'Het is utopisch om te denken dat de rentevoeten spectaculair zullen stijgen. De klassieke spaarboekjes zullen ook dit jaar dus niet veel meer opbrengen dan het wettelijke minimum van 0,11 procent', zegt Erik Joly, hoofdeconoom van ABN Amro Private Banking. Hij verwacht niet dat de Europese Centrale Bank voor volgend jaar de kortetermijnrente zal optrekken. En net die is richtinggevend voor de spaarrente. Voor een hoger rendement hebben spaarders geen andere keuze dan het ruime beleggingsuniversum te verkennen.
...

'Het is utopisch om te denken dat de rentevoeten spectaculair zullen stijgen. De klassieke spaarboekjes zullen ook dit jaar dus niet veel meer opbrengen dan het wettelijke minimum van 0,11 procent', zegt Erik Joly, hoofdeconoom van ABN Amro Private Banking. Hij verwacht niet dat de Europese Centrale Bank voor volgend jaar de kortetermijnrente zal optrekken. En net die is richtinggevend voor de spaarrente. Voor een hoger rendement hebben spaarders geen andere keuze dan het ruime beleggingsuniversum te verkennen. Nico Pantelis van het beleggersplatform Slim Beleggen: 'Er zijn geen wondermiddelen. En aan potentieel hogere rendementen kleven ook altijd navenante risico's. Mijn advies? Investeer in aandelen, maar investeer nooit een grote som in één keer. Hou ook nog wat geld op de spaarrekening, zodat je altijd cash ter beschikking hebt en je opties openhoudt. Zoek nog wat bescherming in goud. En stop nog enkele rariteiten in de beleggingsportefeuille, want daarmee maak je soms het verschil.' Een overzicht van het universum. Het gros van de spaarrekeningen biedt een rente van 0,11 procent. Tegen dat rentetarief brengt een spaarpotje van 25.000 euro na een jaar 27,5 euro aan rente op. Maar er zijn nog spaarrekeningen die het tienvoudige of meer opbrengen. De spaarder moet dan wel bereid zijn om in te tekenen op een spaarplan, door elke maand een vast bedrag via domiciliëring over te schrijven naar de spaarrekening. Het spaarplan van Beobank is met een rente van 1,2 procent het gulst voor trouwe en gedisciplineerde spaarders. Ook tal van andere banken bieden spaarplannen aan. Die hebben telkens wel dezelfde beperking: het bedrag dat spaarders kunnen overschrijven is begrensd. Bij het spaarplan van Beobank kunnen spaarders elke maand maximaal 750 euro overschrijven. Zo'n spaarplan is dus niet geschikt om meteen grotere bedragen te transfereren en die extra te laten renderen. Het is natuurlijk altijd mogelijk om spaarplannen te openen bij verschillende banken. En er zijn ook nog 'gewone' spaarrekeningen die een rente bieden van 0,3 à 0,5 procent. Ook dat is niet denderend, maar nog altijd het drie- tot vijfvoudige van een spaarrekening die slechts het wettelijke minimum biedt. Sparen voor het pensioen en tegelijkertijd minder belastingen betalen: dat is het principe van pensioensparen. Zodra er genoeg spaarcenten zijn om onvoorziene kosten op te vangen, zou pensioensparen eigenlijk de eerstvolgende bestemming moeten zijn voor het spaargeld dat voor lange tijd kan worden gemist. Pensioenspaarders kunnen zelf kiezen of ze een belastingvoordeel van 25 procent of 30 procent willen krijgen. Wie kiest voor een belastingvoordeel van 30 procent kan maximaal 980 euro per jaar sparen en krijgt dan vervolgens 294 euro terug van de belastingen. Wie liever een grotere som opzijzet, kan ook kiezen voor een maximum van 1260 euro. Dat levert een belastingvoordeel op van 25 procent. Het fiscale cadeautje maakt van pensioensparen een van de meest interessante spaarformules. Toch zijn er ook beperkingen. Want door de grensbedragen kan er slechts een relatief beperkt bedrag opzij worden gezet via het pensioensparen. Bovendien moeten pensioenspaarders hun geld kunnen missen tot de pensioenleeftijd. Er volgt een zware fiscale boete voor wie ineens dringend geld nodig heeft en geen andere mogelijkheid ziet dan het kapitaal van het pensioensparen vervroegd op te vragen. Beginnende beleggers hebben vaak de neiging om te wachten op exact het juiste moment om te investeren in een aandeel of een beleggingsfonds. Alleen: niemand kan voorspellen hoelang de koersen nog zullen dalen of stijgen. KBC-econoom