Als commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen heeft Dirk Van den Bulck (57) een helikopterzicht op de asielcrisis. Aan de voet van zijn kantoor, 22 hoog in de WTC II-toren in Brussel, ligt het dezer dagen veelbesproken Maximiliaanpark. Het geïmproviseerde vluchtelingenkamp ziet er in de middagzon haast idyllisch uit. Van den Bulck is zich bewust van de ernst van de situatie: het is de commissaris-generaal - of een van zijn adjuncten - die met zijn handtekening een beschermende status en het perspectief op een nieuw leven kan verlenen.
...

Als commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen heeft Dirk Van den Bulck (57) een helikopterzicht op de asielcrisis. Aan de voet van zijn kantoor, 22 hoog in de WTC II-toren in Brussel, ligt het dezer dagen veelbesproken Maximiliaanpark. Het geïmproviseerde vluchtelingenkamp ziet er in de middagzon haast idyllisch uit. Van den Bulck is zich bewust van de ernst van de situatie: het is de commissaris-generaal - of een van zijn adjuncten - die met zijn handtekening een beschermende status en het perspectief op een nieuw leven kan verlenen.Dirk Van den Bulck: Het wordt stilaan drukker, maar voorlopig kunnen we het aan. Misschien wordt het nog spannend als de DVZ extra volk krijgt en zijn dagcapaciteit boven de 250 aanvragen uitbreidt. Maar ik heb er vertrouwen in. We hebben geanticipeerd door tijdig extra personeel aan te werven en op te leiden. Van den Bulck: Ik was niet verrast, maar het blijft moeilijk een peil te trekken op dit fenomeen. Sinds vorig jaar zien we de globale cijfers in Europa constant stijgen. Maar land per land bekeken krijg je een ander beeld. België kende eind vorig jaar een duidelijke terugval, en zelfs in de eerste vier maanden van 2015 lag het aantal aanvragen op een normaal peil. Trouwens, ik neem het woord asielcrisis niet graag in de mond, want daarmee wek je de verkeerde indruk dat de toestand onbeheersbaar is. Je moet die 4621 aanvragen toch even in perspectief plaatsen: Zweden, een land met 9,5 miljoen inwoners, registreert maand na maand rond de 8000 aanvragen. Van den Bulck: Zo eenvoudig is het niet. Het beschermingspercentage ligt in België even hoog. Syriërs, Irakezen of Somaliërs hebben in België een even grote kans als in Zweden. Ook 60 à 80 procent van de Afghanen wordt bij ons erkend. Maar het zijn de 20 procent afwijzingen die ons imago bepalen. 'België is erg restrictief voor Afghanen', wordt door sommige advocaten en organisaties rondgestrooid. Daardoor zag je vorig jaar het aantal Afghaanse aanvragen teruglopen. Van den Bulck: Ja, en dat mag ons niet verwonderen. Niet de omvang maakt deze asielstroom uniek, maar de historisch hoge beschermingsgraad. Het gaat in overgrote meerderheid om echte vluchtelingen, mensen die onder de Conventie van Genève vallen en nood aan asiel hebben. Het is logisch dat die mensen de afweging maken: welk land biedt de beste perspectieven om een nieuw leven op te bouwen? Ze kijken naar sociale steun, maar ook naar huisvesting en kansen op werk. De opvang van erkende vluchtelingen is Europees en internationaal geregeld. In grote lijnen komt het erop neer dat erkende vluchtelingen dezelfde rechten moeten krijgen als eigen onderdanen - wat tussen haakjes meteen betekent dat pleidooien voor een apart sociaal statuut geen steek houden. Maar daar ligt de kern van het probleem: er is geen sociaal Europa! Waarom willen asielzoekers zich niet laten registreren in Italië of Griekenland? Omdat ze daar een schamele uitkering krijgen en al na een paar maanden volledig op liefdadigheid terugvallen. Waarom zou je daarvoor kiezen als er elders in Europa betere opties zijn? In de praktijk zie je dat vooral Afrikanen zich in Italië laten registreren, omdat ze goed weten dat ze in Noord-Europese landen weinig kans maken op erkenning. Van den Bulck: Dat onderzoeken we. Dat er een stereotiep verhaal verteld wordt, betekent niet per se dat er netwerken aan het werk zijn. Maar het wijst er wel op dat de betrokkenen geen persoonlijk vluchtmotief hebben, of dat ze twijfelen aan de overtuigingskracht ervan. Het is een delicate toestand, want anders dan Syrië wordt Irak niet integraal als onveilig beschouwd. Vooral over de situatie in Bagdad