Om te weten welke taal inwoners van Nederlands en Vlaanderen in welke situatie gebruiken, riepen de Taalunie, het Meertens Instituut en de Universiteit Gent het onderzoeksproject "Staat van het Nederlands" (Staatned) in het leven. Aan de "nulmeting"-de komende jaren wordt nog meer onderzoek verwacht- namen ruim 6.500 mensen, onder wie ruim 3.400 Vlamingen. "De resultaten zijn een nuancering op de vaak nogal eenzijdige berichten als staat het Nederlands onder druk", zegt professor Johan De Caluwe (UGent).

"We maken bewuste keuzes in ons taalgebruik, soms ook weg van het Nederlands. Maar ik ben aangenaam verrast van de souplesse waarbinnen van taal wordt gewisseld." In Vlaanderen spreekt 91,1 pct van de bevraagden altijd Nederlands in zijn of haar naaste omgeving. "Afhankelijk van het domein waarin ze zich bevinden, zetten mensen hun taal anders in. Je kan dus niet zeggen dat we door een bepaalde taal overrompeld worden, het zijn vaak mensen die bewust kiezen vanuit bepaalde doeleinden."

Op het werk wordt tussen collega' en leidinggevenden in acht op de tien gevallen uitsluitend in het Nederlands gesproken, dat is in ongeveer twee derde van het gevallen zo voor de externe communicatie met klanten en andere organisaties. "Vanuit commerciële overwegingen, maar ook vanuit hoffelijkheid, wordt op het werk een andere taal gesproken", zegt professor De Caluwe.

In de wetenschap wordt vanwege het "bereik" en de "status" massaal voor het Engels gekozen: 92,5 pct van de Vlaamse doctoraten verschijnt in het Engels. "Van het basisonderwijs tot het niet-universitair hoger onderwijs is het Nederlands de voornaamste instructietaal, in Vlaanderen nog meer uitgesproken dan in Nederland", merkt de Taalunie op. "In het universitaire onderwijs verandert dat beeld ingrijpend, opnieuw in Nederland nog meer dan in Vlaanderen, met name in de masteropleidingen en aan de technische universiteit. Het maatschappelijk draagvlak om andere instructietalen te gebruiken, neemt toe met het onderwijsniveau."

Van de Vlamingen volgt 56,8 pct het nieuws uitsluitend in het Nederlands, 21 pct in het Engels. Ook online volgt 44,1 pct het nieuws in het Nederlands, al kiest 32,1 pct daar ook wel voor het Engels. "Als mensen naar televisie kijken, gaan ze massaal naar Nederlandstalige programma's zien. Zoeken ze daarna iets op, dan komen ze vaak op een Engelstalige Wikipediapagina terecht, en dat vinden ze ook normaal. Terwijl een uur later in een krantenwinkel een Nederlandstalige krant of tijdschrift wordt gekocht."

Op sociale media is het beeld ook divers, zes op de tien gebruikt Nederlands, maar er worden ook meer thuistalen gebruikt. "In een sms, typische een-op-een-communicatie, wordt het Nederlands gebruikt. Van zodra we overschakelen naar Facebook of Twitter, waar je meer kans hebt dat iemand in de vriendenkring anderstalig is, dan zie je dat mensen makkelijker naar een andere taal grijpen."

In de toekomst kijken, vindt De Caluwe moeilijk, vervolgonderzoek zal bijvoorbeeld de doorsijpeling van het Engels in het onderwijs meten, al denkt de professor dat het Nederlands nog een lange toekomst heeft. "Zelfs in een Engelstalige wereld kan het Nederlands de taal van je identiteit blijven. Maar de levenskansen van een taal hangen af van de mate waarin ze doorgegeven wordt aan jonge kinderen."

Om te weten welke taal inwoners van Nederlands en Vlaanderen in welke situatie gebruiken, riepen de Taalunie, het Meertens Instituut en de Universiteit Gent het onderzoeksproject "Staat van het Nederlands" (Staatned) in het leven. Aan de "nulmeting"-de komende jaren wordt nog meer onderzoek verwacht- namen ruim 6.500 mensen, onder wie ruim 3.400 Vlamingen. "De resultaten zijn een nuancering op de vaak nogal eenzijdige berichten als staat het Nederlands onder druk", zegt professor Johan De Caluwe (UGent). "We maken bewuste keuzes in ons taalgebruik, soms ook weg van het Nederlands. Maar ik ben aangenaam verrast van de souplesse waarbinnen van taal wordt gewisseld." In Vlaanderen spreekt 91,1 pct van de bevraagden altijd Nederlands in zijn of haar naaste omgeving. "Afhankelijk van het domein waarin ze zich bevinden, zetten mensen hun taal anders in. Je kan dus niet zeggen dat we door een bepaalde taal overrompeld worden, het zijn vaak mensen die bewust kiezen vanuit bepaalde doeleinden." Op het werk wordt tussen collega' en leidinggevenden in acht op de tien gevallen uitsluitend in het Nederlands gesproken, dat is in ongeveer twee derde van het gevallen zo voor de externe communicatie met klanten en andere organisaties. "Vanuit commerciële overwegingen, maar ook vanuit hoffelijkheid, wordt op het werk een andere taal gesproken", zegt professor De Caluwe. In de wetenschap wordt vanwege het "bereik" en de "status" massaal voor het Engels gekozen: 92,5 pct van de Vlaamse doctoraten verschijnt in het Engels. "Van het basisonderwijs tot het niet-universitair hoger onderwijs is het Nederlands de voornaamste instructietaal, in Vlaanderen nog meer uitgesproken dan in Nederland", merkt de Taalunie op. "In het universitaire onderwijs verandert dat beeld ingrijpend, opnieuw in Nederland nog meer dan in Vlaanderen, met name in de masteropleidingen en aan de technische universiteit. Het maatschappelijk draagvlak om andere instructietalen te gebruiken, neemt toe met het onderwijsniveau." Van de Vlamingen volgt 56,8 pct het nieuws uitsluitend in het Nederlands, 21 pct in het Engels. Ook online volgt 44,1 pct het nieuws in het Nederlands, al kiest 32,1 pct daar ook wel voor het Engels. "Als mensen naar televisie kijken, gaan ze massaal naar Nederlandstalige programma's zien. Zoeken ze daarna iets op, dan komen ze vaak op een Engelstalige Wikipediapagina terecht, en dat vinden ze ook normaal. Terwijl een uur later in een krantenwinkel een Nederlandstalige krant of tijdschrift wordt gekocht." Op sociale media is het beeld ook divers, zes op de tien gebruikt Nederlands, maar er worden ook meer thuistalen gebruikt. "In een sms, typische een-op-een-communicatie, wordt het Nederlands gebruikt. Van zodra we overschakelen naar Facebook of Twitter, waar je meer kans hebt dat iemand in de vriendenkring anderstalig is, dan zie je dat mensen makkelijker naar een andere taal grijpen." In de toekomst kijken, vindt De Caluwe moeilijk, vervolgonderzoek zal bijvoorbeeld de doorsijpeling van het Engels in het onderwijs meten, al denkt de professor dat het Nederlands nog een lange toekomst heeft. "Zelfs in een Engelstalige wereld kan het Nederlands de taal van je identiteit blijven. Maar de levenskansen van een taal hangen af van de mate waarin ze doorgegeven wordt aan jonge kinderen."