De inbeslagname op 4 juli van de Grace 1 door de autoriteiten van Gibraltar en de Britse marine veroorzaakte een diplomatieke crisis tussen Londen en Teheran. Iran legde als represaille drie andere olietankers aan de ketting, waaronder een tanker onder Britse vlag. De Grace 1 zal voortaan onder Iraanse in plaats van onder Panamese vlag varen, zei de vicedirecteur van de Iraanse Havens en Maritieme Organisatie, Jalil Eslami. "Overeenkomstig de vraag van de eigenaar zal de Grace 1 de Middellandse Zee opvaren, nadat de vlag voor die van de Islamitische Republiek Iran gewisseld is en de naam in Adrian Darya veranderd is", zei Eslami, wiens uitspraken door de Iraanse televisie werden uitgezonden. "Het schip was van Russische herkomst en (...) vervoerde 2 miljoen vaten Iraanse olie", zei hij, zonder de eindbestemming te preciseren. De autoriteiten van Gibraltar verdachten het schip ervan dat het de olie naar Syrië wou transporteren, in weerwil van een embargo van de Europese Unie, wat Iran ontkende. De leider van de regering van Gibraltar, Fabian Picardo, zei dat hij de schriftelijke belofte van Teheran had gekregen dat de olietanker niet naar Syrië zou varen. Maar de woordvoerder van de Iraanse diplomatie, Abbas Moussavi, zei dat zijn land zoiets niet beloofd had. "De bestemming van de olietanker gaat niemand aan." (Belga)