Trump zou hebben geëist dat de Oekraïense president Zelenski openlijk verklaarde dat hij een onderzoek beval naar Hunter Biden, de zoon van Trumps rivaal Joe Biden. Hunter Biden was tot april van dit jaar lid van de raad van bestuur van het Oekraïense gasbedrijf Burisma. Trump houdt zelf vol dat er geen sprake was van een "quid pro quo" en dat aan Zelenski niet zou gevraagd zijn om een onderzoek in te stellen in ruil voor militaire hulp. In zijn getuigenis zegt Taylor echter dat Trump er echt op aandrong dat zijn Oekraïense ambtgenoot een dergelijk onderzoek publiekelijk zou aankondigen. "Alles" hing daarvan af, zou Gordon Sondland, de Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie, aan Taylor hebben verklaard in een telefoongesprek, niet alleen het geplande bezoek van Zelenski aan het Witte Huis maar ook het vrijgeven van de bevroren hulp, luidde het. Nog volgens Taylor vernam hij op 18 juli dat er op aandringen van Trump bijna 400 miljoen dollar aan militaire hulp werd geblokkeerd. Op 8 september zou Sondland hem dan hebben gezegd dat Zelenski ermee had ingestemd om een openlijke aankondiging te doen tijdens een interview met de Amerikaanse zender CNN. Op 11 september hoorde Taylor naar eigen zeggen dat de militaire hulp was vrijgegeven. Hij heeft toen de naaste medewerkers van Zelenski met aandrang afgeraden om het geplande CNN-interview te laten doorgaan. (Belga)