'Bent u van de politie?' Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen lijkt niet eens verbaasd over de verrassende vraag van een van de leerlingen. 'Dat hoor ik wel vaker', fluistert hij me toe. 'Misschien komt het omdat deze kinderen vaker in aanraking komen met de politie.' Een woensdagmiddag op een grote schoolcampus in Vlaanderen met bijna 2000 leerlingen. Hier bevindt zich ook een klein internaat waar een vijfentwintigtal kinderen les krijgt. De school van de laatste kans, noemt coördinatrice zuster Katelijn haar, want de meeste van deze kinderen zijn elders niet meer welkom. De meerderheid draagt 'een flinke rugzak' met zich mee, zoals dat in het jargon heet. Ofwel kunnen hun ouders niet meer voor hen zorgen, ofwel hebben ze zichzelf in de problemen gewerkt.
...

'Bent u van de politie?' Kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen lijkt niet eens verbaasd over de verrassende vraag van een van de leerlingen. 'Dat hoor ik wel vaker', fluistert hij me toe. 'Misschien komt het omdat deze kinderen vaker in aanraking komen met de politie.' Een woensdagmiddag op een grote schoolcampus in Vlaanderen met bijna 2000 leerlingen. Hier bevindt zich ook een klein internaat waar een vijfentwintigtal kinderen les krijgt. De school van de laatste kans, noemt coördinatrice zuster Katelijn haar, want de meeste van deze kinderen zijn elders niet meer welkom. De meerderheid draagt 'een flinke rugzak' met zich mee, zoals dat in het jargon heet. Ofwel kunnen hun ouders niet meer voor hen zorgen, ofwel hebben ze zichzelf in de problemen gewerkt. Vanobbergen is op werkbezoek en brengt hier ook de nacht door. 'Ik doe dat wel vaker, vooral om van de kinderen zelf te horen wat er bij hen leeft, wat hun problemen en wensen zijn. Ik wil er zijn voor hen. Ze verdienen mijn tijd. Natuurlijk kom ik via ons ombudswerk in Brussel ook met veel jongeren en ouders in contact, maar dit is anders. Directer, duidelijker, maar ook schrijnender.' Het is een internaat zoals er zoveel zijn in Vlaanderen: lange gangen, verouderd meubilair, kleine kamers en gemeenschappelijk sanitair. Hier en daar hangt een kruisbeeld aan de muur. Bij zijn bezoeken krijgt de kinderrechtencommissaris vaak heel concrete problemen voorgeschoteld. Zuster Katelijn vertelt hem dat een van haar leerlingen alweer betrapt is op zwartrijden. Een zware boete van enkele honderden euro's is het gevolg, geld dat er niet is. Vanobbergen vraagt haar om het dossier door te mailen. 'Ik zal het aankaarten bij de ombudsdienst van De Lijn. Dat doen we wel vaker. Onlangs kreeg een ander kind een boete in de bus van bijna 2000 euro, ook voor zwartrijden. Maar hoe kun je een tramticket betalen als je geen geld hebt om een boterham te kopen?' 'De kinderen die hier verblijven zijn niet langer welkom in de "gewone" internaten', zegt zuster Katelijn. 'Meestal omdat de ouders het zich niet kunnen veroorloven. Een van onze meisjes loopt al drie jaar in dezelfde pyjama rond. Dan weet je het wel. De meeste internisten keren elke maandagochtend uitgehongerd terug naar school. Sommigen krijgen thuis het hele weekend bijna niets te eten. Het eerste wat je dan moet doen, is hun een dikke boterham geven. Op een lege maag kun je niets bijleren.' De kinderrechtencommissaris wordt bijna dagelijks geconfronteerd met armoede. 'Hoe kan het ook anders? Uit de kansarmoede-index van Kind en Gezin blijkt dat in Brussel bijna de helft van de kinderen in armoede wordt geboren. In Vlaanderen is het risico voor kinderen bijna 14 procent, maar ook in Gent en Antwerpen loopt het op tot 25 à 35 procent. Vorig werkjaar deden we op alle binnenkomende klachten een interne armoedetoets. 