Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Zeker vijftien van haar concerten werden geschrapt sinds maart, en het bedrag dat ze verloor aan inkomsten is groot, zegt ze. Dat er zo lang werd gewacht met versoepelingen van de coronaregels voor de culturele sector vindt ze moeilijk om te begrijpen. 'Als artiest sta je blijkbaar helemaal onderaan de ladder in de samenleving. Mensen mochten naar de kerk en naar de markt, maar een concert was een enorme bedreiging. Terwijl de sector zich te pletter heeft gewerkt om veilige oplossingen te vinden.' Maar aanleg voor neerslachtigheid heeft Annelien Van Wauwe niet, noch voor lethargie. Zelfs in wat voor muzikanten zoals zij een ware crisistijd is, maakt de beroemde klarinettiste uit Hamme een rustige en goedgeluimde indruk. 'Bij de pakken blijven neerzitten is geen optie voor mij. Dat zit niet in mijn genen.' Beroemd, zo omschrijven we haar, en dat is niet echt overdreven. De internationale prijzen en erkenningen liegen er niet om. Zo behaalde ze in 2012 een gedeelde overwinning van de ARD International Music Competition (vergelijkbaar met de Koningin Elisabethwedstrijd), werd ze in 2015 verkozen tot BBC New Generation Artist, en kreeg ze voor haar album Belle Epoque begin deze maand nog de Duitse Opus Klassik Award, de grootste onderscheiding voor klassieke albums. Zeven jaar was Van Wauwe toen ze besliste dat ze klarinet wilde spelen. Ze hield van het geluid en van hoe het instrument eruitzag. 'Zwart met blinkende klepjes, die blingbling sprak me wel aan', zegt ze lachend. Wanneer wist u van zichzelf dat u talent had? Annelien Van Wauwe: Talent, dat beslissen andere mensen voor jou op die leeftijd, maar ik had wel een enorme drive om te oefenen en beter te worden. Vanaf mijn dertiende wilde ik alleen nog maar klarinet spelen. Ik deed in die tijd ook veel aan atletiek, en toen ik op een keer met meerdere blessures te kampen had en niet meer mocht sporten, heb ik me volop op mijn instrument gestort. De klarinet werd mijn medicament. De beste worden, bekend worden of op een podium staan: speelde die gedachte al door uw hoofd? Van Wauwe: Dat herinner ik me niet, maar ik weet wel dat ik altijd heel competitief ben geweest. Nu hoef ik dat gelukkig niet meer te zijn, ik heb genoeg wedstrijden gewonnen. Ik weet nog dat ik na de ARD-wedstrijd opgelucht dacht: oef, bij deze mijlpaal mag het eindigen. (glimlacht) Zo'n wedstrijd is een geweldige uitdaging, en je wordt er elke keer weer een betere muzikant van, maar de voorbereiding is zwaar. Van de veertien wedstrijden waaraan ik heb deelgenomen heb ik er zeven gewonnen, dus ik mag tevreden zijn, denk ik. de Volkskrant schreef onlangs nog over u: 'Van Wauwe heeft zich ontplooid tot de leidende klarinettist van haar generatie.' Bestaat het gevaar niet dat je van al die erkenningen en prijzen arrogant wordt? Van Wauwe: Ik heb een hekel aan arrogante mensen. Ik vind mezelf heel down-to-earth. Misschien ben ik zelfs wat te bescheiden. Van elke prijs word ik blij, maar ik vind het absoluut niet nodig om ermee uit te pakken. U hebt geen sterallures? Van Wauwe: Nee, maar ik hou wel van het podium. De uitreiking van de Opus Klassik Award zal op een gala gebeuren in Berlijn, midden oktober, met een rode loper en alles wat daarbij hoort. Ik ben al wekenlang naar mooie jurken aan het zoeken. Je even als een filmster voelen, heerlijk. (lacht)Houdt u van feesten? Van Wauwe: Enorm. Maar altijd in stijl. Met lekker eten, lekkere drankjes en mooie kleren. En zeker niet met te luide muziek. Vreselijk vind ik dat. Ik hou niet van lawaai. Met ons kamermuziekensemble Carousel organiseren we zelfs feesten. De mensen krijgen dan niet alleen een concert van ons, maar een complete dag. Kan iemand die zo klassiek geschoold is uit de bol gaan op een technofeestje? Van Wauwe: Oei, op techno zeker niet. (lacht) Ik hou niet van repetitieve, monotone muziek. Philip Glass vind ik bijvoorbeeld echt niet mooi. Geef mij maar fado of jazz. Ooit wil ik nog een fadoalbum maken. Ik begrijp geen Portugees, maar die muziek raakt me diep in mijn ziel. De combinatie van gitaren en klarinet vind ik heel mooi. Het zou een nieuw geluid voor me zijn. Staat er bij u thuis van 's morgens tot 's avonds klassieke muziek op? Van Wauwe: Nooit. Ik luister niet naar klassieke muziek. Echt waar. Ik ben er al zo veel mee bezig, ik heb het graag helemaal stil als ik thuis ben. En zelfs