Gevangenissen zijn broeihaarden van radicalisering, onder meer door de setting, het gebrek aan perspectief of een gemis van zingeving - zo verklaarde Jaak Raes, topman van de Staatsveiligheid, in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart.

Jaak Raes, Belga
Jaak Raes © Belga

In totaal gaat het om een 450-tal 'geradicaliseerden', zo bevestigde hij cijfers die al langer circuleren. Zo'n 160 onder hen zijn ook echt veroordeeld voor terrorisme of gewelddadig extremisme. Om 'besmetting' te vermijden, zet België de zowat vijfentwintig gevaarlijkste gevallen intussen apart in speciale afdelingen in Hasselt en Ittre.

Maar helemaal afgezonderd zitten zij dus niet. 'We hebben gekozen om hen te centraliseren. Laat men er dan ook over waken dat die eenheden effectief adequaat isoleren', aldus Raes. 'Men moet erover waken dat er geen hiaten zijn.'

'Totale afzondering is illusie'

Volgens de topman van de Staatsveiligheid zijn die er vandaag wel degelijk. 'We weten dat ze ongelofelijk vindingrijk zijn - ze hebben ook veel tijd om na te denken - om alternatieve systemen van communicatie op poten te zetten', klonk het. 'Je mag het je echt niet voorstellen alsof er geen onderling contact zou zijn. Dat zou een illusie zijn.'

Raes wees onder meer op de bouw van onze gevangenissen, die een complete afzondering erg moeilijk maakt. Tijdens wandelingen worden mogelijk berichten doorgegeven, of 's nachts worden zaken geroepen in een taal die de cipiers niet begrijpen, schetste hij.

Eerder had ook de gevangenisdirecteur van Ittre, Valérie Lebrun, al laten verstaan dat de speciale afdeling in haar gevangenis niet waterdicht is. Contact met andere gedetineerden blijft mogelijk, bevestigde ze. Idealiter zouden er in haar ogen afzonderlijke gevangenissen komen voor de meest 'besmettelijke' geradicaliseerden. Ze haalde daarbij de toekomstige inrichting in Vresse-sur-Semois aan.

Ruimer bekeken dan enkel de speciale afdelingen, zijn in de gevangenissen ook al 'minstens tien incidenten' opgedoken waarbij 'terreurgedetineerden ongehinderd met de buitenwereld konden communiceren', gaf Raes nog aan. Ze konden berichten versturen en ontvangen met smartphones, maar bijvoorbeeld ook 's nachts filmpjes bekijken.

Gevangenissen zijn broeihaarden van radicalisering, onder meer door de setting, het gebrek aan perspectief of een gemis van zingeving - zo verklaarde Jaak Raes, topman van de Staatsveiligheid, in de onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart.In totaal gaat het om een 450-tal 'geradicaliseerden', zo bevestigde hij cijfers die al langer circuleren. Zo'n 160 onder hen zijn ook echt veroordeeld voor terrorisme of gewelddadig extremisme. Om 'besmetting' te vermijden, zet België de zowat vijfentwintig gevaarlijkste gevallen intussen apart in speciale afdelingen in Hasselt en Ittre.Maar helemaal afgezonderd zitten zij dus niet. 'We hebben gekozen om hen te centraliseren. Laat men er dan ook over waken dat die eenheden effectief adequaat isoleren', aldus Raes. 'Men moet erover waken dat er geen hiaten zijn.'Volgens de topman van de Staatsveiligheid zijn die er vandaag wel degelijk. 'We weten dat ze ongelofelijk vindingrijk zijn - ze hebben ook veel tijd om na te denken - om alternatieve systemen van communicatie op poten te zetten', klonk het. 'Je mag het je echt niet voorstellen alsof er geen onderling contact zou zijn. Dat zou een illusie zijn.'Raes wees onder meer op de bouw van onze gevangenissen, die een complete afzondering erg moeilijk maakt. Tijdens wandelingen worden mogelijk berichten doorgegeven, of 's nachts worden zaken geroepen in een taal die de cipiers niet begrijpen, schetste hij.Eerder had ook de gevangenisdirecteur van Ittre, Valérie Lebrun, al laten verstaan dat de speciale afdeling in haar gevangenis niet waterdicht is. Contact met andere gedetineerden blijft mogelijk, bevestigde ze. Idealiter zouden er in haar ogen afzonderlijke gevangenissen komen voor de meest 'besmettelijke' geradicaliseerden. Ze haalde daarbij de toekomstige inrichting in Vresse-sur-Semois aan.Ruimer bekeken dan enkel de speciale afdelingen, zijn in de gevangenissen ook al 'minstens tien incidenten' opgedoken waarbij 'terreurgedetineerden ongehinderd met de buitenwereld konden communiceren', gaf Raes nog aan. Ze konden berichten versturen en ontvangen met smartphones, maar bijvoorbeeld ook 's nachts filmpjes bekijken.