11 procent van de meldingen of klachten bleek armoedegerelateerd. Heel wat ouders zijn bijvoorbeeld niet in staat om alle onderwijskosten te betalen. Anno 2018 zijn er in Vlaanderen nog altijd scholen die op het einde van het jaar weigeren om een rapport uit te reiken aan een leerling omdat niet alle schoolfacturen betaald zijn. Dat mág wettelijk niet eens.' De Vlaamse overheid neemt het armoedeprobleem niet ernstig genoeg, vindt Vanobbergen. 'Dat is al jaren zo. Je kunt dat niet fatsoenlijk aanpakken zonder de leeflonen en de uitkeringen te verhogen. Vergeet ook niet te kijken naar de groeiende groep van werkende armen. Ik heb genoeg alleenstaande moeders ontmoet die financieel nauwelijks voor hun kinderen kunnen zorgen, ook al doen ze twee, drie slecht betaalde jobs.' Recent werd de kinderbijslag wel hervormd, maar daar heeft Vanobbergen een genuanceerde mening over. 'Simulaties tonen aan dat de kinderbijslag de armoede kan doen dalen met 1 procent. Dat is een eerste stap, maar het kon veel beter. Het basisbedrag dat elk kind krijgt is te hoog om voldoende differentiatie te geven aan kinderen die het méér nodig hebben. Ik geloof in proportioneel universalisme: we geven aan iedereen, maar we zorgen voor voldoende differentiatie om meer te kunnen geven aan kwetsbare jongeren.' Stipt om 18.00 uur wordt de dampende lasagne opgediend. Bruno Vanobbergen schuift aan met Rayan, Bryan, Taylor, Tyron en Prince - de namen lijken wel de bezetting van een hiphopband. De jongens zijn duidelijk opgewonden door de komst van hun nieuwe tafelgenoot, ze praten net iets sneller en luider dan anders. Opvoedster Hannah, ooit zelf een leerlinge in het internaat, probeert er een beetje orde in te houden. De leerlingen zitten niet allemaal aan één lange tafel, maar gespreid in groepjes. 'We willen hun een huiskamer- of gezinsgevoel geven', legt zuster Katelijn uit. Aan de muur hangen enkele opvallende kindertekeningen. Twee woorden springen er zo uit: Mom en Dad.De jongste leerlingen hebben de tafel gedekt, de oudsten doen straks de afwas. Hannah: 'We gieten alles zo veel mogelijk in een vaste en voorspelbare routine. Dat geeft houvast.' Wanneer alles opgeruimd is, gaan de oudsten naar hun kamer om een uurtje te studeren of te lezen. Die kamers lijken allemaal op elkaar: een stevig bed, een kast, een bureau, een wastafel, een prikbord met foto's van vrienden, rappers of familie en overal een kruisbeeld aan de muur. Of ze dat belangrijk vindt, vraag ik aan een van de meisjes. Kelly (13) haalt haar schouders op. Ze zegt dat ze normaal geen bezoek mag ontvangen op de kamer. 'Maar goed ook, want hier kom ik tot rust. Hier kan ik even alleen zijn.' Dadine, ook 13 jaar, heeft op de kast een weekoverzicht van haar taakjes hangen: woensdagavond betekent blijkbaar ook de kamer vegen. Op haar laptop opent ze de app Wattpad, een gratis sociaal-e-book-platform waar de gebruikers zelf verhalen kunnen schrijven en achterlaten, of die van anderen kunnen lezen. 'Ik zoek er geen zoete liefdesverhaaltjes', zegt ze. 'Wel over meisjes die verkracht zijn, of gedwongen worden uitgehuwelijkt.' Bizarre voorkeuren, maar Dadine vindt het helemaal niet zo vreemd. 'Dat zijn gewoon spannende verhalen. Ik ben altijd benieuwd hoe het afloopt. Het ontspant me.' De meerderheid van de kinderen is van Afrikaanse afkomst. Ze worden vanuit Brussel naar de Vlaamse Rand geduwd. Hoewel ze Franstalig zijn opgevoed, spreken de meesten opvallend vloeiend Nederlands. 'Hier krijgen ze nog een laatste kans', legt zuster Katelijn uit. 