Eind vorig jaar bleek uit een onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen bij een duizendtal jongeren dat de helft zich verslaafd voelde aan zijn of haar smartphone. Volgens professor Lieven De Marez (UGent), bekend van het Digimeter-onderzoek, is er geen reden tot paniek. 'Dat de helft van de jongeren - net als veel volwassenen - een unheimlich gevoel heeft over de vele tijd die ze op dat toestel spenderen, wil nog niet zeggen dat ze ook verslaafd zijn. Dat geldt maar voor een kleine minderheid, die zich bijvoorbeeld ook terugtrekt uit het sociale leven enzovoort. Maar we beleven nu wel een soort momentum: we moeten die tieners - en de rest van de bevolking - meer inzicht geven in hun smartphonegebruik, waardoor die tijdrovende gewoontes straks niet ons hele leven overnemen.' Met zijn nieuwe boek, Ken je digitaal DNA, geeft De Marez een voorzet.
...

Eind vorig jaar bleek uit een onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen bij een duizendtal jongeren dat de helft zich verslaafd voelde aan zijn of haar smartphone. Volgens professor Lieven De Marez (UGent), bekend van het Digimeter-onderzoek, is er geen reden tot paniek. 'Dat de helft van de jongeren - net als veel volwassenen - een unheimlich gevoel heeft over de vele tijd die ze op dat toestel spenderen, wil nog niet zeggen dat ze ook verslaafd zijn. Dat geldt maar voor een kleine minderheid, die zich bijvoorbeeld ook terugtrekt uit het sociale leven enzovoort. Maar we beleven nu wel een soort momentum: we moeten die tieners - en de rest van de bevolking - meer inzicht geven in hun smartphonegebruik, waardoor die tijdrovende gewoontes straks niet ons hele leven overnemen.' Met zijn nieuwe boek, Ken je digitaal DNA, geeft De Marez een voorzet. De meest problematische groep zijn niet de tieners maar de 25- tot 40-jarigen, schrijft u. Lieven De Marez: De discussie gaat meestal over tieners, maar zij hebben altijd al veel vrije tijd en grote sociale drijfveren gehad. Voor hen kan een smartphone zelfs positief zijn, omdat ze makkelijker in contact kunnen komen met vrienden dan wij vroeger. En misschien zullen ze door de afleiding een paar procenten minder scoren op hun rapport, maar die impact zou ik zeker niet dramatiseren. Pas in de volgende levensfase wordt het problematisch: zodra mensen een carrière en gezin krijgen, wordt hun tijd ineens wél heel kostbaar. Maar dan blijven ze die kwalijke gewoontes uit hun tienerjaren voortzetten. Terwijl veel twintigers en dertigers denken dat ze acht uur lang productief zitten te werken, verspillen ze vrij onbewust een paar uur op hun smartphone. En 's avonds voelen ze zich uitgeblust, omdat de balans tussen werk en privé volledig scheefgetrokken is. Wat maakt de smartphone zo verslavend? De Marez: Hij speelt perfect in op een aantal basismotivaties voor menselijk gedrag - sociale erkenning, onze drang naar orde of naar iets exclusiefs - en daarmee ook op onze dopaminewerking: het gelukshormoon waarvan we shotjes krijgen wanneer we bijvoorbeeld een like krijgen, een resem notificaties hebben weggewerkt of level 356 van Candy Crush hebben bereikt. Verslavende apps als Facebook hebben een zogenoemde hook-cirkel om gebruikers te lokken. We openen zo'n app door een externe trigger, zoals een vriendschapsverzoek. Dan moeten we een kleine actie ondernemen, die amper moeite vraagt. Iets liken of posten. Daarop volgt een variabele beloning: we weten niet hoeveel commentaren of likes we zullen krijgen. Zoiets werkt heel motiverend, weten we uit onderzoek. Ten slotte krijgen we het gevoel dat we al veel in die app hebben geïnvesteerd, waardoor het zonde lijkt er zomaar mee te stoppen. Door onze kleine acties krijgen we weer nieuwe triggers: notificaties die ons opnieuw binnenlokken. En dan hangen we aan de haak, als een onnozele vis. Om bij de dierenmetaforen te blijven: u vindt dat we onze smartphone moeten behandelen als een hond. De Marez: We moeten hem domesticeren. De meeste hondenbaasjes zullen erkennen dat hun huisdier in het begin eerder met hén ging lopen dan omgekeerd. Als je zo'n beest laat begaan, is het binnen de kortste keren all over the place: in bed, aan tafel, aan het stuur, in je handtas... Met de smartphone is dat niet anders. Gelukkig kan 98 procent van de baasjes zijn hond vrij snel 'temmen'. In het ene gezin mogen honden amper binnen, in het andere eten ze mee van tafel en slapen ze in bed. Iedereen moet voor zichzelf en zijn dier een goede modus vivendi vinden. En dat is ook wat we met onze smartphone moeten doen: regels creëren over waar en wanneer dat ding aanwezig mag