Vrije Tribune

‘In een polycrisis hebben beleidsmensen minder loepen en meer verrekijkers nodig’

Vrije Tribune Hier geven we een forum aan organisaties, columnisten en gastbloggers

‘In woelige tijden als deze, is een stevige wetenschappelijke voorbereiding van het beleid noodzakelijk’, schrijven Guy Tegenbos en Jan De Groof. Ze pleiten op dat vlak voor meer samenwerking met Nederland.  

Twee weken kreeg de klimaatcrisis grote aandacht, door de 27ste Klimaattop (COP27) van de VN in Sharm-el-Sheikh. Maar dominant was de berichtgeving erover niet: het resultaat was ook niet denderend: kortermijnbelangen hielden de lagetermijnvisie onder de knoet. Vanwaar die geringe belangstelling? Het klimaat is maar één van de vele diepe crisissen die we vandaag gelijktijdig beleven. Die crisissen doorkruisen en versterken elkaar. Daarom spreken we van een polycrisis. We hebben niet de instrumenten om daarop te antwoorden.

Zoveel crisissen tegelijk, het is uniek in de naoorlogse geschiedenis.

De covid-crisis, bijvoorbeeld, is nog lang niet bezworen. Elke dag sterven er in België nog zes mensen aan, dat is viermaal meer dan het aantal verkeersdoden per dag. Op elk moment kan een nieuwe gevaarlijke variant opduiken, of zelfs een totaal nieuw virus. De gevolgen van de pandemie wegen nog altijd door, op gezinnen, op bedrijven, op het gezondheidssysteem, en op de overheden en hun budgetten.

De klimaatcrisis woedt intussen ook verder. Het weer staat op zijn kop; reusachtige branden teisteren de wereld; grote droogte en overmatige neerslag wisselen elkaar af en leiden beide tot oogstverlies. Terwijl de verwoestijning om zich heen grijpt, ontdooien de gletsjers en de ijskappen en de permafrost. De temperatuur stijgt sneller dan gevreesd, terwijl de overmatige aanwezigheid van stikstof de lokale natuur naar de keel grijpt en de landbouw bedreigt én zo ook de lokale voedselvoorziening.

Dan is er de Oekraïnecrisis. De wreedaardige ontsporing van de Russische machthebbers brengt de 40 miljoen Oekraïners ellende en moord en deportatie; ze ondergraaft de internationale evenwichten en veegt alle vrede-door-handel-hoop van de tafel; ze veroorzaakt een wereldwijde energiecrisis, duwt de inflatie naar recordhoogten en verstoort de al wankele wereldvoedselbevoorrading.

En dat laatste zal de migratiebewegingen versterken die vandaag in de Lage Landen tot een opvangcrisis leiden, overigens zonder dat die grootschalige immigratie enigszins tegemoet komt aan de arbeidsmarktcrisis die onze contreien treft.

En dan is er bij ons ook nog de budgettaire crisis waarin België almaar verder wegzakt. Het tekort op de begroting bedraagt 33,5 (versie van De Croo) tot 35 miljard (versie van De Bleeker) maar dat is in beide gevallen schandelijk veel: één van de hoogste tekortpercentages in de EU; onze staatsschuld schuift intussen op naar 115 procent van het bbp.

(Lees verder onder het artikel.)

Geen van die crisissen is ver van ons bed. We voelen ze allemaal aan den lijve: besmettingen en quarantaines, energieprijzen, inflatie, migratie, voedselprijzen, en de gevolgen in tweede lijn: stress, burnout, jobonzekerheid,…

Voor politici en beleidsmakers schept die polycrisis hondsmoeilijke tijden. Ze springen van de ene brand naar de andere. De politiek voelt zich verplicht om met kortetermijnmaatregelen de onrust bij de bevolking weg te nemen; de lange termijn komt daardoor almaar meer in verdrukking. Alleen internationale verplichtingen zetten de lange termijn nog op de agenda, en dan wordt vooral gepoogd die … te ontwijken. Zie ook: de overheidsbegrotingen.

De kortetermijnmaatregelen wekken bij de bevolking bovendien de illusie dat morgen ‘alles weer normaal wordt’ (de normalcy bias), terwijl we wéten dat het normaal van vroeger, in geen van de crisisdomeinen ooit nog zal terugkeren.

