De Limburger reed een alerte koers, was één van de vier Belgen die mee was in de eerste waaier meteen na de start, maar miste net de slag toen de Italianen een coup pleegden en we een kopgroep van 13 kregen, met daarin enkel Yves Lampaert. Philipsen naderde nog tot op vijf seconden van dat groepje, waar toen net Lampaert aan kop sleurde. "Ik kreeg het gaatje net niet dicht", zei hij na afloop, "jammer, maar dat is een koers zonder oortjes. Als je communicatie hebt, heb je overzicht, zie je wat er gebeurt en dan kan Yves zich laten uitzakken of even niet meerijden vooraan, maar nu wist hij het niet en kom ik nog dicht, maar er net niet bij. Ik heb me nog dubbel geplooid, dacht nog even om aan die finish daar te sprinten en er zo naar toe te rijden. Maar uiteindelijk blaas ik mezelf helemaal op. Dat is pijnlijk, maar ik kan het niet ongedaan maken." Hij belandde in de tweede groep die zou sprinten om de ereplaatsen en werd elfde. "Ik zat wat ingesloten in die sprint en kwam er niet echt bij te pas. Maar goed, het deed er niet meer echt toe. Yves heeft er tegen die mannen het hoogst haalbare uitgehaald met zilver. We rijden wel een goede koers met de Belgen. We waren mee met vier in die eerste waaier. Rijdt Tim daar niet lek, dan heb je misschien een andere koers en draaien we wel mee met de Belgen in die groep van 30 en blijven we misschien weg. Dit was echt wel een harde koers, het was vrij pittig om na de Tour en mijn vakantie hier terug te komen. Ik voel toch wel dat mijn conditie niet 100 procent in orde is. Het ontbreekt me nog aan een paar procentjes." (Belga)