Van 1965 tot 1990 was Hugo De Ridder journalist bij De Standaard. Voordien had hij gewerkt als secretaris van CVP-toppers als Paul Vanden Boeynants en Leo Tindemans. Ook bij de krant bleef De Ridder een overtuigd christendemocraat, en hij begreep nooit waarom die combinatie verdacht of onverenigbaar moest zijn. 'Een journalist zonder engagement is een triestige vent', placht hij te zeggen. 'Zijn onafhankelijkheid bestaat er precies in dat hij ondanks de druk van politisering en commercialisering zijn eigen opvattingen kan handhaven.' Vandaar dat hij ook als journalist loyaal bleef aan Leo Tindemans en soms meeschreef aan diens toespraken. De Ridder noemde dat zijn 'dubbele loyauteit'.
...

Van 1965 tot 1990 was Hugo De Ridder journalist bij De Standaard. Voordien had hij gewerkt als secretaris van CVP-toppers als Paul Vanden Boeynants en Leo Tindemans. Ook bij de krant bleef De Ridder een overtuigd christendemocraat, en hij begreep nooit waarom die combinatie verdacht of onverenigbaar moest zijn. 'Een journalist zonder engagement is een triestige vent', placht hij te zeggen. 'Zijn onafhankelijkheid bestaat er precies in dat hij ondanks de druk van politisering en commercialisering zijn eigen opvattingen kan handhaven.' Vandaar dat hij ook als journalist loyaal bleef aan Leo Tindemans en soms meeschreef aan diens toespraken. De Ridder noemde dat zijn 'dubbele loyauteit'. Als journalist was Hugo De Ridder een voorloper en vernieuwer. Met zijn collega en vriend Frans Verleyen trad hij tussen 1969 en 1972 in het spoor van de legendarische interviewster Bibeb van Vrij Nederland. Ook De Ridder en Verleyen stelden toppolitici indringende vragen over hun privéleven, hun karakter en gevoelens, een enkele keer over erotiek. Die aanpak maakte school. Tegelijk ontpopte De Ridder zich tot een geducht onderzoeksjournalist. In de jaren zeventig legde hij schandalen bloot als de Ibramco-affaire, het RTT-schandaal, het Ziekenfondsproces en de Goede Vrijdagbenoemingen. Ministers namen ontslag, topambtenaren belandden in de cel, een ex-premier werd veroordeeld en er viel ook een regering. De socialistische Volksgazet beschuldigde De Ridder ervan 'terzelfder tijd detective, onderzoeksrechter, procureur en rechter' te willen zijn. Maar hij was gewoon de best geïnformeerde journalist van zijn tijd. Terwijl steeds meer media zich lieten leiden door de waan van de dag, begon De Ridder achterom te kijken. Met bestsellers als De keien van de Wetstraat (1982), Geen winnaars in de Wetstraat (1984), Sire, geef me honderd dagen (1988), Omtrent Wilfried Martens (1991, waarin hij de geheime bijeenkomsten van Poupehan onthulde) en De strijd om de zestien (1993) werd hij de geschiedschrijver van de politieke actualiteit. Pas na het lezen van zijn boeken wisten ministers en partijleiders in welk drama ze welke rol hadden gespeeld. Opnieuw schuwde De Ridder de inkijk in hun privéleven niet. In zijn 'biografictie' Mont Ducal (1995) maakte hij van echte politici fictieve personages om vrijuit te kunnen schrijven over hun ambities, hun liefdes, hun combines en demonen. Sindsdien krijgen journalisten vaak de opdracht om te spitten naar persoonlijke details voor Wetstraatverhalen à la De Ridder.Ook als vriend van veel CVP-tenoren bleef hij altijd een topjournalist. In 1981 pakte De Morgen uit met het spectaculaire nieuws van een geheime CVP-bijeenkomst. Tijdens een Scheldetocht op een Flandriaboot dineerde de partij- en regeringstop met een plejade van captains of industry, bankiers, vakbondsleiders, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en topambtenaren - er waren zelfs hoge militairen bij. De Wetstraat brak er zich het hoofd over hoe uitgerekend een linkse krant zo'n geheim in primeur kon brengen. De bron van dat nieuws was... Hugo De Ridder. Hij kon er niet over berichten in zijn eigen krant omdat ook de eigenaren van De Standaard aanwezig waren op het Flandriafeestje. En in 2007 bracht alweer De Morgen het nieuws over een 'geheim topoverleg' in een Brussels hotel waar oude CD&V-gloriën als Leo Tindemans, Mark Eyskens, Frank Swaelen, Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene er bij Yves Leterme op aandrongen dat hij eerste minister zou worden. 'Het is als een flashback naar de tijd van Hugo De Ridder', werd de krant geprezen. Zo was Hugo De Ridder tot zijn laatste dagen: een uitstekend journalist, een immer bereidwillige bron van nieuws, en een dierbare, oude vriend.