Elke week vraagt Knack aan ondernemende Belgen hoe ze lijf en psyche in balans houden.
...

Het duurde enkele weken voor Khalid Benhaddou onze vraag tot interview beantwoordde. Leeft de imam van de Gentse El Fath Moskee zo onthecht of heeft hij het eenvoudigweg heel druk? 'Het tweede', lacht hij bij het begin van onze wandeling langs de Oude Dokken van Gent, tussen Dampoort en de Muide. 'Ik slaag er momenteel moeilijk in om tijd vrij te maken. Naast mijn gewone werk als imam ben ik lid van de Commissie voor Medische Ethiek van het UZ Gent, ik ben voorzitter van het Platform Vlaamse Imams en coördinator van het onderwijsnetwerk islamexperten, en daarnaast ben ik verbonden aan de UGent als opdrachthouder Diversiteit. En ik ben ook nog eens twee boeken aan het schrijven.' U mankt een beetje, zie ik. BENHADDOU: Ik heb al twee weken pijn aan mijn linkervoet. Ik heb een ontsteking opgelopen, jicht. Blijkbaar kan het iets te maken hebben met een slecht functioneren van de nieren of met slechte voeding. Er schort iets aan uw voedingspatroon? BENHADDOU: Het zou veroorzaakt kunnen worden door te veel erwten of linzen te eten, wat bij mij inderdaad het geval is. Ik ben er nu mee gestopt, hopelijk heeft het snel effect. Vorige week had ik voor het eerst sinds lang weer last van steken in mijn hart. Door corona was dat veel verminderd, maar nu heb ik blijkbaar weer meer stress. Anders dan uw vader, die vanuit Marokko naar België is gekomen om bij een bloemist in Melle te werken, leeft u niet van uw handen maar van uw hoofd. Dat wordt als winst beschouwd. Maar is het dat ook? BENHADDOU: (denkt na) Niet altijd. Je moet toch altijd streven naar een goed evenwicht tussen fysieke en geestelijke arbeid. Bij mij ligt de focus vooral op de geest, waardoor dat evenwicht soms zoek is. Op zulke moment probeer ik meer in beweging te komen, door thuis wat te klussen of te gaan lopen. Als ik mijn lichaam niet onderhoud, merk ik dat de scherpte van mijn geest eronder lijdt. Soms heb ik het gevoel dat ik in direct contact sta met mijn lichaam, dat we elkaar begrijpen en signalen geven. Ik kan me bij het opstaan gemakkelijk slecht in mijn lichaam voelen, of dik en opgeblazen, en dan weet ik dat ik eerst moet gaan lopen of wandelen. Anders komt het die dag niet meer goed. Waarom schatten we als maatschappij geestelijke arbeid hoger in dan lichamelijke arbeid? BENHADDOU:(denkt na) Omdat we ervan uitgaan dat geestesarbeid zwaarder is, veel meer denk- en studeerwerk vraagt? Terwijl handenarbeid meestal niet gemakkelijker is, integendeel. Er zijn al veel debatten over geweest en ik vind persoonlijk dat er een scheeftrekking is. Natuurlijk mogen mensen die meer tijd op de schoolbanken hebben doorgebracht daar naar behoren voor worden vergoed. Maar fysieke arbeid wordt in onze huidige maatschappij veel te weinig naar waarde geschat. Ik ben geprivilegieerd op dat vlak. Niet omdat ik veel meer verdien dan iemand die fysieke arbeid verricht, wel omdat ik betaald word om mijn passie uit te oefenen: nadenken over de samenleving. Met permissie, maar wie heeft er iets aan al dat gefilosofeer van u? BENHADDOU:(lacht) Ik denk dat ook vaak. Maar hoe meet je zoiets? Een ideeënstrijd maakt nu eenmaal ook onderdeel uit van een samenleving. Je kunt nooit alleen maar vertrekken vanuit de materiële werkelijkheid zonder dat je er ideeën op loslaat, en die twee vullen elkaar aan. Als iedereen alleen maar de mouwen zou opstropen en niemand in staat zou zijn om de werkelijkheid in vraag te stellen, zou het moeilijk worden om de werkelijkheid en de omstandigheden waarin we leven nog te veranderen. Het ontwikkelen van ideeën is op zich dus noodzakelijk. Al sinds uw twaalfde bent u hard aan het studeren. U hebt toen in twee jaar tijd de Koran uit het hoofd geleerd. Bent u nu, op uw drieëndertigste, intellectueel tot volle wasdom gekomen? BENHADDOU: Ik denk het wel, ja. De fundamenten van mijn visie - over de rol van de islam in Europa - zijn gelegd. Ik sta stevig in mijn schoenen, nu. Al merk ik dat hoe meer ik studeer en hoe meer ideeën ik tot mij neem, hoe moeilijker het wordt om trouw te blijven aan één bepaalde lijn. Ik ben niet de persoon die dogmatisch een houding aanneemt en die vervolgens voor de rest van zijn leven activistisch zal blijven verdedigen. Ik ben heel kritisch, ook tegenover mezelf. Ik lees dus graag tegengestelde ideeën en ik ga spreken in de meest diverse kringen. Soms zelfs in