dan hoor ik nog muziek in mijn hoofd. Tussen mijn oren stopt het nooit. (lacht)Na uw studie in Berlijn bent u daar blijven wonen. Was het een bewuste keuze om niet terug te keren naar België? Van Wauwe: Ik wilde de Duitse cultuur niet achterlaten. De Duitsers houden de deur open voor kunstenaars, zei iemand me ooit, en dat klopt. Ze hebben een groot respect voor iedereen die met cultuur en kunst bezig is. In België zijn er natuurlijk ook veel kunst- en muziekliefhebbers, maar naar educatie zou toch meer aandacht mogen gaan. Volgens mij moeten kinderen veel meer cultuur meekrijgen dan nu het geval is. We moeten ze op jonge leeftijd al meenemen naar leuke concerten, voorstellingen en musea. Op uw zeventiende won u uw eerste grote wedstrijd in Turijn. Kon u daar op die leeftijd goed mee omgaan? Van Wauwe: Ja, en daar hebben mijn ouders een belangrijke rol in gespeeld. Zij hebben altijd gezegd: doe wat je graag wilt doen, we staan helemaal achter jou. Mijn vader had een enorme vliegangst, maar als hij het vliegtuig moest nemen om een wedstrijd of concert van mij in het buitenland bij te wonen, dan deed hij dat. Vorig jaar is hij overleden aan kanker, maar voor hem was het heel belangrijk om er altijd bij te zijn en mij te steunen. Toen hij er niet meer was, heb ik echt goed begrepen wat dat betekend heeft voor mij. Het klinkt wat cliché, maar hij was mijn grootste fan. Hij was het die op de websites van de zalen ging kijken en mij dan berichten stuurde over hoeveel tickets er al verkocht waren. (glimlacht)Tegelijk hebben mijn ouders me nooit op een voetstuk gezet. Op mijn zestiende had ik enkele lessen gevolgd bij een bekende Duitse klarinettist, en blijkbaar heeft die toen tegen hen gezegd: 'Ze speelt beter dan ik, je moet haar laten gaan.' Maar dat hebben ze mij pas veel later verteld. Ze wilden me het hoofd niet op hol brengen. Integendeel, hun boodschap was altijd: werk nog maar wat harder. En daar bent u blij mee? Van Wauwe: Absoluut, doorzetten is het alfa en het omega in de muziekwereld. Er komen zo veel moeilijke momenten en ups en downs, maar opgeven zit er bij mij niet in. Dat is zeker iets wat ik in mijn opvoeding heb meegekregen. Veel downs lijkt uw parcours toch niet te verraden. Van Wauwe: Die zijn er anders wel geweest. De muziekwereld is hard, zeker als je een solocarrière hebt. Het draait ook niet alleen om muziek spelen. Administratie, communicatie, media en social media: al die zaken zijn enorm tijdrovend, en je kunt ze niet aan een manager uitbesteden. Maar ik doe het allemaal graag. De coronacrisis heeft me wel doen nadenken over de vraag: wat als het allemaal niet meer kan? Wat als we nooit meer kunnen concerteren zoals vroeger? Ik ben tot de conclusie gekomen dat er nog genoeg professionele wegen zijn die me ook gelukkig zouden maken. Yogalessen gaan geven aan musici, nog meer klarinetlessen geven, of zelf manager worden: dat zou ik allemaal wel zien zitten. Een muzikant laat bij een concert of wedstrijd het liefst ook zijn of haar persoonlijkheid zien. Wat krijgt het publiek te zien van Annelien Van Wauwe? Van Wauwe: Alles. Dat is toch de bedoeling. Als muzikant moet je open en eerlijk genoeg durven te zijn om iets te delen met je publiek. Daarom vind ik ook zo mijn draai in yoga. De basisgedachte van yoga is: om te kunnen geven moet je plaatsmaken. Heel mooi, vind ik. Mijn interesse voor yoga is in 2011 gewekt toen ik in Berlijn aan het studeren was. Door het vele spelen had ik een blessure opgelopen, iets wat vergelijkbaar was met een tenniselleboog. Ik moest dus even stoppen met spelen, maar ik kon wel andere vakken volgen, zoals ademhalingstechnieken, pilates en yoga. Vooral yoga hielp enorm, merkte ik, want mijn blessure verdween veel sneller dan verwacht. Daarna ben ik me er meer en meer in beginnen te verdiepen, en intussen doe ik het minstens één uur per dag. Op tournee zit er ook altijd een yogamat in mijn reiskoffer. Vóór elk concert wil ik een half uur yoga doen. Repeteren heeft dan toch geen zin meer. Je hebt er veel meer aan als je lichaam rustiger wordt, je ademhaling goed zit en je opener bent. Het is de beste manier om aan een concert te beginnen. Ik sta nu veel vrijer op een podium dan vroeger. En ik moet ook veel minder lang recupereren. U bent er ook van overtuigd dat yoga lichamelijke blessures kan voorkomen. U zet zelfs tutorials op YouTube. Van Wauwe: Iedereen weet dat je veel