Er wordt de laatste weken weer volop naar oplossingen gezocht voor het migratievraagstuk. Of het nu Theo Francken is of de Europese Raad, politici van allerlei slag zijn naarstig op zoek naar maatregelen om de crisis beheersbaar te maken. Maar het debat over structurele problemen blijft helaas volledig afwezig, een gevolg van het feit dat er totaal geen eensgezindheid bestaat over met wat voor soort migratie we te maken hebben.

In het migratie- en integratievraagstuk zien politici vooral wat ze zelf willen zien.

Zowel Francken als de Europese leiders stellen immers vooral beperkte maatregelen zoals bijkomende opvangcentra en grenswachten voorgesteld. Achterliggende vragen, zoals de oorzaken van de migratie en de integratie van nieuwkomers zijn naar het tweede plan verschoven. Op zich is dat ook te begrijpen. Zelfs historici, die de luxe hebben om met veel meer afstand naar de migratiegolven van het verleden te kijken, raken het maar moeilijk eens over deze twee thema's. Het lijkt er echter op dat waar wetenschappers graag complexiteit verduidelijken, politici van vooral de illusie van eenvoud willen hooghouden.

Waarom de zee over?

Een eerste voorbeeld is de Atlantische migratie. In de eerste helft van de zeventiende eeuw vertrok er een grote groep Engelsen, de puriteinen, naar de oostkust van Noord-Amerika. In het collectief geheugen is daar ook een duidelijke motivatie voor: de puriteinen voelden zich religieus niet vrij en zochten daarom een nieuwe woonplaats om hun eigen religieuze gemeenschap te stichten.

Wie de hedendaagse crisis reduceert tot een verhaal van allemaal vluchtelingen, transmigranten, of illegalen, negeert dan ook de vele andere motivaties die mensen hebben om in beweging te komen.

Dit eenvoudige verhaal gaat echter voorbij aan de achterliggende complexiteit. Al bijna een eeuw lang discussiëren wetenschappers over de vraag of de puriteinse migratie religieus, dan wel economisch gemotiveerd was. Want het klopt dat de puriteinen in Engeland hun religie niet vrij konden beleven, maar er heerste in de vertrekperiode, die piekte tussen 1620 en 1640, ook een economische crisis in Engeland. En dan nog hebben onderzoekers ook veel persoonlijkere redenen, zoals burenruzies en familiekwesties, kunnen vinden in hun bronnen.

Die complexiteit is ook vandaag van tel. De motieven van de puriteinen zijn namelijk erg gelijklopend aan die van hedendaagse migranten. Sommige mensen vertrekken door economische crisissen, anderen door politieke of religieuze vervolging, maar ook natuurrampen en gezinshereniging zijn hedendaagse motieven. De puriteinse casus maakt duidelijk dat kiezen om te migreren nooit een simpele keuze is, maar één waar veel verschillende componenten een rol in spelen. Wie de hedendaagse crisis reduceert tot een verhaal van allemaal vluchtelingen, transmigranten, of illegalen, negeert dan ook de vele andere motivaties die mensen hebben om in beweging te komen.

Bovendien maakte deze ene puriteinse migratiestroom deel uit van een veel groter geheel. Mensen trokken van overal naar overal, aangezet door zowat elke reden denkbaar. Na Columbus ontplofte de migratie over de Atlantische Oceaan, een beweging waar de puriteinen deel van uitmaakten, maar evengoed de Spaanse en Portugese conquistadores en talloze Afrikaanse slaven. Al deze overlappende en in elkaar grijpende bewegingen tonen aan dat het onmogelijk is om de Atlantische én hedendaagse migratie te reduceren tot één heldere 'stroom' van gelijkaardige figuren met gelijkaardige motivaties.

Integratie vs. eigenheid

Maar niet enkel de motieven voor migratie zijn talrijk. Ook wat betreft de integratie van groepen migranten is het complexiteit troef, waarbij de rol van de observator van cruciaal belang is.

Het debat over de integratie van de Hugenoten in South-Carolina kan als voorbeeld gelden. Tegen het einde van de zeventiende eeuw werden deze protestanten door de Franse koning vogelvrij verklaard. Velen kozen de vlucht vooruit en emigreerden naar Europese steden met een protestantse gemeenschap. Van daaruit werden er ook enkele geronseld om de oversteek naar Noord-Amerika te maken.

Een van de belangrijkste discussiepunten over deze kwestie situeert zich, net als vandaag, rond integratie. Wat opvalt is dat hoewel historici elkaar tegenspreken over dit onderwerp, ze er ook niet in slagen om de theorieën van hun collega's volledig te ontkrachten. Sommige historici omschrijven de hugenootintegratie als een snelle en volledige assimilatie, met het volledige verdwijnen van hun cultuur tot gevolg. Anderen hekelen deze visie en hebben het eerder over een geleidelijke integratie of acculturatie met behoud van enige culturele eigenheid. Eén thema levert dus twee verschillende theorieën op, wat ook een gevolg is van het feit dat er voor beide stellingen altijd wel bewijs te vinden is.

Oogkleppen

Een studie van de historische literatuur toont dan ook aan dat we best rekening houden met de achtergrond van de auteur. Een sociaal historicus kijkt bijvoorbeeld anders naar een migratieverhaal dan een economisch historicus. Ook de nationaliteit van de observator speelt een rol. Zo is een volledige assimilatie van hugenoten, interessant voor een Amerikaans historicus om hun verhaal als een soort van geslaagde American Dream neer te pennen Een Frans academicus vindt het daarentegen wellicht interessanter om de aandacht te vestigen op de aspecten van cultuur die behouden bleven.

Politici kennen grotendeels hetzelfde probleem als historici. Door hun linkse of rechtse achtergrond zien ze in het migratie- en integratievraagstuk vooral wat ze zelf willen zien. Het dragen van zulke oogkleppen leidt enkel tot meer complexiteit. In historisch onderzoek worden zo'n probleem opgelost door alle meningen naast elkaar te leggen en in dialoog te gaan, iets wat onder politici echter steeds moeilijker lijkt te worden.

Een complex probleem vereist echter een oplossing vanuit verschillende invalshoeken, en het migratievraagstuk bevat zoveel lagen dat een beleidsaanpak gericht op één type, altijd zal falen wat betreft de andere types. Het is daarom maar te hopen dat de voorbeelden van historische migraties inspiratie kunnen bieden voor een minder oppervlakkige vorm van crisisbeheer.

Kat Craps en Lode Pollet zijn masterstudenten geschiedenis aan de KU Leuven. Ze voltooiden vorig jaar een onderzoek naar historische migratie.