Dikke mannen die pijltjes naar een bord gooien: het ligt niet voor de hand om er de schoonheid van te zien. Toch willen we u in de aanloop naar het WK in de mythische Lakeside Country Club graag inwijden in de kunst van het darten.
...

Dikke mannen die pijltjes naar een bord gooien: het ligt niet voor de hand om er de schoonheid van te zien. Toch willen we u in de aanloop naar het WK in de mythische Lakeside Country Club graag inwijden in de kunst van het darten. Drie ijzersterke troeven maken het dartspel onweerstaanbaar. Eén: het is altijd spannend. Een wedstrijd bestaat uit sets, sets zijn weer opgedeeld in legs. Spelers winnen een leg door zo snel mogelijk van 501 punten naar 0 te gooien. Ze moeten eindigen op een 'dubbel', een lastige worp in de buitenste ring van het bord of midden in de roos. Hoog scoren in het begin betekent dat je op het eind van de leg meer kansen krijgt om het af te maken. Als de ene speler mist, is de andere nooit ver weg om daarvan te profiteren, en zelfs de meest ervaren topper krijgt op sommige momenten de bibber. Het heeft iets van een beslissende penaltyreeks, maar dan met bierbuiken. Of darten een sport mag worden genoemd, is een aparte discussie. Maar de niet zo atletische atleten, die recht uit de kroeg lijken gestapt, zijn troef nummer twee. Columnist Thomas Hogeling verwoordde het fraai in de Volkskrant: 'Sport is mooi als de underdog wint. Het fijne aan darts is dat de underdog altijd wint, want er doen eigenlijk alleen maar underdogs mee.' De derde troef is het altijd enthousiaste dartpubliek dat er graag een dol feest van maakt. Men joelt, gooit met bier en is verkleed als was het Aalst Carnaval. 180 is de maximumscore per beurt van drie pijltjes. De scheidsrechter roept dan langgerekt ' Wann-hunredan'ehtee!' en de zaal wordt gek. Een dartwedstrijd zien en níét meeleven: je hebt er een hart van staal voor nodig. Dit keer is er nog een extra reden om te supporteren, want er doet een Belg mee aan het WK - misschien worden het er zelfs twee, want Roger Janssen kan zich nog plaatsen via de kwalificaties. Jeffrey Van Egdom (31) is al zeker van het hoofdtoernooi. De metaalarbeider uit Heist-op-den-Berg begon met darten om zijn broer op z'n plaats te zetten. 'Hij zei dat er één ding is dat hij beter kon dan ik, namelijk darten. Maar zodra ik mijn eigen pijltjes kocht, heeft hij nooit meer een partijtje gewonnen', grinnikt Van Egdom. 'Mijn toenmalige vriendinnetje woonde in de buurt van een dartscafé. Af en toe deed ik mee aan een toernooitje, zonder potten te breken. Eén keer klopte ik een bekende speler, zonder te weten dat ik een topper tegenover me had. Daar kreeg ik zo'n adrenalinestoot van dat ik plots toernooi na toernooi won. Toch was ik altijd een caféspeler gebleven, ware het niet voor die ene toevallige ontmoeting in Torremolinos.' Daar leerde Van Egdom de cafébaas van Café De Wijck uit Beverwijk, Noord-Holland, kennen. Die stelde voor om hem één volledig seizoen te sponsoren. 2018 zou de Kempense darter maken of kraken. Hij ontgoochelde niet. 