discipline nodig hebt om een instrument goed te leren bespelen. Maar vaak komt er erg veel druk bij kijken om perfecter dan perfect te worden. Het probleem is: hoe harder je dat probeert, hoe kleiner de kans dat het lukt. Zelf ben ik ervan overtuigd dat je je uiterste best moet doen om je tot de beste versie van jezelf te ontwikkelen. Als je eenmaal op dat punt gekomen bent, is het goed genoeg. Yoga kan daarbij helpen. Als ik aan het studeren ben en ik speel een fout of een passage loopt niet lekker, ga ik me daar niet over opwinden. Ik ga het wel analyseren en ik zal proberen te voorkomen dat ik die fout opnieuw maak, maar ik vermijd het om gefrustreerd of kwaad op mezelf te zijn. Dat is in de muziekwereld jammer genoeg meer regel dan uitzondering. Leraren of professoren spreken vaak op een negatieve manier met hun studenten: 'Dit was fout', 'Dat klonk slecht', 'Hier moet je het echt veel beter doen'. Iemand die alleen zulke negatieve feedback krijgt, komt mentaal en fysiek vast te zitten. Zelf probeer ik als docente om diezelfde feedback op een heel andere manier te geven. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Goed dat je een fout gemaakt hebt, nu kunnen we tenminste allebei iets leren.' Op welke manier hebt u zelf les gekregen? Van Wauwe: Vooral op de oude manier. Misschien was u anders geen topmuzikante geworden. Van Wauwe: Ik denk het wel. Volgens mij zou ik er zelfs sneller geraakt zijn. Kijk, discipline is enorm belangrijk, dat zul je me nooit horen ontkennen, maar het zou volgens mij wel gepaard moeten gaan met positieve coaching en geloof in de student. Maakt u nog fouten op een podium? Van Wauwe: Natuurlijk. Elke muzikant maakt fouten. Soms kun je er ook heel weinig aan doen. Zoals wanneer er airco in de zaal is en er een druppel condenswater in je klarinet valt waardoor je noot even doorschiet. Een fout is niet het einde van de wereld. Je moet kunnen zeggen: 'Niet fijn, die fout. Maar het is gebeurd en ik kan er niks meer aan doen. Ik ga nu het allerbeste maken van de rest van het concert.' U had het daarstraks over uw vader. Hij is in juli vorig jaar gestorven. Heeft yoga u ook geholpen bij het rouwproces? Van Wauwe: Enorm. In 2017 had hij de diagnose kanker gekregen, en wat later werd hem ook gezegd dat zijn ziekte onbehandelbaar was. We wisten dus al een hele tijd dat hij ging sterven. De diagnose zelf kwam onverwacht. Mijn vader was kerngezond. Ik ken niemand die zo sterk was als hij. Hij was advocaat, en tot een paar dagen voor zijn dood is hij blijven werken. Ik herken me daarin: niet opgeven. Maar hij was ook niet altijd even gemakkelijk, hoor - voor ik in de val trap van de dochter die een heilige van haar vader maakt. (glimlacht)Ik heb het lang moeilijk gehad met zijn ziekte, maar dan is er een moment gekomen waarop ik ze aanvaard heb. Mijn vader had om euthanasie gevraagd. Aan meerdere artsen moest hij uitleggen waarom en met veel vuur hield hij zijn pleidooi, ook al was hij doodziek. Hij wilde ook per se naar huis, hoewel hij eigenlijk amper in staat was om het ziekenhuis te verlaten. Twee dagen later wilde hij dat het gebeurde. Ik had veel liever gehad dat hij daar zo lang mogelijk mee gewacht had, maar dat wilde hij niet - en ik kon niet anders dan zijn wil aanvaarden. Ik herinner me het moment waarop hij stierf nog goed. Alles ging zo snel. Eerst maakte hij nog wat grapjes en zei hij tegen ons: 'Jullie gaan toch niet huilen?' Toen kwam die spuit, en ineens was hij weg. Ik dacht: het is verschrikkelijk, maar het hoort erbij, loslaten maakt deel uit van het leven, en hij is tenminste verlost van zijn pijn. Het was intens. We hadden zijn hand vast, en die handdruk zal ik nooit meer vergeten. Het leek alsof al zijn vroegere kracht in ons vloeide. Op zo'n moment word je ook geconfronteerd met de cyclus die het leven is, en de verbinding tussen ouders, kinderen en kleinkinderen. De moeder van uw vader is ook gestorven aan kanker. Bent u er zelf bang voor? Van Wauwe: Nee. Mijn grootmoeder is oud geworden, lichamelijk en mentaal was ze gewoon doodop. Ik eet en drink gezond, doe yoga, beweeg veel, en sta positief in het leven. Dat kan je tegen veel beschermen, denk ik. Als ik dan toch ziek word: het zij zo, dan heb ik er toch het allerbeste uit gehaald. Dat vind ik het mooie aan het leven: je groeit, je eindigt ergens, en tussen die twee ijkpunten heb je hopelijk een heerlijke tijd gehad.