Besluit: onze politici worden overweldigd door de polycrisis en komen helemaal niet meer toe aan wat hun echt job is: de maatregelen voor de korte termijn laten sporen met wat in het algemeen belang nodig is op de lange termijn.

Hoe deze overweldiging toch weerstaan?

De gouden beleidsregel luidt: hoe meer kortetermijningrepen getroffen worden, hoe groter de nood is aan langetermijnvisie.  Maar daarvoor hebben we geen instrumenten en daartoe is onze politieke cultuur ook niet geschikt.

De onderlinge samenhang van die crisissen en uitdagingen bovenspitten en uitklaren, vergt diepgaande wetenschappelijke analyse, interdisciplinaire wel te verstaan; en daarnaast: scenario-denken: langetermijn-toekomstverkenningen, verrekijkersstudies, in Europa beter bekend als foresight-studies.

Nederland is op dat vlak beter toegerust dan Vlaanderen en België. Onze noorderburen hebben hun drie planbureaus (het Centraal, het Sociaal-Cultureel en het Omgevingsplanbureau), en hebben een stevige traditie van hoogstaande wetenschappelijke beleidsadvisering, met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) als ultieme top daarvan.

Vlaanderen en België staan oneindig zwakker; de federale overheid heeft een beperkt en overwegend economisch planbureau, en voor het overige werken onze overheden met incrementele, domeingebonden en kortetermijnstudies voor de onderstutting van hun beleid. Degelijke foresight-studies worden hier zelden gemaakt.

In Vlaanderen neemt het inzicht dat meer nodig is, de jongste jaren toe. Meer dan honderd prominenten ondertekenden in maart 2019 het Verrekijkersmanifest dat opriep tot de oprichting van een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (VWTR), naar analogie met de Nederlandse WRR. In de schoot van de Kanselarij van de Vlaamse overheid groeide al een ‘Team Strategische Inzichten en Analyses’ (SIA), een eerste kern.

Dat SIA-team en de Nederlandse WRR en de pleitbezorgers voor zo’n Toekomstraad organiseerden deze herfst samen met het Vlaamse FWO (Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek) en de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Kunsten en Wetenschappen een confrontatie van Vlaamse en Nederlandse wetenschappers en hun langetermijnvisies inzake gezondheidszorg, arbeidsmigratie, internationale veiligheid, en het verband tussen klimaat en voedselvoorziening. Het was een leerzaam vervolg op de twee ‘Verrekijkersconferenties’ (2019 en 2021) en op het boek ‘Utopia voor Realisten. Verrekijkers voor Toekomstdenken’ (LannooCampus, 2021). Er staan nog meer van die initiatieven op stapel. Het zijn belangrijke vingeroefeningen.

(Lees verder onder het artikel.)

Vlaanderen en Nederland zullen immers ieder voor zich een beleid voor die polycrisis moeten uitwerken maar het is aangewezen de analyses en toekomstverkenningen voor een deel samen op te zetten: Vlaanderen en Nederland vertonen genoeg gelijkenissen en genoeg verschillen om dat samenwerken interessant en vruchtbaar te maken.

Vlaanderen, en bij uitbreiding België, hebben dringend nood aan wetenschappelijke én foresight-ondersteuning voor het langetermijnbeleid voor deze polycrisis. Zo niet, blijven politici en andere beleidsmakers constant overspoeld worden door de problemen waarvoor ze dan alleen kortertermijnmaatregelen kunnen bedenken.

In Vlaanderen groeit het inzicht dat daarvoor een andere politieke cultuur nodig is; er ligt ook al een plan klaar om daarvoor een structuur op te bouwen: een ‘verrekijker’: een Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad, naar analogie met het Nederlandse voorbeeld (WRR) en dat van vele andere landen. In woelige tijden als deze, is een stevige wetenschappelijke voorbereiding van het beleid noodzakelijk en moeten scenario- en foresight-studies de bewindvoerders helpen zich niet heen en weer te laten slingeren door de golven en baren die de diverse crisissen dagelijks opwekken, maar een verrekijkersblik te houden op de verre toekomst.

Partner Content