Tom Simonts: 'Ga vooral niet aan de kant staan wachten op het juiste instapmoment. Dat valt niet te timen en je riskeert het rendement aan je neus voorbij te laten gaan. Voor een belegger die aarzelt en blijft zoeken naar het beste aankoopmoment is het beter om meteen aan de slag te gaan maar de aankopen wel te spreiden over een aantal vaste tijdstippen.' Precies dat is ook het uitgangspunt van een beleggingsplan: het is een formule waarmee een belegger ervoor kiest om bijvoorbeeld maandelijks of driemaandelijks een vast bedrag te investeren in een beleggingsfonds of een selectie van verschillende fondsen. Zo wordt er in de fondsen geïnvesteerd op momenten dat de koersen stijgen (en de fondsen duurder worden), maar ook op momenten dat de koersen dalen (en de fondsen goedkoper worden). Die aanpak vermijdt dat een belegger alles investeert op een moment dat de koersen hun toppunt hebben bereikt, waarna het maanden of zelfs jaren kan duren vooraleer het verlies weer is goedgemaakt. Een beleggingsplan voor de kinderen zal veel ouders een onbehaaglijk gevoel bezorgen, want zij willen meestal geen enkel risico nemen met het spaargeld van hun kinderen. Toch is een beleggingsplan voor kinderen niet zo'n gek idee. Want jonge kinderen - of toch het geld dat voor hen bestemd is - beantwoorden aan het allerbelangrijkste criterium voor een belegger: ze hebben een heel lange beleggingshorizon. Wie nu geld opzijzet voor een peuter zal dat kapitaal vermoedelijk de komende 15 tot 20 jaar niet aanraken. Dat is een gigantisch voordeel op de beurs, want daardoor is er ook tijd om te bekomen van de onvermijdelijke beurscrisissen. Koppel dat aan een beleggingsplan waarbij op geregelde tijdstippen geld wordt geïnvesteerd en er de garantie is dat er zowel wordt belegd op de momenten dat de beurzen stijgen als wanneer ze dalen. Die periodieke investeringen op de hele lange termijn omschrijven beleggingsexperts steevast als een van de beste beleggingsstrategieën. Ze kan een mooi spaarpotje opleveren voor de kinderen. Met een huis of een appartement als belegging kan er niet zoveel mislopen. Ook over 20 jaar zullen mensen nog een dak boven hun hoofd nodig hebben. En de kans is groot dat vooral de vraag naar appartementen met een of twee slaapkamers de komende jaren nog zal stijgen. 'Momenteel vertegenwoordigen de alleenstaanden of de tweepersoonsgezinnen al 60 à 70 procent van de residentiële huurmarkt. Hun aantal neemt nog toe', zegt Filip Dewaele van Dewaele Vastgoedgroep. En voor wie het eens iets anders mag zijn, zijn bedrijfsloodsen het overwegen waard. Die zijn een relatief nieuwe vastgoedbelegging. Over het hele land worden oude industriële sites neergehaald om er nieuwe bedrijfspanden neer te poten. De prijs van loodsen van 200 à 300 vierkante meter ligt meestal ergens in de orde van de prijs van een appartement: 'Bijna iedereen met een bedrijf heeft toch een atelier of opslagruimte nodig. Vroeger had de elektricien of de loodgieter vaak een werkruimte aan zijn eigen huis, maar die tijd is stilaan voorbij. De woningen worden steeds kleiner en de buren willen geen lawaai. Veel vakmannen zoeken daarom een loods op een bedrijventerrein. En dat is een interessante investering. Als een appartement meestal een huurrendement van 2,5 à 3 procent oplevert, ligt dat bij loodsen toch eerder rond 4 procent.' Loodsen hebben volgens de vastgoedexpert een voetje voor op andere, meer exotische vastgoedbeleggingen. Want anders dan bij hotelkamers of zorgvastgoed is er amper leegstand en loopt de verhuurder dus ook geen huuropbrengsten mis. De goudprijs begon 2018 op 1318 dollar per ounce en sloot bijna 3 procent lager af op 1282 dollar. Tijdens de eurocrisis van 2011, toen werd gevreesd voor de instorting van het financiële systeem, piekte de goudprijs nog op 1900 dollar per ounce, waarna hij 40 procent wegzakte. KBC-econoom Ronny Claeys: 'Fors hoger dan het huidige niveau zal de goudprijs niet gaan: we voorspellen geen recessie in de VS, geen eurocrisis en een uitstel van de brexit of toch tenminste een softe brexit. Tenzij er een onverwachte zware crisis optreedt, gaat de goudprijs niet boven de 1350 dollar.' Nico Pantelis van beleggersplatform Slim Beleggen kijkt wel naar de goudmarkt. 