'Ik haalde op alle toernooien de hoofdtabel en plaatste me gelijk voor het WK.' U hebt het afgelopen jaar in Zweden, Roemenië, Spanje en the Isle of Man gedart. Dat zal wat kosten. Jeffrey Van Egdom: Reken op zo'n 10.000 euro per jaar, voor reiskosten en inschrijvingsgeld. Zonder de sponsoring van Café De Wijck was ik er nooit aan begonnen. De premies die ik onderweg verdien, investeer ik weer in andere toernooien. Maar om geen verlies te maken, moet je al erg veel prijzengeld winnen. Alleen als ik een zeer goed WK speel, hou ik er iets aan over. Om dit ene jaar alles op darts te kunnen zetten, heb ik verlof moeten nemen, voor een groot stuk onbetaald. Dat kun je natuurlijk geen jaren aan een stuk doen. Ook familiaal niet: ik was vaak weg van mijn gezin en als ik thuis was, zal ik niet de meest aangename vader zijn geweest. De stress, hè. Deze kans komt maar één keer langs. Er zal niet elk jaar iemand zeggen: 'Hier is 10.000 euro, ga ervoor.' En nu het WK. In de eerste ronde komt u uit tegen Scott Waites. Een zware loting: Waites is tweevoudig wereldkampioen. Van Egdom: Hij is dé favoriet, maar zo heb ik het graag. Waites zal denken dat hij gunstig heeft geloot en tot op de dag van de match laat ik hem in die waan. De man komt wat arrogant over, eerlijk gezegd. Ik ga hem een pittigere wedstrijd bezorgen dan hij verwacht. Ik heb hem bestudeerd. Als je Waites constant onder druk zet, kraakt hij. Ik hoop maar één ding: dat ik niet uitgerekend tegen Waites een offday heb. Ik heb het al meegemaakt, zo'n kansloze nederlaag waarin je geen pijl raak gooit. Je krijgt het gevoel dat de mensen je uitlachen. U niet laten afleiden door het publiek, wordt dat de grootste uitdaging op het WK? Die biertafels, het gejoel, de carnavalssfeer: het lijkt me niet makkelijk om daar rustig onder te blijven. Van Egdom: Ik heb er nog niet gestaan, maar ik denk dat ik daar weinig last van zal hebben. Als het goed gaat, hoor of zie je het publiek niet. Je zit in een cocon. Pas als je mist, krijg je aandacht voor de fans. Als dat gebeurt, ben je verloren. Niet te veel nadenken en gewoon gooien is de beste manier om je zenuwen in bedwang te houden. Soms zie je darters die een hele match geen pijl missen volledig instorten zodra de overwinning in zicht komt. Van Egdom: Als ik in de flow zit, weet ik nog voor ik gooi dat het raak is. Maar die staat van genade kan ook zo weer weg zijn. Pijltjes gooien kunnen de betere darters allemaal. Je zou eens moeten zien welke gemiddelden er op de trainingsvloer worden gegooid. Maar zodra hij op het podium klimt, werpt elke darter minder goed. Alleen de allerbesten halen in competitie hetzelfde niveau. Hoe zit dat bij u? Van Egdom: In principe word ik beter van een beetje druk, maar het laatste half jaar twijfel ik aan mezelf. Ik begon na te denken over dingen die vanzelf moeten gaan, zoals hoe ik voor het bord sta of zelfs hoe ik werp. Ik kan dagen hebben dat niks lukt en dagen dat ik 180'ers gooi zonder met de ogen te knipperen. Dat is niet goed. Een topdarter presteert constant en aarzelt niet. Ik sukkel met de fysiek, dat helpt ook niet. Ik heb rugklachten en jicht in mijn voet. Slechte timing, maar het is niet anders. De toppers schijnen er ook meesters in om tegenstanders uit hun concentratie te halen. Van Egdom: Die durven dat, ja. Ze gaan bijvoorbeeld extra traag werpen, terwijl de ander net in zijn ritme zit. Of ze lopen je rakelings voorbij als ze hun pijltjes van het bord halen. Onbewust schuif je op, waardoor raak gooien veel lastiger wordt. Zeker de groentjes laten zich vangen. Verbale intimidatie komt weinig voor. De jongens bij wie dat werkt, houden het meestal niet lang vol. Stel je voor dat Scott Waites mij voor de match komt uitdagen: ik zou er eens mee lachen. Het