Elk jaar op 11 november herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog. Honderd jaar geleden zorgde die oorlog voor grote vluchtelingenstromen binnen Europa, waaronder ook anderhalf miljoen Belgen. "Nooit meer oorlog" is vandaag verder weg dan ooit. Wereldwijd zijn opnieuw miljoenen mensen op de vlucht voor oorlog, uitbuiting en geweld. De reacties in de gastlanden zijn gemengd. Er is solidariteit, maar ook afkeer en zelfs vijandigheid. Vaak wil men wel helpen, maar overheerst de angst voor het onbekende. En is men bang dat via deze weg terroristen ons land binnenkomen. Toch mogen we ons niet laten verlammen door deze angst. De Gezinsbond wil solidair zijn met vluchtelingen. Dat ligt volledig in de lijn van onze werking, gebaseerd op waarden als respect, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, solidariteit, verantwoordelijkheid en zorgzaamheid. De verdragen voor de mensen- en kinderrechten zijn ons vertrekpunt. Internationale verdragen regelen de opvang van vluchtelingen en die moeten we respecteren.

Onbekend is onbemind

Menig burger durft wel eens in de mond te nemen dat vluchtelingen hier niet thuishoren: ze spreken onze taal niet, komen uit een heel andere cultuur en kosten alleen maar geld. Vluchtelingen kiezen niet voor de oorlog in hun land. Zij kiezen niet voor de ellende waarin ze terechtkomen. Zij kiezen er enkel voor om die ellende te ontvluchten. Voor de Gezinsbond zijn vluchtelingenkinderen en -jongeren in de eerste plaats kinderen en jongeren, vluchtelingenouders blijven moeder of vader.

'Je kiest er niet voor om vluchteling te zijn, dat overkomt je. Geef hen dus een kans'

Kinderen die hier zonder familie te­rechtkomen, bevinden zich in een zeer precaire situatie. De situatie van de jongeren en kinderen in de pas ontruimde "jungle van Calais" was bijzonder verontrustend. In gans Europa zijn duizenden minderjarige vluchtelingenkinderen vermist. Dat vraagt om een andere reactie dan de onverschilligheid die we vandaag zien. Kinderen verdienen veiligheid en aangepaste opvang. Indien mogelijk moeten ze kunnen rekenen op gezinshereniging.

Volwaardige participatie, een utopie?

Investeren in de relatie tussen vluchtelingen en de lokale gemeenschap is een belangrijke stap naar een volwaardige integratie. Vluchtelingenkinderen hebben evenzeer nood aan een zinvolle vrijetijdsbesteding, ook tijdens de asielprocedure. Ook hun ouders moeten hiervan gebruik kunnen maken en een opleiding kunnen genieten.

Vluchtelingenkinderen moeten ook terechtkunnen in de reguliere kinderopvang en het onderwijs. Psychologische bijstand is essentieel opdat vluchtelingen ten volle aan hun integratie kunnen werken. Zij moeten het psychologische trauma dat ze met zich meedragen, kunnen verwerken. Tegelijkertijd moeten we waakzaam zijn voor de draagkracht van de gemeenschap, bijvoorbeeld door voldoende bijkomende schoolcapaciteit te creëren.

Recht op onderwijs in de praktijk

Bijkomende middelen van de Vlaamse overheid moeten scholen met een groeiend aantal anderstalige kleuters (niet enkel kinderen van vluchtelingen) extra ondersteuning bieden. Broodnodig, maar zeker niet voldoende. In het basis- en secundair onderwijs krijgen de scholen onder bepaalde voorwaarden middelen en extra lestijden voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, het zogenaamde Okan-onderwijs. Er is ook een regeling getroffen voor vervoer van opvangcentra naar scholen en in bepaalde gevallen kunnen tijdelijk mobiele units voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen worden voorzien.

Naast deze maatregelen zien we ook veel extra en vaak vrijwillige inzet van leerkrachtenteams waardoor kinderen van vluchtelingen in ons land op school meer kansen krijgen. Het Okan-onderwijs biedt een instap, maar is vaak niet voldoende om anderstalige kinderen op korte tijd alle nodige vaardigheden mee te geven om aan te sluiten in de gewone klas en om ook in het hoger onderwijs mee te kunnen. Vervolgtrajecten en een sterkere ouderbetrokkenheid blijven belangrijk.

