Kaixo,
...

Kaixo, Ik schrijf u deze week vanuit de mistige Baskische bergen. Het had een uitwisseling moeten worden, samen met een tiental andere Vlaamse kunstvertegenwoordigers. Een trip waarop je bijleert. Netwerkt. En blijkbaar ook met een politieke agenda. Op het vliegtuig had ik hem al herkend aan zijn borstelige wenkbrauwen en bijna kwade blik. Mijn eerste reflex was angst. Ik dacht: die man heeft volgens mij geen goed karma en ik wil graag oud worden, straks worden we neergebliksemd. Ik heb het over Vlaams minister-president en cultuurminister Jan Jambon (N-VA). Pas bij aankomst werd mij verteld dat de uitwisseling 'een politiek kantje' had gekregen. Baskenland is een regio die ijvert voor autonomie en afsplitsing. Dat zijn natuurlijk de lievelingswoorden van onze minister van Cultuur. Er werd mij snel verzekerd dat 'de politiek' beperkt zou blijven tot een speech en een korte ontmoeting. Ik was recht in een val gelopen, of zo voelde het toch even. Ik was en ben blij dat ik deze reis kon maken, maar ik moest mezelf eraan herinneren dat ik dit heb verdiend, dat ik al jaren hard heb gewerkt. En dat ook mijn belastinggeld zowel minister Jambon als deze reis mee betaalt. De herinnering aan een les in een stoffige kelder van de middelbare school kwam naar boven, over dictaturen en hoe ze de kunsten inzetten om hun boodschap te verspreiden. 'Propaganda' werd dat genoemd. Is dit dan de toekomst van onze kunsten? Bij de ontmoeting met de andere Vlaamse deelnemers was het al snel duidelijk ik niet de enige was met dat gevoel. Uiteraard bleven de uitdagende opmerkingen en ideeën over een boycot beperkt tot de koffietafel, want zo Belgisch zijn we wel. Confrontatie, non merci. Er volgden een fotomoment en de ondertekening van een soort compromis voor verdere samenwerking met Baskenland. Ondertussen konden we wel genieten van de prachtige musea en de goed georganiseerde culturele sector. Het arsenaal aan state of the art open kunsthuizen deed mijn hart sneller kloppen. Hier is geen sprake van verlaagde budgetten. Er wordt ingezet op de kunsten als volwaardig exportproduct en nationale trots. En wij dan maar beschaamd uitleggen dat we hard moeten schrapen en elke vier à zes maanden met onze neus in de dossiers zitten om te overleven. Bon, gelukkig was dat netwerken een succes. Ik keer terug met een uitnodiging voor volgend jaar, en volgende zomer krijg ik Baskische gasten over de vloer. Fantastikoa!