'Sommigen hebben ouders die misschien geen vader of moeder zouden mogen zijn. Maar ja, je kunt nergens voor ouder studeren. Toch blijf ik geloven dat alle ouders hun best proberen te doen, en van hun kinderen houden. De ouders zijn vaak niet meer te redden uit de armoede, hun kinderen wel.' Vanobbergen: 'Sommige ouders hebben het echt héél moeilijk. Ik zal hen nooit culpabiliseren, dat is te makkelijk. Ik herinner me een Syrische vader die samen met zijn veertienjarige dochter in een asielcentrum woonde. Hij was getraumatiseerd door de oorlog in zijn land, en had grote moeite met de manier waarop de mannen in het centrum naar zijn opgroeiende en puberende dochter keken. Uit frustratie sloeg hij zijn dochter. Natuurlijk valt dat niet goed te praten, maar ik wil wel proberen om dat te begrijpen.' Tegelijk krijgen sommige ouders te lang te veel krediet ten koste van hun kinderen, vindt hij. 'Ik begrijp dat dit moeilijk ligt in de hulpverleningswereld, waar men zo lang mogelijk zoekt naar vrijwilligheid. Maar in sommige gevallen is het beter om kinderen sneller uit het gezin te halen en hen verplicht in contact te brengen met de hulpverlening.' N-VA-voorzitter Bart De Wever stelde een tijd geleden iets vergelijkbaars voor. Hij vindt het onnodig om met de ouders te overleggen. Vanobbergen: 'Ik wil de kinderen niet volledig wil losrukken van hun ouders. Je moet erover waken dat er altijd een band blijft met de ouders, want de geplaatste jongere zal vroeg of laat toch terugkeren naar het gezin. Slechts in een beperkt aantal gevallen is dat niet mogelijk. In zulke gevallen moet je het hele gezin begeleiden. Ik herinner me een meisje dat al heel wat signalen had uitgezonden over haar onhoudbare thuissituatie. Er was veel zwaar geweld in het gezin, maar de overheid greep pas in nadat het meisje een zelfmoordpoging had ondernomen.' Om 19.20 uur eten de jongsten een pannenkoek in de leefhoek. Ze gaan om acht uur slapen, maar eerst moet de helft van de groep nog douchen. In de leefhoek staat een tafelvoetbalspel, een tv waarop de oudsten Wii spelen, in de hoek van de kamer is een jongen bezig op zijn Playstation. Er wordt veel gelachen, de kinderen lijken zich hier op een of andere manier toch thuis te voelen. Of toch bijna. Een meisje met blonde krullen zondert zich af, en néé, we mogen geen foto van haar kamer nemen. Ze spreekt nauwelijks met de anderen, en zit stil achter een computer te facebooken. Vanobbergen lijkt vrij snel het vertrouwen te winnen van de leerlingen. 'Dat is niet altijd evident. Velen van hen hebben hele nare dingen meegemaakt in hun jonge leven.' Zoals Jenny, een meisje van Congolese afkomst. Zij zag enkele jaren geleden met haar eigen ogen hoe haar moeder werd vermoord door soldaten van president Joseph Kabila. Het duurde anderhalf jaar voordat ze er voor het eerst iets over wilde vertellen. Haar broer is weggestuurd van het internaat: onhandelbaar. Hij terroriseerde het hele gezin én zijn klas. Het aantal leerlingen dat definitief wordt weggestuurd neemt toe. 'Daar maak ik me zorgen over', zegt Vanobbergen. 'We moeten onze kinderen zo lang mogelijk aan boord van de samenleving houden. De laatste weken is het aantal klachten over definitieve uitsluitingen op school verdubbeld. Normaal gaat het over een twintigtal per maand, nu zitten we in een halve maand aan het dubbele. Dat is niet normaal. Als je in maart van school wordt gestuurd, is het in de praktijk bijna onmogelijk om nog een andere school te vinden. Die jongeren zitten dan enkele maanden thuis te niksen. In het beste geval.' De meesten worden van school gestuurd wegens gedragsproblemen, of omdat ze bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid drugs op zak hadden. 