Bijzondere kwetsbaarheid vraagt bijzondere maatregelen

Migranten moeten twee jaar in ons land verblijven alvorens ze recht hebben op kinderbijslagen. De Gezinsbond vindt de uitzondering voor vluchtelingen, die direct recht hebben op kinderbijslag, verantwoord. Zij bevinden zich immers in een bijzonder kwetsbare situatie, ook financieel. Als gezinsorganisatie namen wij in het verleden steeds positie in tegen kinderarmoede en formuleerden voorstellen om kinderarmoede tegen te gaan, ongeacht de reden of oorsprong van het armoedeprobleem.

Recht op wonen voor iedereen

Erkende vluchtelingen kunnen nog twee maanden in een opvangvoorziening verblijven, daarna moeten ze zelf een woning vinden, wat bijzonder moeilijk is. Deze bijkomende groep woningzoekenden legt de vinger op de wonde van het bestaande tekort aan sociale huurwoningen en betaalbare en kwalitatieve huurwoningen op de private markt. De woningnood van vluchtelingen kan voor extra spanningen zorgen op een reeds te krappe woningmarkt.

De crisissituatie mag er ook niet toe leiden dat bestaande kwaliteitseisen op het vlak van huisvesting worden afgezwakt. De Gezinsbond vraagt het beleid extra middelen in te zetten om de sociale huursector te versterken. Ook de private huursector heeft dringend nood aan extra impulsen voor uitbreiding. Dat komt zowel vluchtelingen als niet-vluchte­lingen ten goede.

Geef vluchtelingen tenminste de kans

Het is al te eenvoudig vluchtelingen te blijven aanzien als een last voor de maatschappij.

Wanneer iemand erkend wordt als vluchteling moet hij of zij maximale kansen en stimulansen krijgen om zich te integreren in onze samenleving. Zij hebben een warm onthaal nodig, een vriendelijk woord en een bemoedigend gebaar. Wij moeten naar hen luisteren, niet alleen naar de volwassenen, maar zeker ook naar de kinderen en jongeren. Zet je vooroordelen om in verdraagzaamheid, laat angst je oordeel niet bepalen. Werken aan begrip, is werken aan vrede.

Elke Valgaeren is dienstchef van de studiedienst van de Gezinsbond.

De Gezinsbond ondersteunt de campagne "Gastvrije Gemeente" van Vluchtelingenwerk Vlaanderen: www.gastvrijegemeente.be . Algemeen voorzitter Frans Schotte ondertekende de verklaring van Langemark: www.wakkervoorvrede.be