zou me zelfs helpen, want ik dart beter als ik een beetje kwaad ben. Ik ben zo'n type dat eerst met 3-0 moet achterstaan voor ik goed begin te werpen. Zelf met 5-0 winnen gebeurt zo goed als nooit. Onbewust heb ik medelijden met tegenstanders die zwaar verliezen, denk ik. Er bestaan twee dartbonden die elk een eigen WK organiseren: de British Darts Organisation (BDO) en de Professional Darts Corporation (PDC). Waar zit het verschil? Van Egdom: Ik speel in de BDO. Dat is de oudste bond, met de grootste traditie. De PDC is groter en professioneler, er zit veel meer geld achter. De PDC-top 30 kan van het darts leven, in de BDO zijn het allemaal semiprofs. Scott Waites, toch een naam in het wereldje, verdient de kost als timmerman. De betere BDO-spelers stappen vroeg of laat over naar de PDC, waardoor het niveau bij die bond hoger ligt. Het geld, hè. De wereldkampioen van de PDC verdient in één klap een half miljoen pond (556.000 euro). De wereldkampioen van de BDO boert anders ook niet slecht. Wie wint op de Lakeside gaat met 100.000 pond (111.000 euro) naar huis. Droomt u daarvan? Van Egdom: Vijf matchen winnen en het is binnen. ( lacht) Ik droom daarvan, ja, want het kán. Die ene week kan mijn leven veranderen. Ik ga niet naar het WK met het idee: blij dat ik erbij ben. Nee, dan heb je al op voorhand verloren. Jelle Klaasen is darter en geheelonthouder. Hij klaagt het grote alcoholmisbruik in het darts aan en noemt dat zelfs een vorm van doping. Hoeveel drinken jullie voor een match? Van Egdom: Iedere darter drinkt, anders bibber je uit je broek. Je hebt iets nodig om de zenuwen te onderdrukken en alcohol werkt daar uitstekend voor. Maar hoeveel wij drinken? Ik kan er geen cijfer op plakken. Op de Finder Darts Masters, het laatste grote toernooi waaraan ik deelnam, heb ik in twee dagen tijd voor 300 euro opgedronken. Dat meent u niet. Van Egdom: Het was er vrij duur. ( lacht) Jammer genoeg had ik mijn drankverbruik slecht gemanaged, daardoor viel dat toernooi tegen. Vrijdag dronk ik gewoon bier, maar het was Heineken. Ik speelde om tien uur 's avonds en ben vanaf drie uur volop in het bier gevlogen, maar ik werd maar niet zat. Gevolg: ik daverde van het podium. Met 5-0 verloren. 's Anderendaags zette ik de grote middelen in: op mijn hotelkamer begonnen met Cointreau-icetea, gevolgd door een flesje cava en Bacardi Rum. Ik was ladderzat, maar de zenuwen waren weg: 5-4 verloren, na een spannende match. En er is geen enkele andere manier om die focus te vinden? Yoga of zo? Van Egdom: Dat heb ik nog niet geprobeerd, maar ik denk dat ik meer nodig heb. Ik ben bescheiden, waarschijnlijk te bescheiden. Als ik gedronken heb, voel ik me onoverwinnelijk. Dan denk ik: Scottje Waites, tweevoudig wereldkampioen of niet, daar is de deur. Als ik nuchter ben, durf ik dat amper hardop te zeggen. Zonder alcohol hóóp ik dat mijn pijltjes erin gaan. Ben ik totop mijn punt gedronken, dan wéét ik dat ze raak zijn. Drank is vloeibaar zelfvertrouwen. Bijna elke darter doet het zo. Ik ken er maar twee of drie die níét indrinken. Ervaren darters als Gary Robson, Tony O'Shea, Martin Adams zitten heel het toernooi lang halve liters te hijsen. Of neem Glen Durrant, de huidige wereldkampioen. Die begint eraan zodra de tap is geopend. Durrant drinkt de hele dag door: daar zie je niks aan en hij gooit wel een gemiddelde van honderd. Doe het maar na. Ik maak hier misschien