Deze zomer komt er licht aan het eind van de tunnel: 26 van onze landgenoten zullen 11 miljoen anderen in spanning houden tijdens het EK voetbal. Zelfs wie niet van voetbal houdt, zal toegeven dat het ons allemaal goed zal doen. Als we goed presteren (ik durf niet te zeggen, winnen!) zal het land feesten. Dan krijgen we taferelen van volksvreugde die onze taal- en sociale barrières slopen, en, indien mogelijk, onze gezondheidsmaatregelen doen vergeten. Maar is het EK 2021 ook geen kans om de organisatie van het profvoetbal bij te sturen? We moeten immers lessen trekken uit de footballgate en het onrechtvaardige belastingvoordeel van de profclubs kunnen afschaffen.

De lessen van footballgate

Footballgate, geboren uit het grootschalige onderzoek naar de spelerstransfers dat het federale parket sinds 2018 voert, blijft de wereld van het Belgische voetbal in beroering brengen. Huiszoekingen volgen elkaar op en brengen de omvang van de corruptie aan het licht.

Een verassing is dat jammer genoeg niet. Het zou zelfs verbazend geweest zijn dat er geen misbruiken waren in een sector waar zoveel geld rondgaat. De invoering van een duidelijk en bindend wettelijk kader voor de makelaars en de transfers is een prioriteit om de mistoestanden uit de wereld te helpen.

Korting op de sociale zekerheid

Het andere schandaal is volkomen legaal. Sinds 2008 worden de door beroepsvoetballers en profclubs verschuldigde socialezekerheidsbijdragen niet berekend op basis van het werkelijke salaris, maar op basis van een fictief inkomen van ongeveer 2.500 euro per maand. Dat betekent in de praktijk dat Simon Mignolet, de doelman van Club Brugge en best betaalde speler in onze competitie met meer dan 380.000 euro per maand, slechts 900 euro per maand sociale bijdragen betaalt. Hij draagt dus volkomen wettelijk minder dan 1% van zijn salaris bij aan de sociale zekerheid.

Is het EK ook geen kans om de organisatie van het profvoetbal bij te sturen?

In tien jaar tijd heeft deze kwijtschelding van de RSZ-bijdragen de Belgische belastingbetaler bijna een miljard euro gekost. De Pro League, de vereniging van de Belgische profclubs, is zich van het probleem bewust en heeft voorgesteld om het fictieve plafond te verdubbelen tot 5.000 euro. Dat nieuwe plafond is echter nog altijd belachelijk, want iemand als Mignolet zou dan nog steeds minder dan 2% van zijn salaris aan de sociale zekerheid betalen. Dit percentage is volstrekt onbillijk, vergeleken met een normaal verschuldigde bijdrage van 38%.

De sector anders helpen

Op zich is het niet abnormaal dat de staat financiële of fiscale steun verleent aan een zo populaire sector. Van Oostende tot Aarlen kanaliseren elk weekend duizenden jongeren hun energie op het voetbalveld, leren ze zichzelf te overtreffen en hun tegenstanders te respecteren. Dikwijls worden ze begeleid door enthousiaste vrijwilligers, die een belangrijke opvoedende rol spelen.

De staat moet dus onze (prof)clubs financieel blijven steunen. Maar dat mag niet ten koste van de fiscale rechtvaardigheid gaan. In plaats van collectief de salarissen van Adrien Trebel of Medhi Carcela te sponsoren, moeten we de jeugd en de opleiding steunen. Dat kan op veel manieren: belastingaftrek voor de salarissen van jeugdtrainers, bonussen voor vrijwilligers, subsidies voor de aankoop van opleidingsmateriaal, verlaging van de bijdragen van amateurvoetballers aan de voetbalbond, enzovoort. We zouden ook enkel voor de profvoetballers die weinig verdienen (vaak in de lagere divisies) een fictief plafond kunnen behouden. Voetballers hebben immers vaak een korte carrière, zodat we een middenweg moeten vinden om de bijdrage voor de "arme" voetballers laag te houden.

De sector is in veel opzichten het spoor bijster en moet dringend een nieuw evenwicht vinden. Maar dat zal onze topvoetballers zeker niet verhinderen om ons met hun dribbels te verbazen... maar dan enkel op het veld.

