De nieuwe cijfers van het Planbureau tonen aan dat het begrotingstekort in 2019 opnieuw zal oplopen tot 1,7 procent van het bruto binnenlands product, goed voor een bedrag van 7,7 miljard euro. De regering-Michel I heeft het begrotingstekort daarmee 1,4 procent verminderd, maar kan geen begroting in evenwicht voorleggen. 'De Zweedse coalitie heeft een enorme kans gemist', zegt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Instituut.
...

De nieuwe cijfers van het Planbureau tonen aan dat het begrotingstekort in 2019 opnieuw zal oplopen tot 1,7 procent van het bruto binnenlands product, goed voor een bedrag van 7,7 miljard euro. De regering-Michel I heeft het begrotingstekort daarmee 1,4 procent verminderd, maar kan geen begroting in evenwicht voorleggen. 'De Zweedse coalitie heeft een enorme kans gemist', zegt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van het Itinera Instituut. IVAN VAN DE CLOOT: In 2014 heeft de kiezer de regering een mandaat gegeven om de financiële verantwoordelijkheden niet langer door te schuiven naar de volgende generatie. Bovendien was de context ideaal: vijf jaar geen verkiezingen en een - althans in theorie - ideale coalitiesamenstelling. De kiezer zal zich nu onvermijdelijk de vraag stellen of dit te maken heeft met onvermogen of met arrogantie van de macht.Onder meer Duitsland en Nederland zijn er wel in geslaagd om een begrotingsoverschot te realiseren omdat ze de uitgaven structureel hebben aangepakt. Daar is de regering-Michel I helemaal niet in geslaagd. Men heeft de groei van een aantal uitgavenposten kunnen afremmen, maar doortastende maatregelen zijn nergens te bespeuren. Een goede huisvader moet het in een bepaalde periode aandurven om uitgaven te reduceren, terwijl de Zweedse coalitie de overheid helemaal niet performanter heeft gemaakt.VAN DE CLOOT: De regering heeft zich gestort op een aantal quick wins. De regeringspartijen sluiten zich regelmatig op in een kasteel om vervolgens groots te verkondigen dat ze enkele miljarden hebben gevonden. Maar zo werkt het dus niet. Er is een systematische aanpak nodig waarbij je langetermijndoelstellingen maakt en die ook nauwgezet opvolgt. Dat bepleiten we al jaren, maar de boodschap komt maar niet aan. Zolang we dat niet aanpakken, zullen we in hetzelfde bedje ziek blijven. Daarnaast heeft de regering 'lucht' in de begroting te geblazen, denk maar aan de voorafbetaling van de bedrijfsbelasting. Maar dat heeft natuurlijk weerslag op de begroting van dit jaar. Maar wanneer het Monitoringcomité daarop tracht te wijzen, is de voornaamste reactie van de politiek dat ze het orgaan willen afschaffen. Zoiets kan je maar moeilijk geloven. De politiek stelt zich op als een patiënt die ondanks verregaande begeleiding zijn gedrag maar niet wil aanpassen.VAN DE CLOOT: De cijfers zijn natuurlijk de cijfers, maar het verschil is wel bijzonder klein. De enige conclusie die we kunnen trekken is dat er geen significant verschil is tussen de regering-Michel I en de regering van Di Rupo inzake structureel begrotingsbeleid.VAN DE CLOOT: Er komen gigantische nieuwe dossiers op ons af. De pensioenuitgaven zullen voor de volgende regering maar liefst vijf miljard euro bedragen. Onze NAVO-partners vragen dat dat we eindelijk iets doen aan onze gebrekkige defensie-uitgaven en er moet dringend iets gebeuren aan de abominabele infrastructuur. Om nog maar te zwijgen over hoe de eventuele energietransitie moet worden gefinancierd. Het wordt geen gemakkelijke klus. De partijen zullen moeten beseffen dat elke verkiezingsbelofte in een strak budgettair keurslijf moeten passen. Er zullen beloftes worden gemaakt die geld kosten, terwijl men zich eerst de vraag moeten stellen hoe ze de put van deze regering zullen dichten. Omdat de koek een flink stuk slinkt, zal het politieke klimaat alsmaar bitsiger worden.VAN DE CLOOT: Eerst en vooral moet de volgende regering opnieuw focussen op de uitgavenzijde. De vorige regering heeft daar veel over gesproken, maar niets aan gedaan. Om de welvaart in ons land te blijven garanderen moet de regering zich blijven toeleggen op jobcreatie en productiviteitsgroei. Op vlak van werkgelegenheid heeft de regering alvast goed werk geleverd. Nu kan men discussiëren over de kwaliteit en de inhoud van die jobs - toch is het totaalplaatje positief. De productiviteitsgroei is daarentegen een ander verhaal. Hoewel ons productiviteitsniveau voor alle duidelijkheid al relatief hoog ligt, zijn we de afgelopen tien jaar ten opzichte van andere vergelijkbare landen flink achtergebleven wat betreft de groei ervan.