Sinds de Commissie en een aantal internetplatforms in 2016 een gedragscode tegen de verspreiding van haatboodschappen overeenkwamen, evalueert de Commissie op regelmatige basis in hoeverre Facebook en co hun engagementen nakomen. Ze doet dat in samenwerking met een netwerk van organisaties die strijden tegen discriminatie. Die organisaties stuurden van begin maart tot midden april ruim 4.500 meldingen van haatzaaierij naar de platforms. Haat met betrekking tot seksuele oriëntatie en xenofobie werd het vaakst gemeld. Facebook (1.799) en Twitter (1.595) ontvingen de meeste waarschuwingen. De platforms verwijderden 62,5 procent van de content, wat minder is dan het gemiddelde van 71 procent over 2019 en 2020. Vooral Facebook (70,2 pct) en YouTube (58,8 pct) haalden minder content offline, Twitter (49,8 pct) en Instagram (66,2 pct) verwijderden dan weer een groter aandeel in vergelijking met de vorige evaluatieperiode. TikTok deed een eerste keer mee en presteerde goed (80,1 pct op 199 aanmeldingen), aldus het rapport. In zowat één op tien gevallen verwijderen de platforms de content niet omdat ze het oneens zijn met de organisaties en oordelen dat de content niet in strijd is met hun gebruiksvoorwaarden of de wetgeving. Maar het evalueren van de meldingen blijkt ook minder snel te gaan. Slechts 81 procent werd zoals vooropgesteld binnen 24 uur geëvalueerd, tegen gemiddeld 90,4 procent in 2020. De bedrijven gaven ook minder feedback over de behandeling van meldingen. "De resultaten tonen dat IT-bedrijven niet zelfgenoegzaam mogen zijn: het is niet omdat de resultaten de voorbije jaren heel goed waren, dat ze hun opdracht minder ernstig mogen nemen. Ze moeten deze neerwaartse trend onverwijld aanpakken", zo verklaarde eurocommissaris voor Justitie Didier Reynders, die de resultaten vandaag toelicht op een bijeenkomst van de ministers van Justitie in Luxemburg. Reynders hoopt dat de lidstaten en het Europees Parlement het snel eens kunnen worden over de Digital Services Act, de nieuwe wetgeving over digitale diensten die de verplichtingen van de internetplatforms in de strijd tegen de verspreiding van online haatmateriaal moet aanscherpen. (Belga)

Sinds de Commissie en een aantal internetplatforms in 2016 een gedragscode tegen de verspreiding van haatboodschappen overeenkwamen, evalueert de Commissie op regelmatige basis in hoeverre Facebook en co hun engagementen nakomen. Ze doet dat in samenwerking met een netwerk van organisaties die strijden tegen discriminatie. Die organisaties stuurden van begin maart tot midden april ruim 4.500 meldingen van haatzaaierij naar de platforms. Haat met betrekking tot seksuele oriëntatie en xenofobie werd het vaakst gemeld. Facebook (1.799) en Twitter (1.595) ontvingen de meeste waarschuwingen. De platforms verwijderden 62,5 procent van de content, wat minder is dan het gemiddelde van 71 procent over 2019 en 2020. Vooral Facebook (70,2 pct) en YouTube (58,8 pct) haalden minder content offline, Twitter (49,8 pct) en Instagram (66,2 pct) verwijderden dan weer een groter aandeel in vergelijking met de vorige evaluatieperiode. TikTok deed een eerste keer mee en presteerde goed (80,1 pct op 199 aanmeldingen), aldus het rapport. In zowat één op tien gevallen verwijderen de platforms de content niet omdat ze het oneens zijn met de organisaties en oordelen dat de content niet in strijd is met hun gebruiksvoorwaarden of de wetgeving. Maar het evalueren van de meldingen blijkt ook minder snel te gaan. Slechts 81 procent werd zoals vooropgesteld binnen 24 uur geëvalueerd, tegen gemiddeld 90,4 procent in 2020. De bedrijven gaven ook minder feedback over de behandeling van meldingen. "De resultaten tonen dat IT-bedrijven niet zelfgenoegzaam mogen zijn: het is niet omdat de resultaten de voorbije jaren heel goed waren, dat ze hun opdracht minder ernstig mogen nemen. Ze moeten deze neerwaartse trend onverwijld aanpakken", zo verklaarde eurocommissaris voor Justitie Didier Reynders, die de resultaten vandaag toelicht op een bijeenkomst van de ministers van Justitie in Luxemburg. Reynders hoopt dat de lidstaten en het Europees Parlement het snel eens kunnen worden over de Digital Services Act, de nieuwe wetgeving over digitale diensten die de verplichtingen van de internetplatforms in de strijd tegen de verspreiding van online haatmateriaal moet aanscherpen. (Belga)