is. Op de website van Vruchtvlees vraagt u bezoekers ook om te laten weten wat ze graag willen horen. Hebben ze zich massaal blootgegeven? Mathieu: Verrassend genoeg wel. Allemaal hebben we blijkbaar onze fantasieën en goestingskes die we niet altijd durven te uiten of die niet vervuld worden, en die we dus via andere kanalen hopen te beleven. Overspel is bijvoorbeeld echt een thema. Ik denk dan: als mensen voldoening halen uit het idee zonder het te moeten uitvoeren, is dat best oké. Wat nog? Lesbische seks. Voetfetisjisten met soms zeer specifieke vragen, zoals hoge hakken op tepels. En bondage. Echt veel bondage. In de aanloop naar Vruchtvlees had ik al breed rondgevraagd wat mensen wilden horen. Ik ontdekte: wat je wilt horen, is niet noodzakelijk wat je zelf graag doet. Iemand zei me bijvoorbeeld dat ze alleen naar lesbische porno kijkt. Niet omdat ze ervan droomt seks te hebben met een vrouw, maar als ze érgens naar kijkt, is het dat. Er valt geen lijn in te trekken. Er is echt wel een reden waarom er op pornowebsites zo veel categorieën zijn. Er zijn zo veel verschillende dingen die mensen opwinden. We zijn allemaal een beetje raar op dat vlak. En misschien moeten we het daar gewoon over eens zijn. Dat je die raarheid mag hebben. Is seksualiteit altijd zo vanzelfsprekend geweest voor u? Mathieu: Ik ken weinig schaamte. Natuurlijk heb ik de fase doorgemaakt waarin je jezelf complexen aanpraat over je eigen lichaam, maar dat is ook weer weggeëbd. Thuis was seks een gewoon gespreksonderwerp. Mijn moeder is dierenarts en is zelf opgegroeid in een familie van dokters. Op mijn vierde kon ik uitleggen hoe kindjes werden gemaakt. Dat dat proces plezierig was, had ik toen nog niet begrepen. Mijn pa was dan weer heel open over zijn seksleven. Mijn ouders zijn gescheiden en hij had geregeld een nieuw lief. Hij liep ook vrolijk bloot door het huis. Het is ook bij hem, denk ik, dat ik een eerste glimp van softporno heb opgevangen. Hij was op de bank in slaap gevallen en Canal+ stond nog op. Er passeerde een blote borst op het scherm. Ik vermoed van Emmanuelle. Ook later heb ik altijd mensen in de buurt gehad die met een of ander project bezig waren waar lichamelijkheid een belangrijke rol in speelde. Tijdens mijn studie journalistiek raakte ik bijvoorbeeld betrokken bij Poupi Whoopy, een grappig blootblad gemaakt door een bevriend koppel. Hij was fotograaf, zeefdrukker, decorbouwer; zij was make-upartieste. Hij fotografeerde hun vrienden naakt in lichtjes absurde settings. Dat waren altijd geweldig amusante shoots. Ik ijverde er ook voor dat er naakte mannen in stonden. Maar de rest van de wereld was het daar duidelijk niet mee eens: dat bloteherenboekje verkocht voor geen meter. Naakte mannen zijn echt moeilijk in de markt te zetten. Maar goed, wat me van die tijd vooral is bijgebleven, is de ongedwongenheid. Iedereen was op zijn gemak. Er was niets erotisch of giecheligs aan. Je kon bij wijze van spreken in je blootje staan, een kop chocomelk dringen en hallo zeggen tegen het kind van de fotograaf dat passeerde. Zat er ook een idee achter? In de zin van: 'Laten we blij zijn met ons lijf'? Mathieu: Het principe van zeepfabrikant Dove? Misschien wel, maar niet uitgesproken. Ik denk trouwens niet dat dat klopt, dat alle lichamen mooi zijn. Sommige lichamen zijn lelijk, en dat is niet erg. Verder moet ik toegeven dat wat ik doe nooit expliciet vertrekt vanuit een feministisch statement. Vruchtvlees, Poupi Whoopy of de burleske avonden die ik jaren geleden mee organiseerde met de burleske stripteaseshow Hotel Jarretelle: het vloeit allemaal voort uit een persoonlijk verlangen of een fascinatie. Ik vond dat burleske, bijvoorbeeld, een intrigerende wereld met een eigen esthetiek. Het heeft iets verleidelijks zonder geil te zijn, en als vrouw beslis je zelf wat er gebeurt of hoever je gaat. Het is een spel, en dat is toch een verschil met een striptease in een tietenbar. Ik begrijp dat mensen dat burleske zien als een soort bevrijdingskreet. En als het vrouwen meer zelfvertrouwen heeft gegeven, ben ik daar blij om. Maar mijn primaire doel was het dus niet. Het lijkt alsof u heerlijk ongecompliceerd door het leven glijdt. Mathieu: Ik heb een vroege les gekregen in zien wat belangrijk is. Ik was vijfentwintig, belandde in het ziekenhuis en kreeg van de arts te horen: 'Als je een dag langer had gewacht, had je het niet gehaald.' Wat was er gebeurd? Mathieu: Een dubbele longembolie. Een bloedklonter in beide longen. Ik had al twee dagen pijn in mijn zij. De derde dag kon ik niet meer rechtstaan. Het was zondagochtend en ik ging naar de spoedafdeling, maar het was het slechtst denkbare moment om je aan te melden. De eerste vraag was: ' Meiske, wat heb je gepakt?' 