Eind juli sloten de topministers van de federale regering een 'arbeidsdeal' af. Daarmee willen ze meer mensen aan het werk krijgen. Sleutelidee: de uitkering voor werklozen wordt de eerste maanden verhoogd, maar daarna sterk afgebouwd, 'een versterkte degressiviteit van de uitkeringen', zoals dat in het jargon heet.

Het is ongepast om te doen alsof dit dé grote oplossing is voor de problemen op de arbeidsmarkt

Professor Wim Van Lancker (KULeuven) wijst op de spanning: 'De uitkeringen moeten laag genoeg zijn opdat werklozen geprikkeld worden om werk te zoeken, maar ze moeten ook hoog genoeg zijn zodat ze nog zorgen voor een behoorlijk inkomen.' Als je de uitkering in het begin van de werkloosheid verhoogt, zoals de regering-Michel van plan is, zal dat natuurlijk geld kosten. En als je ze fel zou verminderen als men langer werkloos is, duw je meer mensen in de werkloosheid, 'want de Belgische werkloosheidsuitkeringen zijn al bijzonder laag', aldus Van Lancker. 'De regering wil dat de hervorming geen geld kost én ze wil de armoedecijfers niet verhogen. Dat lijkt me een onmogelijke opdracht.'

De fundamentele kritiek van Van Lancker op de arbeidsdeal is hard: deze hervorming is veel gedoe om niets. 'Er is nu al een groot financieel verschil tussen werken en werkloosheid. De voorbije decennia zijn er talrijke hervormingen geweest die de netto-inkomens van de werkenden hebben verhoogd, zoals de werkbonus, en die de werklozen meer moesten prikkelen om werk te zoeken, zoals de degressiviteit van de uitkeringen vanaf 2012, die de regering-Di Rupo besliste.

'De prikkel om werk te zoeken is nu dus al bijzonder groot. En dan kondigt de regering-Michel met veel bombarie een akkoord aan over verdere degressiviteit van de uitkeringen, maar die kan maar heel beperkt zijn, omdat de operatie budgetneutraal moet zijn én men de armoede niet wil verhogen. Denken ze nu echt dat je meer werklozen aan het werk krijgt door de prikkel nog een klein beetje te vergroten? Nee, het is ongepast om te doen alsof dit dé grote oplossing is voor de problemen op de arbeidsmarkt. Dit zal weinig uithalen. Over enige tijd zullen we zeggen: waar hebben we ons toen druk over gemaakt?'

Eind juli sloten de topministers van de federale regering een 'arbeidsdeal' af. Daarmee willen ze meer mensen aan het werk krijgen. Sleutelidee: de uitkering voor werklozen wordt de eerste maanden verhoogd, maar daarna sterk afgebouwd, 'een versterkte degressiviteit van de uitkeringen', zoals dat in het jargon heet. Professor Wim Van Lancker (KULeuven) wijst op de spanning: 'De uitkeringen moeten laag genoeg zijn opdat werklozen geprikkeld worden om werk te zoeken, maar ze moeten ook hoog genoeg zijn zodat ze nog zorgen voor een behoorlijk inkomen.' Als je de uitkering in het begin van de werkloosheid verhoogt, zoals de regering-Michel van plan is, zal dat natuurlijk geld kosten. En als je ze fel zou verminderen als men langer werkloos is, duw je meer mensen in de werkloosheid, 'want de Belgische werkloosheidsuitkeringen zijn al bijzonder laag', aldus Van Lancker. 'De regering wil dat de hervorming geen geld kost én ze wil de armoedecijfers niet verhogen. Dat lijkt me een onmogelijke opdracht.' De fundamentele kritiek van Van Lancker op de arbeidsdeal is hard: deze hervorming is veel gedoe om niets. 'Er is nu al een groot financieel verschil tussen werken en werkloosheid. De voorbije decennia zijn er talrijke hervormingen geweest die de netto-inkomens van de werkenden hebben verhoogd, zoals de werkbonus, en die de werklozen meer moesten prikkelen om werk te zoeken, zoals de degressiviteit van de uitkeringen vanaf 2012, die de regering-Di Rupo besliste. 'De prikkel om werk te zoeken is nu dus al bijzonder groot. En dan kondigt de regering-Michel met veel bombarie een akkoord aan over verdere degressiviteit van de uitkeringen, maar die kan maar heel beperkt zijn, omdat de operatie budgetneutraal moet zijn én men de armoede niet wil verhogen. Denken ze nu echt dat je meer werklozen aan het werk krijgt door de prikkel nog een klein beetje te vergroten? Nee, het is ongepast om te doen alsof dit dé grote oplossing is voor de problemen op de arbeidsmarkt. Dit zal weinig uithalen. Over enige tijd zullen we zeggen: waar hebben we ons toen druk over gemaakt?'