niet de beste reclame voor het darts, maar zo gaat het er wel aan toe. Een darter die strak en fit staat: die is toch in het voordeel? Van Egdom: Zeker, dat beseffen we ook. Velen proberen gezonder te leven, maar dat ligt niet voor de hand. Je reist veel en slaatjes vind je op zo'n toernooi niet, er staan enkel hamburgerkramen. Vroeger was ik slanker en fitter, maar stilaan krijg ik een echt darterslijf. Ik moet er iets aan doen. Weeg ik twintig kilo lichter, dan zou het met mijn rug ook beter gaan. Is darts een sport? Van Egdom: Absoluut. In Nederland en Engeland is dat al lang geen discussie meer. Daar nemen ze darts ernstig. De betere Nederlandse darters maken zelfs kans om Sportman van het Jaar te worden. In België lachen ze met darts, maar er komt heus meer bij kijken dan gewoon maar wat pijltjes gooien. De uitdaging zit niet in het fysieke maar in het mentale, en de noodzakelijke fijne motoriek om die pijltjes te laten aankomen, is ook niet iedereen gegeven. Als darts geen sport is, dan golf ook niet. Het publiek is alvast overtuigd. Er kijken miljoenen mensen naar het WK. Het is ook prachtige televisie met dat splitscreen: op de ene helft zie je het dartbord, op de andere het van spanning vertrokken gezicht van de darter. Van Egdom: Met mijn kop is dat géén mooie tv. ( lacht) Ik ben een smoelentrekker, ik kan het niet laten. U hebt geen bijnaam, wat nochtans gebruikelijk is bij darters. Van Egdom: Ik wil er voorlopig geen. De grote kanonnen, zoals Martin 'Wolfie' Adams of Phil 'The Power' Taylor, verdienen een mooie cent aan hun bijnaam, via merchandising. Peter 'Snakebite' Wright, die zijn hanenkam elk toernooi in een nieuwe tint kleurt, trekt het nog een niveau hoger. Wright draagt speciale golfbroeken in de meest onmogelijke kleurencombinaties. Hij krijgt daar boetes voor, maar zijn sponsor betaalt die met plezier. Dat zijn darters met een groot palmares, ik kom nog maar kijken. Dan zou ik het toch gênant vinden om naar de Lakeside te gaan met een eigen kraampje. De grote mannen kennen me nog niet goed en wie weet lig ik er in de eerste ronde wel uit. Beter bescheiden blijven. Stel nu dat ik het WK zou winnen: ja, dan kies ik ook een bijnaam. Darters hebben ook eigen intromuziek wanneer ze opkomen, zoals boksers. Bij mij is dat het nummer Melody van Dimitri Vegas & Like Mike. Eigenlijk ben ik fan van Metallica, maar ik vond geen goed stukje. Een spelletje uitgooien met negen pijltjes is het hoogste in darts, vergelijkbaar met een 147 in snooker of een hole-in-one in golf. Hebt u al ooit in competitie een negendarter gegooid? Van Egdom: Nee, ik blijf altijd steken op de laatste pijl. Eén keer ketste hij af op de ijzerdraad: pure pech. Mijn mooiste herinnering is een ninedarter die ik op café gooide bij een training met Kim Huybrechts, een van Belgiës beste darters. Kim had arrogant aangekondigd dat hij wel eens even een negendarter ging werpen, maar het mislukte al na een paar pijlen. Dus zei ik: 'Wacht, ik doe het je even voor.' En warempel. ( lacht) Bij elke pijl werd het café wilder en wilder. Een magisch moment. Beeld het u eens in dat u het op de Lakeside doet. Van Egdom: Dat zou een droom zijn. Met mijn eerste negen pijltjes, als het kan. ( lacht) Wat hoopt u te bereiken in het darts? Van Egdom: Ooit wereldkampioen worden. Dat ik op het WK sta, is een droom die uitkomt, maar ik ken mezelf: nu ik erbij ben, wil ik meer.