'Niets, ik zit al twee dagen thuis.' Het heeft me maanden gekost om te recupereren. De eerste week in het ziekenhuis moest ik na drie happen eten al uitrusten. Een derde van de capaciteit van mijn linkerlong ben ik voorgoed kwijt. Dat was een stevige klap in mijn gezicht. Ik had nooit iets voorgehad, beschouwde mijn lichaam als iets vanzelfsprekends, verzorgde het niet - en plots word je met de neus op je eindigheid geduwd. Ik had tot dan vooral hard gewerkt. Het was de periode waarin we met Radio Modern hoogdagen beleefden. We organiseerden dansavonden in de geest van de jaren 1950. Dat project was groter geworden dan we ooit hadden gedacht. Ik heb sowieso de neiging om veel te veel hooi op mijn vork te nemen en op ieder project te springen waar ik enthousiast van word. 'Dat', heb ik toen tegen mezelf gezegd, 'gaan we niet meer doen.' Plots zie je dat helder voor je. Een paar mensen in je leven zijn belangrijk. Met hen moet je je tijd doorbrengen, en de rest doe je in functie daarvan. Niet omgekeerd. Ik kan me voorstellen dat zo'n les desondanks vervaagt en de agenda het na een tijd weer overneemt. Mathieu: Toch train ik me erin. Op weekdagen is mijn agenda mijn metronoom, maar in het weekend kan ik alle stekkers uittrekken. Dan gaan mijn lief en ik naar het tiny house dat we gebouwd hebben en dat in een tuin in de buurt van Deinze staat. Zeggen dat je daar in een andere wereld belandt, is overdreven - het is maar Deinze - en toch doet het iets met de tijd en hoe je die ervaart. We hebben in dat huisje geen internet, geen tv, alleen boeken, kranten, elkaar en binnenkort ons kind. Je kijkt daar uit op bomen in plaats van huizen, en alleen al daardoor beland je in een ander ritme. Onbereikbaar zijn, is dat voedsel voor de geest? Mathieu: Alles wat me in het nu doet zijn en me uit mijn gedachtetrein haalt. Vijf dagen wandelen in de bergen, het handvol mensen om me heen met wie ik kan praten en bij wie stiltes nooit gênant zijn, lezen... Seks? Mathieu: 'Voedsel' is daar niet het juiste woord voor. Seks kan kalmerend zijn of een soort stilte creëren in je hoofd. Je moet je eerst heel hard concentreren om dan tot een ontlading en totale rust te komen. In die zin is seks vergelijkbaar met meditatie. Daarbij richt je je op je adem. In, uit, in, uit. Achthonderd keer na elkaar - en dan is er ineens 'niets'. De focus is dezelfde, maar seks is wel plezieriger dan mediteren. Maar ik heb u onderbroken. 'Lezen', zei u. Mathieu: Ja, als ik twee minuten niets te doen heb, ben ik aan het lezen. Ik kan zo blij zijn met fictie. Mijn liefde voor taal is groot en die is volgens mij deels genetisch bepaald. Mijn grootmoeder van zevenennegentig is gewoon goed met taal. Ze is tot haar veertiende naar school geweest maar ze schrijft nog altijd brieven, ze gebruikt geen grote woorden, maar haar gevoel voor ritme is uitmuntend. Ik vind dat schoon omdat ze er niet naar zoekt of streeft, ze voelt intuïtief aan dat ze er iets mee kan. Zelf denk ik dat ik de kracht van taal ontdekt heb toen ik als twaalfjarige naar school trok in Brussel en een plek voor mezelf wilde vinden. Mijn moeder zegt altijd: tot je twaalfde was je heel lief, en toen kreeg je een grote mond. Probeert u als copywriter een verschil te maken in deze wereld? Mathieu: Met ink. aanvaarden we opdrachten volgens het Pinokkio-principe: hoe meer we moeten liegen en marketingtrucs bovenhalen om van een briefing iets te maken, hoe kleiner de kans dat we eraan beginnen. En hoe meer ik voel dat klanten menen wat ze doen, hoe liever ik hun verhaal in de juiste woorden verpak. Wat als pakweg oliebedrijf Exxon jullie vraagt om te tonen hoe goed zij de klimaatcrisis aanpakken? Mathieu: Dat is een moeilijke. Ik heb al in zulke gesprekken gezeten. Een aluminiumproducent vroeg ons een duurzaamheidsrapport te schrijven waaruit vooral moest blijken hoe goed aluminium was, omdat het recycleerbaar is. Dat is waar, dacht ik tijdens de briefing, maar de productie van aluminium is enorm vervuilend. Gaan we dat gewoon verzwijgen? Ik stelde voor om er op z'n minst eerlijk over te zijn - en heb de opdracht niet gekregen. Eerlijkheid werd niet gewaardeerd? Mathieu: Soms gebeurt dat wel, hoor. Maar ik vrees dat we het woord 'duurzaamheid' zo hebben uitgehold dat het leeg is geworden. Het is misbruikt, kapot, ligt in een hoekje te huilen. We moeten het nu lang met rust laten, zodat het weer eigenwaarde kweekt en we over twintig jaar nog eens kunnen zeggen: 'Ik wil iets duurzaams op poten zetten. Iets dat blijft duren zonder te vervuilen.' Zijn er nog woorden die we beter laten rusten? Mathieu: Bubbel. Dat is het voorbije jaar mismeesterd. Het is nu echt wel kapot.