Dorian Feron is laureaat van het Prins Albertfonds en lid van de Vrijdaggroep.

Deze zomer komt er licht aan het eind van de tunnel: 26 van onze landgenoten zullen 11 miljoen anderen in spanning houden tijdens het EK voetbal. Zelfs wie niet van voetbal houdt, zal toegeven dat het ons allemaal goed zal doen. Als we goed presteren (ik durf niet te zeggen, winnen!) zal het land feesten. Dan krijgen we taferelen van volksvreugde die onze taal- en sociale barrières slopen, en, indien mogelijk, onze gezondheidsmaatregelen doen vergeten. Maar is het EK 2021 ook geen kans om de organisatie van het profvoetbal bij te sturen? We moeten immers lessen trekken uit de footballgate en het onrechtvaardige belastingvoordeel van de profclubs kunnen afschaffen.Footballgate, geboren uit het grootschalige onderzoek naar de spelerstransfers dat het federale parket sinds 2018 voert, blijft de wereld van het Belgische voetbal in beroering brengen. Huiszoekingen volgen elkaar op en brengen de omvang van de corruptie aan het licht.Een verassing is dat jammer genoeg niet. Het zou zelfs verbazend geweest zijn dat er geen misbruiken waren in een sector waar zoveel geld rondgaat. De invoering van een duidelijk en bindend wettelijk kader voor de makelaars en de transfers is een prioriteit om de mistoestanden uit de wereld te helpen.Het andere schandaal is volkomen legaal. Sinds 2008 worden de door beroepsvoetballers en profclubs verschuldigde socialezekerheidsbijdragen niet berekend op basis van het werkelijke salaris, maar op basis van een fictief inkomen van ongeveer 2.500 euro per maand. Dat betekent in de praktijk dat Simon Mignolet, de doelman van Club Brugge en best betaalde speler in onze competitie met meer dan 380.000 euro per maand, slechts 900 euro per maand sociale bijdragen betaalt. Hij draagt dus volkomen wettelijk minder dan 1% van zijn salaris bij aan de sociale zekerheid. In tien jaar tijd heeft deze kwijtschelding van de RSZ-bijdragen de Belgische belastingbetaler bijna een miljard euro gekost. De Pro League, de vereniging van de Belgische profclubs, is zich van het probleem bewust en heeft voorgesteld om het fictieve plafond te verdubbelen tot 5.000 euro. Dat nieuwe plafond is echter nog altijd belachelijk, want iemand als Mignolet zou dan nog steeds minder dan 2% van zijn salaris aan de sociale zekerheid betalen. Dit percentage is volstrekt onbillijk, vergeleken met een normaal verschuldigde bijdrage van 38%.Op zich is het niet abnormaal dat de staat financiële of fiscale steun verleent aan een zo populaire sector. Van Oostende tot Aarlen kanaliseren elk weekend duizenden jongeren hun energie op het voetbalveld, leren ze zichzelf te overtreffen en hun tegenstanders te respecteren. Dikwijls worden ze begeleid door enthousiaste vrijwilligers, die een belangrijke opvoedende rol spelen.De staat moet dus onze (prof)clubs financieel blijven steunen. Maar dat mag niet ten koste van de fiscale rechtvaardigheid gaan. In plaats van collectief de salarissen van Adrien Trebel of Medhi Carcela te sponsoren, moeten we de jeugd en de opleiding steunen. Dat kan op veel manieren: belastingaftrek voor de salarissen van jeugdtrainers, bonussen voor vrijwilligers, subsidies voor de aankoop van opleidingsmateriaal, verlaging van de bijdragen van amateurvoetballers aan de voetbalbond, enzovoort. We zouden ook enkel voor de profvoetballers die weinig verdienen (vaak in de lagere divisies) een fictief plafond kunnen behouden. Voetballers hebben immers vaak een korte carrière, zodat we een middenweg moeten vinden om de bijdrage voor de "arme" voetballers laag te houden. De sector is in veel opzichten het spoor bijster en moet dringend een nieuw evenwicht vinden. Maar dat zal onze topvoetballers zeker niet verhinderen om ons met hun dribbels te verbazen... maar dan enkel op het veld. Dorian Feron is laureaat van het Prins Albertfonds en lid van de Vrijdaggroep.