zijn.Steeds meer mensen lijken dat toch te beseffen? Denk maar aan de digital detox-trend. De Marez: Het klopt dat vrij veel Vlamingen zichzelf regels opleggen. Maar vaak doen ze dat zonder goed te weten wat het probleem is. Voor de docureeks Facebook en ik van VRT-journalist Tim Verheyden hebben we zijn smartphonegebruik geanalyseerd. Hij dacht dat de Facebook-app de grote schuldige op zijn telefoon was. Door de Facebook-notificaties uit te schakelen, zou hij minder afhankelijk worden. Maar wat bleek? Zijn belangrijkste 'trigger' waren meldingen van WhatsApp. Die beantwoordde hij altijd meteen, en terwijl hij op een antwoord wachtte, ging hij op Facebook kijken. Veel mensen hebben zulke 'treintjes': ze worden door één app getriggerd en gaan dan bijna onbewust een vast aantal andere apps doorlopen. Door zulke inzichten kun je doelbewust bepaalde apps aanpakken. U hebt zelf een app ontwikkeld die zulke diagnoses levert: MobileDNA. Alleen jammer dat Apple-gebruikers die niet kunnen installeren. De Marez: Apple houdt helaas de meeste apps tegen die inzicht geven in onze schermtijd. Ze hebben zelf wel een ingebouwd systeem, Screen Time, maar dat zegt alleen hoeveel tijd je aan een bepaalde app spendeert. Als je dan leest dat je dagelijks anderhalf uur op Facebook zit, is dat even schrikken. Maar op zich kun je daar weinig mee. Want waar heb je dat anderhalve uur gespendeerd: op het werk of 's avonds voor de buis? Ook die informatie is van belang. We kunnen van zulke bedrijven natuurlijk ook niet verwachten dat ze hun gebruikers wegjagen: zij leven van onze aandacht. Daarom moeten gebruikers zelf het heft in handen nemen en 'toestelwijsheid' creëren. Wat vindt u van de discussie over een smartphoneverbod op school? De Marez: Een drastisch verbod lijkt me geen goed idee, want het is belangrijk dat tieners op school toestelwijs worden. Er bestaan trouwens mooie toepassingen die vakken ondersteunen, zoals Physics Toolbox. Maar er moeten regels zijn. We mogen niet doen alsof leerlingen hun smartphone perfect onder controle kunnen houden. Voor ons onderzoek hebben we bijvoorbeeld goed presterende studenten opgevolgd: ze schatten hun smartphonegebruik op school op maximaal 20 minuten in, maar spendeerden in realiteit meer dan een uur aan spelletjes. Als je hen daarop wijst, beseffen ze wel dat dat te veel is. Daarom pleit ik voor een specifiek leerpakket op school. Scholieren leren nu al over de risico's van sexting en cyberpesten. Waarom kunnen we hun geen inzicht geven in hun smartphonegedrag? U pleit ook voor smartphonediëtisten. Wat moeten die precies doen? De Marez: Mensen die lijden aan digibesitas ondernemen vergelijkbare stappen als je bij obesitas onderneemt. Eerst gaan ze zelf aan de slag: in plaats van meer te sporten en gezonder te eten, kiezen ze ervoor om geen smartphone meer mee te nemen naar bed of tijdens een etentje alle toestellen te stacken op tafel. Helaas werken die regels zelden en vallen mensen snel weer in hun oude gewoontes terug. Dan is er stap twee: ze gaan op zoek naar een groepsgevoel. Mensen met obesitas gaan naar Weight Watchers of doen mee met Start to Run. Mensen met digibesitas krijgen nu ook steeds meer groepsregels: scholen die een smartphoneverbod invoeren of bedrijven die regels opleggen. Zoals warenhuisketen Lidl, die de werkmailbox na 18 uur uitschakelt om zijn werknemers te beschermen. Maar zulke algemene top-downregels hebben vaak een averechts effect: scholieren die op school geen smartphone meer mogen gebruiken, doen dat 's ochtends en 's avonds vaak nog excessiever. En sommige werknemers zijn boos omdat ze niet meer flexibel kunnen werken. Daarom is stap drie noodzakelijk: een diëtist analyseert de persoonlijke leef- en eetgewoontes en haalt daar vaak maar één of twee elementen uit, die heel gericht worden aangepakt. Dat is doorgaans veel efficiënter dan een drastisch dieet. Hebt u nog een paar tips voor de digibeten onder ons? De Marez: Lees je notificaties enkele keren per dag gebundeld, waardoor je veel tijd wint. Of las smartphoneloze tijdsblokken in. Die zijn vooral belangrijk voor tieners: hun prefrontale cortex is nog in volle ontwikkeling. Ze moeten nog leren om zich langere tijd te concentreren, bijvoorbeeld. Als ze constant naar hun smartphone grijpen, wordt dat moeilijk. Als ouders en leerkrachten moeten we hun het goede voorbeeld geven. Spreek met je gezin bijvoorbeeld af dat er tussen 18 en 20 uur geen smartphones worden gebruikt, en hou je daaraan. En als je tiener daarna dan nog een uurtje wil snapchatten, hoef je je daar heus geen zorgen over te maken.