Elk jaar op 11 november herdenken we het einde van de Eerste Wereldoorlog. Honderd jaar geleden zorgde die oorlog voor grote vluchtelingenstromen binnen Europa, waaronder ook anderhalf miljoen Belgen. "Nooit meer oorlog" is vandaag verder weg dan ooit. Wereldwijd zijn opnieuw miljoenen mensen op de vlucht voor oorlog, uitbuiting en geweld. De reacties in de gastlanden zijn gemengd. Er is solidariteit, maar ook afkeer en zelfs vijandigheid. Vaak wil men wel helpen, maar overheerst de angst voor het onbekende. En is men bang dat via deze weg terroristen ons land binnenkomen. Toch mogen we ons niet laten verlammen door deze angst. De Gezinsbond wil solidair zijn met vluchtelingen. Dat ligt volledig in de lijn van onze werking, gebaseerd op waarden als respect, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, solidariteit, verantwoordelijkheid en zorgzaamheid. De verdragen voor de mensen- en kinderrechten zijn ons vertrekpunt. Internationale verdragen regelen de opvang van vluchtelingen en die moeten we respecteren. Menig burger durft wel eens in de mond te nemen dat vluchtelingen hier niet thuishoren: ze spreken onze taal niet, komen uit een heel andere cultuur en kosten alleen maar geld. Vluchtelingen kiezen niet voor de oorlog in hun land. Zij kiezen niet voor de ellende waarin ze terechtkomen. Zij kiezen er enkel voor om die ellende te ontvluchten. Voor de Gezinsbond zijn vluchtelingenkinderen en -jongeren in de eerste plaats kinderen en jongeren, vluchtelingenouders blijven moeder of vader. Kinderen die hier zonder familie te­rechtkomen, bevinden zich in een zeer precaire situatie. De situatie van de jongeren en kinderen in de pas ontruimde "jungle van Calais" was bijzonder verontrustend. In gans Europa zijn duizenden minderjarige vluchtelingenkinderen vermist. Dat vraagt om een andere reactie dan de onverschilligheid die we vandaag zien. Kinderen verdienen veiligheid en aangepaste opvang. Indien mogelijk moeten ze kunnen rekenen op gezinshereniging. Investeren in de relatie tussen vluchtelingen en de lokale gemeenschap is een belangrijke stap naar een volwaardige integratie. Vluchtelingenkinderen hebben evenzeer nood aan een zinvolle vrijetijdsbesteding, ook tijdens de asielprocedure. Ook hun ouders moeten hiervan gebruik kunnen maken en een opleiding kunnen genieten. Vluchtelingenkinderen moeten ook terechtkunnen in de reguliere kinderopvang en het onderwijs. Psychologische bijstand is essentieel opdat vluchtelingen ten volle aan hun integratie kunnen werken. Zij moeten het psychologische trauma dat ze met zich meedragen, kunnen verwerken. Tegelijkertijd moeten we waakzaam zijn voor de draagkracht van de gemeenschap, bijvoorbeeld door voldoende bijkomende schoolcapaciteit te creëren. Bijkomende middelen van de Vlaamse overheid moeten scholen met een groeiend aantal anderstalige kleuters (niet enkel kinderen van vluchtelingen) extra ondersteuning bieden. Broodnodig, maar zeker niet voldoende. In het basis- en secundair onderwijs krijgen de scholen onder bepaalde voorwaarden middelen en extra lestijden voor het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers, het zogenaamde Okan-onderwijs. Er is ook een regeling getroffen voor vervoer van opvangcentra naar scholen en in bepaalde gevallen kunnen tijdelijk mobiele units voor onderwijs aan vluchtelingenkinderen worden voorzien. Naast deze maatregelen zien we ook veel extra en vaak vrijwillige inzet van leerkrachtenteams waardoor kinderen van vluchtelingen in ons land op school meer kansen krijgen. Het Okan-onderwijs biedt een instap, maar is vaak niet voldoende om anderstalige kinderen op korte tijd alle nodige vaardigheden mee te geven om aan te sluiten in de gewone klas en om ook in het hoger onderwijs mee te kunnen. Vervolgtrajecten en een sterkere ouderbetrokkenheid blijven belangrijk. Migranten moeten twee jaar in ons land verblijven alvorens ze recht hebben op kinderbijslagen. De Gezinsbond vindt de uitzondering voor vluchtelingen, die direct recht hebben op kinderbijslag, verantwoord. Zij bevinden zich immers in een bijzonder kwetsbare situatie, ook financieel. Als gezinsorganisatie namen wij in het verleden steeds positie in tegen kinderarmoede en formuleerden voorstellen om kinderarmoede tegen te gaan, ongeacht de reden of oorsprong van het armoedeprobleem. Erkende vluchtelingen kunnen nog twee maanden in een opvangvoorziening verblijven, daarna moeten ze zelf een woning vinden, wat bijzonder moeilijk is. Deze bijkomende groep woningzoekenden legt de vinger op de wonde van het bestaande tekort aan sociale huurwoningen en betaalbare en kwalitatieve huurwoningen op de private markt. De woningnood van vluchtelingen kan voor extra spanningen zorgen op een reeds te krappe woningmarkt. De crisissituatie mag er ook niet toe leiden dat bestaande kwaliteitseisen op het vlak van huisvesting worden afgezwakt. De Gezinsbond vraagt het beleid extra middelen in te zetten om de sociale huursector te versterken. Ook de private huursector heeft dringend nood aan extra impulsen voor uitbreiding. Dat komt zowel vluchtelingen als niet-vluchte­lingen ten goede.Het is al te eenvoudig vluchtelingen te blijven aanzien als een last voor de maatschappij. Wanneer iemand erkend wordt als vluchteling moet hij of zij maximale kansen en stimulansen krijgen om zich te integreren in onze samenleving. Zij hebben een warm onthaal nodig, een vriendelijk woord en een bemoedigend gebaar. Wij moeten naar hen luisteren, niet alleen naar de volwassenen, maar zeker ook naar de kinderen en jongeren. Zet je vooroordelen om in verdraagzaamheid, laat angst je oordeel niet bepalen. Werken aan begrip, is werken aan vrede.Elke Valgaeren is dienstchef van de studiedienst van de Gezinsbond.