heerst veel onduidelijkheid.Van den Bulck: Traag? Als je weet hoe complex de Europese besluitvorming werkt, dan was het eerste spreidingsplan van commissievoorzitter Jean-Claude Juncker eind mei een staaltje van daadkracht. Een goed plan met een sterke visie - kwaliteiten die vorige week ook in zijn state of the union zaten. Het recht op asiel blijft centraal staan, elke lidstaat moet zijn verantwoordelijkheid nemen met respect voor alle Europese regels. Tegelijk zorgt het verplicht spreiden van 160.000 vluchtelingen voor de nodige solidariteit. Bij die spreiding hoort een effectief terugkeerbeleid voor afgewezen asielzoekers, en netwerken worden aangepakt. Maar het plan gaat veel breder. Juncker wil veel meer inzetten op protection in the region: vluchtelingen dicht bij hun herkomstlanden opvangen, en tegelijk aan selectieve hervestiging doen, door kwetsbare groepen naar Europa over te brengen. Dat gebeurt nu al, in samenwerking met de UNHCR. België vangt dit jaar Syriërs op die uit Libanon worden overgevlogen. Een druppel op een hete plaat? Ja, maar vijf jaar geleden zou het ondenkbaar geweest zijn. En het is maar een begin. Bij UNHCR liggen plannen klaar voor de wereldwijde resettlement van 130.000 Syrische vluchtelingen.Van den Bulck: Europa moet vijf versnellingen hoger schakelen, dat klopt. Alleen al om het spreidingsplan te realiseren, moeten er aan de grenzen in Griekenland, Italië en Hongarije hotspots komen, centra waar vluchtelingen worden geregistreerd, opgevangen en geselecteerd voor relocatie. En intussen is het nog maar vraag of het plan zal worden goedgekeurd. De interne verdeeldheid, en dan vooral de tegenstellingen tussen Oost- en West-Europa, is een kwalijke zaak. Toch steekt het mij dat het Europese asielbeleid wordt verguisd. Op politiek vlak loopt de samenwerking stroef, maar juridisch en administratief hebben we de voorbije jaren enorme stappen gezet naar een uniform asielbeleid. EASO, het Europees asielagentschap waar ik al vijf jaar in het bestuur zit, is de motor. We hebben een glashelder kader van rechten en plichten voor erkenning en opvang. Lidstaten kunnen zich op dat vlak geen frivoliteiten meer veroorloven, anders worden ze door nationale of Europese rechtbanken teruggefloten. Van den Bulck: Push-back kan niet, in geen geval! Boten terugdrijven zonder de opvarenden de kans te geven asiel aan te vragen is een aanfluiting van het Europees en internationaal asielrecht. Van den Bulck: Instorten? Dat is flink overdreven: Duitsland slúít zijn grenzen niet, hè? Er komen controles voor welbepaalde groepen, en alleen op welbepaalde plekken zoals treinstations. Ik zie de Duitsers nog niet zo snel douaneposten op de snelwegen naar Oostenrijk plaatsen. De maatregel moet vooral mensen afschrikken die geen asiel nodig hebben maar toch hun kans wagen. Vergeet niet: het zijn lang niet allemaal Syriërs die de Balkanroute nemen. Het is heel waarschijnlijk dat Merkels aankondiging om dit jaar 800.000 Syrische vluchtelingen op te nemen allerlei vluchtelingenstromen op gang heeft gebracht. Van den Bulck: Griekenland beschermt de buitengrenzen niet of nauwelijks. Dan is het legitiem dat lidstaten maatregelen treffen. Maar het is een illusie te denken dat we daarmee de grote stroom kunnen indijken. Zelfs als je grenzen opwerpt, moet je mensen de kans geven om asiel aan te vragen. Dat betekent dat je aan die grenzen voorzieningen moet treffen om vluchtelingen te registreren, op te vangen en te screenen. Maar die mensen zonder meer terugsturen naar een zogenaamd veilig derde land, zoals Hongarije dreigt te doen door alle nieuwkomers naar Servië terug te drijven, dat kan echt niet. Hoe groot de toestroom ook is, je wijst geen mensen af als je niet eerst hebt onderzocht of ze nood aan bescherming hebben. Daarom is het ook geen goed idee om asielaanvragen op Europese ambassades te registreren, zoals her en der wordt geopperd. Er zouden binnen de kortste keren enorme files en onbeheersbare toestanden ontstaan. Van den Bulck: Ik heb natuurlijk een verleden: ik was adviseur migratie en asiel op de kabinetten van Louis Tobback, Johan Vande Lanotte en Luc Van den Bossche. Dan heb je een stempel, niets aan te doen. Maar mag ik erop wijzen dat ik hier niet