extremistische milieus, maar daar kan ik alleen maar uit bijleren. Uw credo is 'durf te weten'. Betekent meer kennis niet vaak ook meer pijn? BENHADDOU: Als je eenmaal doorhebt hoe de samenleving in elkaar zit, kan dat als je niet goed oplet inderdaad defaitistisch werken. Een van de meest inspirerende boeken die ik ooit gelezen heb, was Nietzsches tranen van Irvin D. Yalom, waarin ik de uitspraak van Nietzsche las dat wanneer je kiest voor dogmatisch geloven je eigenlijk kiest voor de weg van het gemak. Je neemt een waarheid aan die al voor jou is voorgekauwd en waarbij je zelf nog maar weinig moet nadenken. Maar als je kiest voor een andere weg - veel vragen stellen, de wetenschap omarmen, jezelf blootstellen aan het feit dat je er ook eens naast kunt zitten - , dreig je je houvasten al eens te verliezen. Ik ga die uitdaging graag aan, maar daardoor ben ik wel elke dag aan het worstelen. U wilt een verzoening maken tussen de rede en de Heilige Teksten. Omdat we ons als samenleving te veel door onze emoties laten leiden? BENHADDOU: Niet zozeer als westerse samenleving, maar wel binnen de moslimgemeenschap, ja. Ik vind dat het Westen te ver is doorgeschoten in het rationalisme. De afgelopen twee eeuwen is de rede het fundament geweest van onze samenleving, waardoor alles wat te maken heeft met spiritualiteit en religie - met emotie, bij uitbreiding - naar de achtergrond is geschoven. Daar moet een correctie op komen. Ik zie ook steeds meer mensen op zoek gaan naar spiritualiteit en zingeving, getuige bijvoorbeeld de opmars van het nationalisme overal in Europa. Maar binnen de islam moet er een andere correctie komen. Er moet veel meer nagedacht worden over de rol van religie in de samenleving van vandaag, niet in die van gisteren. Religie kan gemeenschapsvormend werken, ze kan een therapeutische functie hebben, omdat ze voor een stuk vertelt wat je positie in het universum is, en ze kan mee helpen om een antwoord te vinden op de grote, existentiële uitdagingen van de 21e eeuw: de klimaatverandering en de opkomst van artificiële intelligentie en biotechnologie. Om door geopolitieke, technologische en economische stormen te kunnen navigeren, heb je niet alleen 'een anker van zekerheid' nodig, maar ook een kompas en een kaart. Dat mis ik in het huidige islamitische discours. Wanneer bent u zelf voor het laatst door uw emoties overmand? BENHADDOU: (denkt na) Dat overkomt mij ook zeker af en toe. Al ben ik wel nogal cartesiaans opgevoed. Thuis werden de emoties niet gemakkelijk getoond en wij hebben dat allemaal voor een stuk meegekregen. Meestal komen mijn emoties pas naar buiten als ik alleen ben. En dat kan echt bij van alles zijn: een documentaire over vrijwilligers die op Lesbos vluchtelingen uit het water halen, een goed boek of een lezing van een interessante denker. U leidt een druk leven. Bent u nog voldoende alleen? BENHADDOU: Toch wel. Ik maak daar bewust tijd voor vrij. Door mijn beroep kom ik vaak onder de mensen, maar eigenlijk ligt mij dat niet zo. Ik ben van nature nogal op mezelf. Dus trek ik me dikwijls terug, om na te denken en de dingen te laten bezinken. Thuis, in mijn auto of in een hoekje van een terras. Eind vorig jaar bent u in het huwelijk getreden. 'Mijn vrouw en ik zijn gelukkig getrouwd', zei u onlangs in Berg en dal op Klara. 'Zij is gelukkig en ik ben getrouwd.' Niet eens zo diep in u zit er een lolbroek? BENHADDOU:(lacht) Echt wel. Bij mijn vrienden ben ik altijd de ambiancemaker. Alleen slaagde ik er tot nog toe niet in om dat naar buiten toe kenbaar te maken. In het begin was ik bang dat het mijn gezag zou aantasten. Ik dacht dat ik mijn imago hoog moest houden. Maar hoe meer ik in het maatschappelijke debat actief ben, hoe meer ik mijn humor durf te gebruiken. Ik heb me voorgenomen om dat van nu af aan wat meer te doen. Veel mensen denken waarschijnlijk dat ik met mijn vrienden alleen maar praat over filosofie en theologie, maar het tegendeel is waar. We hebben het vaak over voetbal bijvoorbeeld. Ik ben fan van Cristiano Ronaldo en over hem hebben we het dus veel. (zwijgt even) Ik word trouwens heel rustig van bij mijn vrouw te zijn. Het is nog pril, maar ik voel toch al een zekere stabiliteit in mijn hoofd. In mijn beleving staat Lionel Messi voor het genie, de geest en Cristiano Ronaldo voor de kracht, het lichaam. Dat uitgerekend u, de man van de rede, voor Ronaldo kiest. BENHADDOU:(lacht) Toen hij nog in Madrid