Ga je het applaus niet missen? Dat krijg je niet op radio en televisie.

Dat denk ik niet. Het eindapplaus zag ik soms meer als bedreiging dan bekroning. Eens een optreden gedaan was, dacht ik alweer aan het volgende en aan wat beter moet. Mijn West-Vlaamse opvoeding, zeker? Het is goed, jongen, zeiden mijn ouders altijd, maar het kan nog beter. Wat ik wel zal missen, is dat samenzweren met mijn publiek. Ik durf zeggen dat dat mijn specialiteit is. Ik neem mijn publiek heel ernstig. Ik zie hen niet zomaar als publiek, maar als slimme mensen die meedenken. Vaak voelen zij een grap aankomen en hoef ik die zelf niet meer af te maken. Dat creëert een speciale sfeer.

De laatste jaren was je al eens meer opiniemaker dan humorist. Vanwaar die drang?

Dat was eigenlijk nooit de bedoeling. Hollandse cabaretiers zoals Freek de Jonge doen niet anders dan hun mening opdringen. Dat wou ik niet. Maar de laatste jaren voel ik toch een bepaalde nood, ook vanuit het publiek, om eens mijn gedacht te zeggen. Vorig jaar na de aanslagen in Parijs kon je gewoon niet anders. Misschien is dat de veranderende tijdsgeest? Uit onderzoek van de VRT blijkt dat wat ik zeg op 1 januari, waarmee ik lach en waarmee ik niet lach, vaak de norm is voor de programma's die volgen. Ik ben dat pas recent te weten gekomen.

Je schrijft ook al eens een opiniestuk in kranten over mensenrechten en dierenbescherming. Dat wil je in de toekomst meer doen, verneem ik.

(knikt) Ik had onlangs een goed gesprek met de Nederlandse ambassadrice. Ze zei me: na wat jij al bereikt hebt in je leven, moet je je afvragen wat je nog kan doen voor de gemeenschap. Dat is blijven hangen. Net als een gesprek lang geleden met professor Eva Brems toen die nog voorzitter van Amnesty International was (waar Hoste ambassadeur van is, red). Als je vrijwilliger bent voor iets, moet je je talenten gebruiken, zei ze. Als je goed wafels kunt bakken, moet je wafels bakken. Als je bekend bent, moet je dat gebruiken. Als ik een belangrijke zaak zoals mensenrechten een duwtje in de rug kan geven om meer aandacht te krijgen, zal ik dat doen. Maar ik zal daarin niet overdrijven.

Deze zomer werd het debat gevoerd omtrent de vrijheid van meningsuiting. N-VA leek dat te willen inperken. Hoe zie jij dat?

Dat zou geen goede zaak zijn. Je moet elk idee kunnen formuleren, maar je moet wel binnen de grenzen van de wet blijven. Ik zie wel een groot verschil tussen een mening uiten en iemand beledigen. Dat laatste is niet de bedoeling, vind ik. Dat heb ik ook nooit gedaan.

Dat zei ook Maggie De Block me, dat jij nooit kwetst. Opvallend, want je durft haar uiterlijk wel eens aan te halen.

Dat komt door de nuance die ik in een grap leg. Ik zie ook dat anderen Maggie wel proberen te kwetsen, en met haar meteen alle zwaarlijvige vrouwen. Ik probeer altijd iets zo te formuleren, door een subtiele woord- en zinkeuze, dat het niet beledigend is. Ik heb voor mezelf ook altijd één belangrijke lijn aangehouden: stamp alleen tegen die schenen die terug kunnen stampen.

(Paul Cobbaert/De Zondag)

Ga je het applaus niet missen? Dat krijg je niet op radio en televisie.Dat denk ik niet. Het eindapplaus zag ik soms meer als bedreiging dan bekroning. Eens een optreden gedaan was, dacht ik alweer aan het volgende en aan wat beter moet. Mijn West-Vlaamse opvoeding, zeker? Het is goed, jongen, zeiden mijn ouders altijd, maar het kan nog beter. Wat ik wel zal missen, is dat samenzweren met mijn publiek. Ik durf zeggen dat dat mijn specialiteit is. Ik neem mijn publiek heel ernstig. Ik zie hen niet zomaar als publiek, maar als slimme mensen die meedenken. Vaak voelen zij een grap aankomen en hoef ik die zelf niet meer af te maken. Dat creëert een speciale sfeer.De laatste jaren was je al eens meer opiniemaker dan humorist. Vanwaar die drang?Dat was eigenlijk nooit de bedoeling. Hollandse cabaretiers zoals Freek de Jonge doen niet anders dan hun mening opdringen. Dat wou ik niet. Maar de laatste jaren voel ik toch een bepaalde nood, ook vanuit het publiek, om eens mijn gedacht te zeggen. Vorig jaar na de aanslagen in Parijs kon je gewoon niet anders. Misschien is dat de veranderende tijdsgeest? Uit onderzoek van de VRT blijkt dat wat ik zeg op 1 januari, waarmee ik lach en waarmee ik niet lach, vaak de norm is voor de programma's die volgen. Ik ben dat pas recent te weten gekomen.Je schrijft ook al eens een opiniestuk in kranten over mensenrechten en dierenbescherming. Dat wil je in de toekomst meer doen, verneem ik.(knikt) Ik had onlangs een goed gesprek met de Nederlandse ambassadrice. Ze zei me: na wat jij al bereikt hebt in je leven, moet je je afvragen wat je nog kan doen voor de gemeenschap. Dat is blijven hangen. Net als een gesprek lang geleden met professor Eva Brems toen die nog voorzitter van Amnesty International was (waar Hoste ambassadeur van is, red). Als je vrijwilliger bent voor iets, moet je je talenten gebruiken, zei ze. Als je goed wafels kunt bakken, moet je wafels bakken. Als je bekend bent, moet je dat gebruiken. Als ik een belangrijke zaak zoals mensenrechten een duwtje in de rug kan geven om meer aandacht te krijgen, zal ik dat doen. Maar ik zal daarin niet overdrijven.Deze zomer werd het debat gevoerd omtrent de vrijheid van meningsuiting. N-VA leek dat te willen inperken. Hoe zie jij dat?Dat zou geen goede zaak zijn. Je moet elk idee kunnen formuleren, maar je moet wel binnen de grenzen van de wet blijven. Ik zie wel een groot verschil tussen een mening uiten en iemand beledigen. Dat laatste is niet de bedoeling, vind ik. Dat heb ik ook nooit gedaan.Dat zei ook Maggie De Block me, dat jij nooit kwetst. Opvallend, want je durft haar uiterlijk wel eens aan te halen.Dat komt door de nuance die ik in een grap leg. Ik zie ook dat anderen Maggie wel proberen te kwetsen, en met haar meteen alle zwaarlijvige vrouwen. Ik probeer altijd iets zo te formuleren, door een subtiele woord- en zinkeuze, dat het niet beledigend is. Ik heb voor mezelf ook altijd één belangrijke lijn aangehouden: stamp alleen tegen die schenen die terug kunnen stampen.(Paul Cobbaert/De Zondag)