Volgens Lallemand is het hoog tijd om knopen door te hakken. "We hebben nu al een capaciteitsprobleem in de noord-zuidverbinding", zei hij. "Laten we geen tijd meer verliezen met allerlei studies. Je kan een project ook kapotbestuderen, maar de conclusie zal altijd dezelfde zijn: we moeten de capaciteit uitbreiden." En er zijn nog wel mogelijkheden om hier en daar een beetje capaciteit te winnen, maar dat is volgens Lallemand morrelen in de marge. "Dat is finetuning, je zal er nooit de 30 à 35 procent bijkomende capaciteit mee kunnen halen die we de komende 20 tot 25 jaar nodig hebben in Brussel." Lallemand schoof zelf opnieuw een tunnelproject naar voren dat eerder al ter sprake kwam. "We hebben in 2018, na een jaar studie, aan de regering voorgesteld om een tweede tunnel te bouwen onder Brussel." Die zou van Vorst-Zuid geboord worden naar een diepte van 30 tot 35 meter, om weer boven te komen in de bundel van Schaarbeek. De Infrabel-topman noemde een minimaal bedrag van 3 miljard euro voor de basisoptie, maar voegde toe dat dat bedrag eigenlijk al voorbijgestreefd is. Het hangt af van het moment waarop een beslissing wordt genomen, en zal vermoedelijk eerder in de richting van 4 tot 5 miljard gaan. Een ander groot dossier voor Infrabel is de haven van Antwerpen. "Antwerpen is een beetje de Brusselse situatie maar dan voor goederen", klonk het. Er is nood aan een tweede havenontsluiting, met de bedoeling het marktaandeel van het spoor in het goederenvervoer te verdubbelen van 8 naar 16 procent. "Er moeten de komende 12 tot 18 maanden strategische beslissingen worden genomen op heel lange termijn", aldus nog de Infrabel-topman. Hij suggereerde dat het beter is te investeren in grote lijnen met veel reizigers dan in kleine verbindingen. "Ik ben van mening dat de trein niet is gemaakt om vijftien mensen te vervoeren tussen twee dorpen, waarbij je een dubbel geëlektrificeerd spoor onderhoudt. Ik ken geen beter voorbeeld van verspild belastinggeld." Wat de spoorwerkzaamheden betreft, wees Lallemand erop dat Infrabel nog altijd met de impact kampt van een beslissing van de Dienst Veiligheid en Interoperabiliteit van de Spoorwegen (DVIS) midden 2018. Die stelde dat bij werken aan het spoor ook het verkeer op het naastliggende spoor onderbroken moest worden. Dat had een impact op "duizenden werken", voelbaar tot in de planning van 2021. Lallemand beloofde dat de spooroperatoren nadien op een duidelijkere en meer voorspelbare planning van de spoorwerkzaamheden zullen kunnen rekenen. Het is de bedoeling te gaan werken met "heilige rijpaden". Dat betekent dat operatoren die een rijpad kochten, erop kunnen rekenen dat hun trein niet op het laatste moment zal worden afgeschaft door werken. (Belga)