De voorbije maanden waren de vreemdste uit mijn hele leven. Een lockdown was zelfs maar een half jaar geleden volkomen ondenkbaar. Niemand had toen geloofd dat het überhaupt zou lukken om iedereen wekenlang in zijn 'kot' te houden. Het was een triomf, maar evengoed met rampzalige gevolgen.
...

De voorbije maanden waren de vreemdste uit mijn hele leven. Een lockdown was zelfs maar een half jaar geleden volkomen ondenkbaar. Niemand had toen geloofd dat het überhaupt zou lukken om iedereen wekenlang in zijn 'kot' te houden. Het was een triomf, maar evengoed met rampzalige gevolgen. Ik weet dat ik u hiermee verveel. We zijn corona beu. Voor het nieuwe nummer van Knack interviewde ik filosofe Tinneke Beeckman, en ik had zelf nog maar weinig zin om de coronacrisis ter sprake te brengen. Ook tijdens die crisis beseften maar heel weinig mensen de uniciteit van het moment waarin we leefden. De banaliteit van het dagelijkse leven, van een vergadering via Zoom of een bezoek aan de voedselbank overstemde telkens de historische gebeurtenissen. Zelfs de intellectuelen, die geacht worden om voor ons na te denken over wat er om ons heen gebeurt, hadden eigenlijk niet zo heel veel origineels te vertellen over wat ons overviel. Het is allang niet meer genoeg om te schrijven dat we in een crisis leven opdat lezers daar ook van doordrongen raken. De enige keren waarop zo'n gevoel mij wél overviel was in kleine momenten. Die dag dat ik drie mensen zag vertrekken uit een supermarkt met rollen keukenpapier onder hun armen, aangezien het toiletpapier al uitverkocht was. Het krantenbericht, dat een New Yorks ziekenhuis telkens als een van covid-19 genezen patiënt naar huis mocht Here Comes the Sun in de gangen liet klinken, ontroerde me zelfs. Ik heb dat nummer sindsdien vaker beluisterd dan ik daarvoor al andere nummers van The Beatles had gehoord. Het zullen uiteindelijk romans zijn, of televisiereeksen, die ons later zullen doen inzien wat voor iets bijzonders wij met z'n allen hebben beleefd. Véél later: ik wacht met een bang hartje op de titels over corona die de komende jaren zullen verschijnen, waarin een schrijver snel-snel een verhaaltje in elkaar flanst omdat hij en zijn uitgever nu eenmaal het dwingende gevoel hebben dat iemand hierover iets geschreven moet hebben. Er is veel talent en intellect nodig om ons iets te laten zien wat we nog niet eerder zagen, maar het zijn schrijvers, kunstenaars en een enkele journalist die dat doen. Het behoort tot hun vak om die kleine details te tonen waarin de grote lijnen van de geschiedenis onmiskenbaar worden. Zij zijn er om betekenis te geven aan wat wij meemaakten. Ik kijk ernaar uit.