als gevolg van een politieke benoeming zit? Zowel voor de functie van adjunct als die van Commissaris-Generaal ben ik als eerste uit een vergelijkend examen gekomen. Ik ben ook nooit actief geweest binnen een partij, in tegenstelling tot mijn voorgangers Marc Bossuyt (Open VLD) en Pascal Smet (SP.A). Mijn relatie met staatssecretaris Francken is professioneel en correct. Politiek of ideologie komt daar niet bij kijken. Asiel is bij uitstek een juridisch en technische materie die weinig ruimte laat voor politieke interpretatie. Van den Bulck: Ik kan alleen vaststellen dat hij zijn dossiers kent en oprecht geïnteresseerd is in de materie. België heeft alle verhoudingen in acht genomen goed gereageerd op de vluchtelingenstroom. Dat is de verdienste van Francken, die als goed vakminister verstandig heeft geanticipeerd. Over zijn communicatiestijl spreek ik me niet uit. Francken respecteert mijn onafhankelijkheid als commissaris-generaal, dus ga ik hem ook niet als politicus becommentariëren. Van den Bulck: Onze opdracht is onderzoeken of iemand al dan niet nood heeft aan bescherming. Dat doen mijn medewerkers in de grootst mogelijke objectiviteit, op basis van individuele gesprekken, gewapend met gedetailleerde en permanent geactualiseerde informatie over de landen van herkomst. De maatschappelijke druk van het aantal asielaanvragen mag in dat proces geen enkele rol spelen. Uiteraard ben ik me als bevoorrecht waarnemer bewust van die druk. De uitdagingen zijn enorm, we zullen compleet nieuwe hefbomen moeten uitvinden om de integratie te doen slagen. Huisvesting, bijvoorbeeld, wordt een erg moeilijke klus, zeker in een dichtbevolkte regio als Vlaanderen. Van den Bulck: Ik hoor die geruchten. Ze worden door de Islamitische Staat zelfs gelanceerd als een middel om hier paniek te zaaien. Ik kan alleen maar vaststellen dat we daar tot dusver geen enkele aanwijzing voor hebben gevonden. Maar we blijven waakzaam, we werken nauw samen met de Staatsveiligheid. In sommige landen gaan stemmen op om Syrische aanvragen uit efficiëntieoverwegingen zonder enig onderzoek af te handelen. Dat vind ik geen goed idee. We moeten iedere aanvraag individueel blijven onderzoeken, al was het maar om uit te sluiten dat er tussen die vluchtelingen folteraars zitten of anderen met bloed aan de handen. Van den Bulck: Ik vrees van wel. Kijk naar de grote brandhaarden in de wereld. Het gaat om een brede gordel die dwars door Afrika en het Midden-Oosten snijdt, van Mali via Congo en Somalië tot Syrië en Pakistan. Al die conflicten worden door etnische en religieuze spanningen aangeblazen. Maar onder de oppervlakte speelt nog een ander mechanisme: dat van economische onderontwikkeling. Koppel dat aan een bevolkingstoename, en je krijgt een explosieve cocktail. Vooral de toestand is sommige Afrikaanse landen moet ons zorgen baren, daar groeien tientallen miljoenen mensen op zonder enig toekomstperspectief. Europa moet veel meer doen om die landen te helpen. Dat is een kwestie van welbegrepen eigenbelang. Juncker is zich daar bewust van, hij brak vorige week een lans voor een globale langetermijnaanpak. Van den Bulck: Het is niet altijd zwart-wit. Iemand die op het eerste gezicht door een economisch motief wordt gedreven, loopt misschien toch een risico op vervolging als hij wordt teruggestuurd. Een grondig, individueel onderzoek is noodzakelijk, maar op het einde van de rit moet je wel beslissen. Het is niet prettig om iemand af te wijzen, je stuurt zo'n economische vluchteling altijd terug naar een hoop miserie. Maar dat is nog iets anders dan iemand terugsturen naar een land waar hij foltering of vervolging riskeert. Het recht op asiel is zo fundamenteel dat we het moeten koesteren. Daarom blijft dat onderscheid noodzakelijk.Van den Bulck: Zelden. Ik kom niet rechtstreeks in contact met asielzoekers. Uit de media kennen ze mijn gezicht ook niet. Ik hecht veel belang aan een goede communicatie door mijn dienst, maar in tegenstelling tot sommige van mijn voorgangers zoek ik zelf de media niet op. Het valt al eens voor dat iemand me komt bedanken, tijdens een conferentie of een boekvoorstelling. Dat is fijn, ook al is mijn persoonlijke verdienste bij zo'n erkenning eerder onrechtstreeks.