Volgens de gegevens van de internationale onderzoekers heeft geen enkel ander van de achttien onderzochte landen zo'n hoge gemiddelde fijnstofwaarden als België. Het is dus weinig verwonderlijk dat er zo'n grote gezondheidswinst te rapen valt. Als de WHO-norm gehaald zou worden, zou het aantal nieuwe gevallen van kinderastma per jaar dalen met 21 procent. Bij minimumwaarden is dat zelfs 41 procent. De uitstootcijfers dateren wel van 2010. ISGlobal maakte dezelfde berekening voor stikstofoxide (NO2). Als België voor NO2 de WHO-norm haalt, dan kunnen er slechts een honderdtal nieuwe gevallen van kinderastma vermeden worden (-0,72 procent). Maar als België de stikstofuitstoot tot een minimum beperkt, dan gaat het al om 3.931 kinderen per jaar (-29 procent). Eenzelfde discrepantie tussen de impact van de WHO-norm en die van de minimumwaarden is ook te merken elders in Europa. "Onze schattingen tonen aan dat de huidige WHO-norm voor NO2 minder bescherming lijkt te bieden dan die voor PM2,5. We suggereren daarom dat die waarden geüpdatet en verlaagd worden zodat ze beter in staat zijn om de gezondheid van kinderen te beschermen", zegt medeauteur David Rojas-Rueda in een communiqué. In alle achttien onderzochte landen samen kunnen per jaar 66.600 gevallen van kinderastma vermeden worden als de WHO-norm voor PM2,5 gehaald wordt. Voor NO2 gaat het om 2.400 gevallen. Als PM2,5 en NO2 beperkt kunnen worden tot het minimum, gaat het om respectievelijk 190.000 en 135.000 gevallen. De bevindingen liggen in lijn met die van andere studies. Zo meldde medisch vakblad The Lancet in april, op basis van cijfers uit 2011 en 2012, dat 22 procent van de gevallen van kinderastma in België te wijten is aan NO2. (Belga)