De eerste sneeuw kondigt barre tijden aan voor dieren in de natuur. Winter zorgt niet alleen voor vrieskou, eten wordt ook schaarser en de meeste dieren krijgen het steeds moeilijker om zichzelf en hun jongen te voorzien van voedsel. Alsof dat nog niet genoeg is, zorgt net dan de jacht voor heel wat bijkomende dierenellende. 'Duurzaam natuurbeheer' heet dit meestal. De natuur kent geen mededogen, maar sommige mensen doen er graag nog een schepje bovenop.

'Jagers doen liever zelf aan 'natuurbeheer' in plaats van het over te laten aan die vermaledijde vossen'

Ik heb zelf een grote afkeer van de jacht. Overlast en populatiecontrole -ervoor zorgen dat er niet te veel exemplaren leven van een bepaalde wildsoort- zijn volgens mij vooral excuses om te mogen knallen met geweren. Het beste bewijs daarvoor is de vossenjacht. Menige vos kan het niet laten om kippen weg te roven. Als een van je geliefde pluimdieren 's nachts niet tijdig op stok gaat en er een vos langskomt, is de kans inderdaad groot dat je 's morgens een horrortafereel aantreft. Er bestaan nochtans gemakkelijke oplossingen, zoals een gesloten nachthok. Maar het jagen op vossen is volgens wetenschappers ook contraproductief. Als je hen namelijk met hopen afschiet tijdens de winter -van de 30 000 individu's wordt er jaarlijks meer dan een derde afgeschoten- krijg je net meer en grotere worpen in het voorjaar. Dat leidt dan weer tot meer vosjes die eerst gevoed moeten worden en later zelf op rooftocht uittrekken. Een vicieuze cirkel dus.

Soorten uitroeien

Waarom jagen we er dan nog op? Onder andere omdat de vos een concurrent is voor... de jager om aan populatiecontrole te doen bij pakweg konijnen en fazanten. De jager doet liever zelf aan 'natuurbeheer' dan het over te laten aan de natuur zelf.

Jagers willen gewoon jagen, niet meer of minder. En toch is het te gemakkelijk om enkel te schieten op de jager. De jacht is een symptoom van hoe we als maatschappij omgaan met de natuur. Dieren worden getolereerd als buur, tot het niet meer past. Elke tuineigenaar maakt zich wel eens druk over een molshoop die een grasperk ontsiert. Gelukkig gebruiken veel mensen diervriendelijke methodes om mollen af te schrikken. Maar ook mollenklemmen zijn erg populair en voor enkele euro's kan je er eentje kopen in het tuincentrum om de hoek. Op internet vind je filmpjes met uitleg over de 'erfvijand van het gazon' en dat al die diervriendelijke snufjes niet voldoen omdat ze 'het probleem niet aan de wortel aanpakken'. Mogen we daaruit begrijpen dat mollen uitroeien de oplossing is?

'De egel hier mag dan niet bedreigd zijn als soort, op individueel niveau is hij extreem bedreigd.'

Minder kwaadwillig, maar niet minder dramatisch is het verhaal van de egel. Met zoon- of dochterlief een stekelige tuingast bestuderen is erg leuk. Per jaar worden echter zo'n 300 000 exemplaren (u leest het goed) aangereden door een auto. Je zal geen enkele beleidsmaatregel vinden gericht op het beschermen van egels, want de soort is niet bedreigd. Dat is anders dan met de gladde slang. Een overblijvende populatie is te vinden op de Kalmthoutse Heide, vlak bij een drukke baan die het natuurgebied doorklieft. Op één dag tijd werden eens twaalf dode exemplaren gevonden langs de weg. Dat is voor een bedreigde soort bijzonder veel, daarom wordt die weg afgesloten. Maar we weten al lang dat deze baan honderden dierenslachtoffers per dag veroorzaakt, waaronder overigens ook heel wat egels, maar dat was in het verleden nooit aanleiding tot het treffen van maatregelen. De egel hier mag dan niet bedreigd zijn als soort, op individueel niveau is hij extreem bedreigd.

Dat gladde slangen beter beschermd worden, is natuurlijk een goede zaak. Het is ook mijn strijd om onze soortenrijkdom niet te laten verschralen tot enkel kraaien, eksters en duiven. Maar het is frappant hoe een dierlijk individu van geen tel is. Een soort is daarentegen heilig, liefst als die nagenoeg uitgestorven is. De wolf heeft afgelopen jaar de allerhoogste beschermingsstatus gekregen in Vlaanderen. Geen moedige beslissing, want het dier komt hier niet voor. Mocht de wolf zich echt vestigen in onze contreien, de karabijnen zouden meteen opgepoetst worden. Net zoals we zagen met de everzwijnen: enkele jaren geleden werd de terugkeer van het wilde zwijn nog onthaald met enige sympathie. Nu wordt het dier met drijfjacht bestreden en wordt zelfs gepleit om drones in te zetten om de dieren beter te kunnen bejagen.

Sympathie slaat te snel om in bestrijdingszucht. En natuurbeleid mag meer zijn dan enkel het beschermen van bedreigde soorten. Een vermaledijde vos, een ordinaire egel of een simpele mol verdienen ook bescherming, naast die zeldzame slang en virtuele wolf.