'Goud is typisch een grondstof waarvan de prijs omhoogschiet wanneer al het andere naar beneden duikt. Niemand kan voorspellen wanneer de volgende crisis het financiële systeem op losse schroeven zet. Alleen al als verzekering kan het nooit kwaad om een beperkt deel van de portefeuille in goudstaven of -munten te beleggen.' Ook voor de meer opportunistische beleggers ziet hij mogelijkheden. 'De aandelenkoersen van mijnbouwbedrijven zijn de voorbije jaren gedecimeerd. Het is de meest afgestrafte sector op de beurs. Als tegendraadse belegger zie ik daar vooral een gigantisch herstelpotentieel. Wil dat zeggen dat we dit jaar al meteen vertrokken zijn voor een rit richting stratosfeer? Dat niet. Maar de komende tien jaar verwacht ik wel dat goudmijnaandelen beter zullen presteren dan de meeste andere activa.' Dergelijke beleggingen komen wel met een bijsluiter: ze zijn uiterst risicovol en het is razend gevaarlijk om er één goudmijnaandeel uit te pikken. Er bestaan wel indexfondsen of trackers om de risico's te spreiden. De lage rente is een vloek voor spaarders en een zegen voor wie geld wil lenen. En met hun groene leningen zijn banken extra gul voor wie energiebesparende investeringen op het oog heeft. Bij Belfius is het al mogelijk om een lening af te sluiten aan een rentevoet van 1,55 procent. Ook bij tal van andere banken zijn er dergelijke leningen met een rentevoet van minder dan 2 procent. Muur- en dakisolatie, de plaatsing van een hoogrendements- of condensatieketel, isolerende ramen of een groendak: het zijn slechts enkele van de investeringen die in aanmerking komen voor een groene lening. Elke bank legt natuurlijk haar eigen klemtonen. Dergelijke investeringen betalen zichzelf ook terug in de vorm van een lagere energiefactuur.Enkele van de rijkste families in ons land hebben een onnavolgbare neus voor goede investeringen. Met hun holdings hebben ze op de beurs van Brussel vaak een indrukwekkend parcours afgelegd. Dat geldt voor de families Frère (GBL), Boël (Sofina), Van der Mersch (Brederode) en Ackermans (Ackermans & van Haaren). Holdings zijn investeringsmaatschappijen die op hun beurt investeren in andere ondernemingen. 'Holdings zijn een goedkope manier om eenvoudig en snel een goede spreiding in de aandelenportefeuille te krijgen', zegt Erik Joly, hoofdeconoom van ABN Amro Private Banking. Holdings bieden vooral veel standvastigheid en weerstaan goed de barre beurstijden. Rekening houdend met de uitkering van de dividenden leverden de Belgische beursgenoteerde holdings vorig jaar een rendement van gemiddeld -0,7 procent. Dat is dan wel een negatief rendement, maar voor de Bel20-index liep het verlies op tot ruim -15 procent. Enige nadeel: de meeste holdings zijn niet goedkoop en hun koersen zijn al fors opgelopen. Verschillende studies hebben aangetoond dat familiebedrijven op de lange termijn beter presteren op de beurs. Dat komt omdat ze er meestal op gericht zijn om het bedrijf succesvol over te hevelen naar de volgende generatie. Ze kijken enkele generaties vooruit en zijn daardoor vaak ook wat behoudgezinder. Zo zullen ze zich ook minder snel in de schulden steken. KBC vindt aandelen in familiebedrijven interessant, deels vanwege de tegenvallende prestaties in 2018. 'Ook vanuit strategisch oogpunt zijn aandelen van familiebedrijven op langere termijn relatief defensief. Zeker de middelgrote familiebedrijven blijven vaak een beetje onder de radar van de grote beleggers. Daardoor blijven ze vaak in de schaduw, waar het nooit te heet wordt', zegt Tom Simonts. Enkele van de familiale succesverhalen op de Brusselse beurs zijn Lotus Bakeries, Kinepolis, Solvay, Sioen Industries en Colruyt. Via microfinanciering is het mogelijk om geld te lenen aan een cacaoboer in Ivoorkust of een timmerman in Peru. Het is een financiële dienst die kredieten, spaarrekeningen en verzekeringen verschaft aan mensen die door armoede, of omdat ze in een heel afgelegen gebied leven, (bijna) geen toegang hebben tot commerciële banken. Als particulier kun je die mensen natuurlijk zelf niet rechtstreeks geld toestoppen, maar in ons land zijn er wel erkende ontwikkelingsfondsen die zich daarin specialiseren (zoals Alterfin, Oikocredit en Incofin). Dat zijn coöperaties waar spaarders aandelen van kunnen kopen, die vervolgens jaarlijks een dividend kunnen opleveren. Bij Incofin bedroeg het dividend de voorbije zes jaar 2,5 procent. Investeringen tot maximaal 6400 euro leveren een belastingvermindering op van 5 procent. 