speelde, ging ik dikwijls in Bernabéu naar de Clasico kijken. Hij is gewoon de meest complete voetballer aller tijden. Na hem zullen er nog weinig voetballers van zijn niveau komen, denk ik. En Messi? Die is niet slecht natuurlijk, maar bij hem mis ik een beetje het lichamelijke. Ronaldo combineert lichaam en geest het beste. Punt. (lacht) Daarin ben ik wel dogmatisch. In normale tijden draagt u het vrijdaggebed voor 1200 mensen voor. Waant u zich in het diepst van uw gedachten weleens een voetballer, of een popster? BENHADDOU: Die fase heb ik gelukkig al gehad. Van mijn twaalfde tot mijn veertiende heb ik de wereld rondgereisd om deel te nemen aan prestigieuze voordrachtwedstrijden van de Koran, en toen is mijn ego me soms wel voorbijgelopen. Ik werd door mijn gemeenschap op handen gedragen, werd door iedereen beschouwd als iemand die een voorgangersrol moest krijgen, werd op allerlei manieren bevoordeeld. Bij collega's heb ik gezien dat je daar snel aan ten onder kunt gaan, zeker als je zoals ik uit een kwetsbare omgeving komt: de Brugse Poort. Ik ben in relatieve armoede grootgebracht en plots verscheen ik helemaal op het toneel. Gelukkig ben ik altijd in strijd met mezelf, en dus ook met mijn ego. U werd uitverkoren wegens uw uitzonderlijke zangstem. Hoe verzorgt u die? BENHADDOU: Ik neem elke ochtend een lepel olijfolie in, ik eet veel honing en ik drink veel gemberthee. Met het ouder worden wordt mijn zangstem iets zwaarder, maar bij momenten vind ik hem zelf nog altijd mooi. Met een goede microfoon en goede akoestiek kan ik tijdens het reciteren van de Koran in een moskee geëmotioneerd raken door wat ik lees. U drinkt nooit alcohol en rookt nooit waterpijp. Waarom, wilt u de controle over uw geest niet verliezen? BENHADDOU: Ik ben niet zo naïef om te denken dat wij als mens van nature alleen maar goed zijn. We zijn zowel goed als slecht, naargelang van de omstandigheden. En je hebt maar weinig nodig om die vonk te doen ontbranden. Daarom kies ik ervoor om altijd controle over mezelf te houden. Nog los van het religieuze heb ik met mezelf de afspraak gemaakt om nooit alcohol te drinken of andere drugs te gebruiken. Het zou als capitulatie aanvoelen, ik wil het gewoon niet op mijn geweten hebben. Ook uit zelfbescherming, ja. In de islam zijn er voorschriften rond voeding, alcohol, seksualiteit en het bedekken van het lichaam. Is het lichaam zondig? BENHADDOU: Op zichzelf niet, nee. We moeten ons lichaam juist met onze geest beschermen tegen alles wat het zou kunnen schaden of vernietigen. De islam gaat er inderdaad wat radicaler mee om, omdat het een religie is die altijd het zekere voor het onzekere neemt. Alles wat kan leiden tot het ergste wordt verboden. Misschien omdat wij als mensen altijd geneigd zijn om te snakken naar meer? Ik vind die regels eigenlijk goede beschermingsmechanismes, al zijn ze wel uitgevaardigd voor een algemeen publiek. Ze hebben een zekere wijsheid voor het collectief in zich, maar er zullen altijd mensen zijn die zich er niet in herkennen. Ook daar heb ik begrip voor. Volgens de Koran schiep Allah de mens drieledig - als lichaam, geest en ziel - en is het evenwicht tussen die drie vereist om een harmonieus leven te leiden. Waar liggen de grenzen tussen lichaam, geest en ziel? BENHADDOU:(denkt na) In feite is het een semantische discussie. Veel intellectuelen en theologen hebben hun tanden er al op stukgebeten, maar ik denk niet dat wij vandaag al weten wat bijvoorbeeld de ziel precies is. Het is nog altijd een mysterie. Ik denk niet dat er sluitende, wetenschappelijk onderbouwde antwoorden op die vraag kunnen komen. En dus ga ik er niet naar op zoek. Ik laat het liever over aan het mysterie. Ik geloof dat er iets is na de dood, maar wat dat 'iets' dan precies is, hoe het leven na de dood eruit zal zien, dat zal ik dan wel zien. Wat is de zin van het leven? BENHADDOU: Ik geloof in elk geval niet dat het leven géén zin heeft. (denkt na) De manier waarop je je leven vandaag invult, zal gevolgen hebben voor je leven na de dood. Dat is voor mij de zin van het leven. Maar hoe je je leven zin geeft, daar wil ik me voor andere mensen niet over uitspreken. Het kan zich uiten in religie, in de relaties die je met anderen hebt - vriendschappelijke of liefdesrelaties - , door gefascineerd te zijn door het vergaren van kennis of door de volgende generaties te helpen. (zwijgt even) Verbinding, daar komt het eigenlijk allemaal op neer.