Wie zal kinderen met de smartphone leren omgaan? Toch niet de leerkracht die zélf tijdens de les zijn Facebook- en WhatsApp-account meent te moeten checken? Dat gezegd zijnde: zou een gemotiveerde onderwijzer de smartphone niet bewust kunnen inzetten in de les? (Alain Leuregans, Torhout)
...

Wie zal kinderen met de smartphone leren omgaan? Toch niet de leerkracht die zélf tijdens de les zijn Facebook- en WhatsApp-account meent te moeten checken? Dat gezegd zijnde: zou een gemotiveerde onderwijzer de smartphone niet bewust kunnen inzetten in de les? (Alain Leuregans, Torhout) Christine Wittoeck: Vroeger gebruikte je de media altijd in een duidelijke context: televisiekijken was een livegebeuren, de telefoon stond in de hal en de computer op het bureau. Door al die functies te verenigen, heeft de smartphone daar komaf mee gemaakt: je hebt alle mogelijkheden van het internet altijd en overal ter beschikking. Wil je bewust met die technologie omgaan, dan heb je duidelijke afspraken nodig, waaraan je de juiste positieve en negatieve consequenties verbindt. Voorbeeldgedrag is cruciaal, van ouders maar inderdaad ook van leerkrachten. Het lerarenkorps heeft daartoe wel meer info en begeleiding nodig. In scholen op Cyprus is er niet alleen een verbod op mobieltjes, de draadloze netwerken zijn daar ook uit alle schoolgebouwen verwijderd vanwege de gevaren van straling voor de gezondheid. (Leendert Vriens, Knegsel) Wittoeck: Het klopt dat steeds meer kinderen last hebben van concentratie-, leer- en gedragsproblemen door de elektromagnetische velden afkomstig van draadloze technologie. Die veroorzaken ook steeds meer gezondheidsklachten. Cyprus is niet het enige land met wifivrije scholen. Maar geen wifi betekent niet dat er geen connectiviteit is: je kunt ook via niet-draadloze toestellen lesgeven over internet, computers en digitale communicatie. Als een school de juiste middelen voorziet en lessen organiseert rond bewust werken en leven in een digitale wereld, hebben eigen mobiele telefoons op school geen meerwaarde. Mijn zoon, die 20 is en leider bij de KSA, merkt dat jongeren van 11 tot 15 jaar nog veel meer tijd aan hun smartphone besteden dan hij. Hij spreekt van een ware verslaving. Is dat ook zo? (Anne-Marie Bertels, Hasselt)Wittoeck: Ja. Apps hebben een effect op ons gelukshormoon: als we zien hoeveel ongelezen berichtjes we bijvoorbeeld op WhatsApp hebben, geeft ons dat onbewust voldoening. De nieuwsgierigheid naar de inhoud maakt dat we telkens gaan kijken en dat we vaker en vaker van ons brein het signaal krijgen: check die app! Mijn zoon is net 11 jaar geworden. Hij speelt met zijn vrienden, gaat sporten, noem maar op. Hij is ook handig met Spotify en games. Ik vind het goed dat hij die handigheid heeft, zolang hij niet overdrijft. Of zit ik verkeerd en moet ik hem daarin begrenzen? (Marc Boydens, Mechelen)Wittoeck: Het is absoluut een goede zaak dat kinderen digitale communicatie en technologie onder de knie hebben: in dit tijdperk kunnen we daar tenslotte niet meer omheen. Als uw zoon die vaardigheid combineert met sporten en buiten spelen, kan ik dat alleen maar toejuichen. Zijn er ook positieve kanten aan smartphonegebruik bij jongeren? Bijvoorbeeld op het vlak van communicatie met anderen buiten de schooluren? (Wim Annerel, Lokeren)Wittoeck: In mijn jeugd kon ik meer en betere contacten leggen dankzij de wonderen van de telefonie. Vandaag kun je dat met de smartphone, zolang je het bewust doet. Vraag, als ouder, aan je kinderen hoe ze communiceren - uit interesse. Maak de nodige afspraken over hun bereikbaarheid. Verwacht niet dat ze direct antwoorden als je hen belt of appt, want dan voed je het 'continu bereikbaar moeten zijn' en creëer je die verwachting ook tegenover hun vriendenkring. Digitale communicatie is ook ideaal om elkaar te helpen bij de voorbereidingen van een examen, of om samen een groepswerk te maken. Maar opnieuw: ook dan zijn afspraken absoluut noodzakelijk.