'Kunst koop je in de eerste plaats uit passie en omdat je houdt van schoonheid. Je koopt het niet voor het rendement', zegt Hubert d'Ursel, kunstexpert bij Degroof Petercam. Hij vindt het een goed idee om kunst te kopen, zolang het maar de bedoeling is om ervan te genieten. 'Kunst promoten we niet als belegging. Klanten kunnen wel advies krijgen bij de aankoop van een werk, maar uiteindelijk is het heel lastig om er de goede investeringen uit te halen. Sommige beleggingsfondsen hebben zich daar de voorbije jaren in gespecialiseerd en ondanks de recordprijzen heeft haast geen enkel fonds een positief rendement gerealiseerd.' Investeren in kunst vergt veel kennis. Zelfs het werk van een topkunstenaar is geen garantie op een meerwaarde. 'De absolute topnamen hebben ook werken van mindere kwaliteit geproduceerd. Het gebeurt geregeld dat mensen een werk van een topnaam kopen om 20 jaar later vast te stellen dat de waarde ervan is gedaald.' Daar komt nog eens bij dat de kunstmarkt heel modegevoelig is: 'Momenteel wil iedereen hetzelfde: werken van Pablo Picasso, Jean-Michel Basquiat, Keith Haring, Andy Warhol, David Hockney, Jeff Koons of René Magritte. De werken van die kunstenaars breken alle records. Maar niemand kan voorspellen of ze dat binnen 20 jaar nog altijd zullen doen.' Vraag aan een econoom waarin hij nooit zal investeren en de kans is groot dat het antwoord 'virtuele munten' luidt. Het koersverloop van die munten heeft ook alles van een speculatief speeltje. In 2017, op het hoogtepunt van de hype, was de bitcoin tot 20.000 dollar waard. Intussen is de koers alweer gedaald tot zo'n 3200 euro. Virtuele munten zijn dus niet voor de spaarder die op zoek is naar een veilige plek voor zijn spaarcenten. Nico Pantelis: 'Ik zal nooit iemand aanraden om een groot deel van het vermogen in virtuele munten te stoppen. Maar als alle economen zeggen dat de bitcoin op niets uitdraait, dan spreekt mij dat net aan. Diezelfde economen verguisden ook de Googles, Facebooks en Amazons van deze wereld. Kijk maar eens waar die bedrijven nu staan. Virtuele munten zijn de grondstof van de toekomst, daar ben ik echt van overtuigd. Het zou me niet verbazen als een kleine investering in de drie grootste munten van het moment - Bitcoin, XRP en Ethereum - op de lange termijn iets heel bijzonders wordt.' Cannabis is in de afgelopen jaren steeds meer op de voorgrond getreden. Er zijn momenteel meer dan 29 landen waar marihuana op de een of andere manier is gelegaliseerd. Meestal gaat het dan om de legalisering van medische marihuana, maar in landen zoals Canada en in verschillende Amerikaanse staten wordt ook recreatief gebruik toegestaan. 'Omdat het voor veel cannabisbedrijven lastig is om grote leningen te krijgen van traditionele banken, hebben ze al heel vroeg de weg naar de beurs gevonden om kapitaal op te halen. In de afgelopen vijf jaar is het aantal cannabisbedrijven op de beurs gegroeid tot meer dan 300, waarbij marihuana in 2017 zelfs een van de best presterende sectoren op de beurs was. De sector groeit als kool, waarbij het voor een marihuanabedrijf niet ongewoon is om op jaarbasis omzetstijgingen van 300 procent of meer voor te leggen', zegt Michiel Rietveld van de beleggerswebsite Beursbrink. Zo'n drie jaar geleden was de wereldwijde markt voor marihuana ongeveer 400 miljoen dollar groot. In 2019 zal heel waarschijnlijk de grens van 35 miljard dollar worden gepasseerd. Rietveld: 'Die groei is vergelijkbaar met die van het internet. Voor beleggers is er dus nog voldoende potentieel: nu de grote spelers zich in de markt hebben geroerd, komt marihuana bij meer en meer investeerders op de radar te staan als een sector die je als groeibelegger serieus moet nemen.'