'Voor een beperkte groep jongeren is zo'n definitieve uitsluiting wellicht terecht. Als je zeven waarschuwingen negeert, dan moet het maar. Maar bij de overgrote meerderheid hebben we grote vragen', zegt Vanobbergen. Er zijn nu eenmaal van die randgevallen. 'Onlangs werd een leerling van school gestuurd omdat hij foto's maakte van zijn leerkrachten. De foto van een corpulente leraar had hij vervormd tot een karikatuur en op een gesloten Instagram-account geplaatst. Natuurlijk lekt zoiets uit. De directie kwam het te weten, en stuurde de leerling meteen van school. Oké, de foto was kwetsend voor de leraar, maar is dat voldoende reden om die gast met zo'n zware hypotheek op de rest van zijn leven de wereld in te sturen? Ik vind dat overdreven. Daar help je niemand mee vooruit. De aanpak moet meer gericht zijn op herstel. (nadrukkelijk) We zijn te veel van onze kinderen en jongeren aan het verliezen. In sommige gezinnen kun je als kind niet optimaal opgroeien. Ook in dit internaat verblijven enkele jongeren op éígen verzoek, omdat ze goed beseffen dat hun ouders niet in staat zijn om hen adequaat op te voeden. Ze vragen ons: "Geef me een andere plek om tot rust te komen, zodat ik op school beter kan presteren." Als een kind zoiets zegt, komt dat binnen, hoor.' Wat opvalt: kinderen die van school worden gestuurd, blijken steeds jonger. 'Ik sprak enkele weken geleden op een studiedag over participatie in de jeugdhulp', vertelt de kinderrechtencommissaris. 'Enkele hulpverleners vertelden me bezorgd dat steeds meer zes- en zevenjarigen van school moesten omdat ze door hun ouders, begeleiders of leerkrachten werden voorgesteld als kleine criminelen en psychopaten. Halló? We hebben het wel over kleuters, hè. Welke kwetsuren hebben die kinderen op zo'n jonge leeftijd opgelopen waardoor ze zich zo gaan gedragen?' Het doet Bruno Vanobbergen denken aan Mateo, een jongen van negen jaar die al twee maanden zijn schooltijd doorbrengt in het kantoor van de directeur. Hij mag niet meer in de klas, de refter, of op de speelplaats. Op school moet hij elke ochtend meteen naar de directeur om zich wat bezig te houden. Vanobbergen: 'Volgens de school viel er met hem geen land meer te bezeilen. Ik begrijp de wanhoop van de school, maar kun je van een kind van zeven of negen jaar zeggen dat het een psychopaat is?' Het loopt tegen tienen. Ook de oudste leerlingen zijn een halfuur eerder naar hun kamer gegaan. Licht uit en volledige stilte. Bruno Vanobbergen praat nog even na met zuster Katelijn en enkele opvoeders. Een van hen vraagt of hij kinderen heeft. 'Natuurlijk denk ik aan hen als ik hier ben', zegt hij. 'Dan besef je pas goed hoe geprivilegieerd je bent, en in wat voor een goed nest ik ben geboren. Daar hoef je als kind niets voor te doen. Dat krijg je erbij... als je geluk hebt.' Met zijn oudste zoon van zestien praat hij geregeld over zijn werkbezoeken, en over de verhalen die hem daar komen aanwaaien. 'Ik hoop dat hij ervan leert en een breed en solidair wereldbeeld krijgt, maar ook dat hij geniet van de beschermde wereld waarin hij opgroeit.' De volgende dag, terwijl het internaat nog slaapt, vertrekt de kinderrechtencommissaris naar Kortrijk voor een netwerkdag van Hogeschool Vives. Titel van zijn lezing: 'Hoe onze samenleving kindvriendelijker maken'. Want er is nog werk aan de winkel. 'Het probleem is dat we kinderen en jongeren nog altijd niet als volwaardige medeburgers beschouwen', zegt Vanobbergen. 'Als de speelplaats van een school moet worden heraangelegd, wordt de leerlingenraad ingeschakeld. Maar niet om een nieuw sanctiebeleid op te stellen. Waaróm eigenlijk niet?' We rijden terug naar zijn kantoor in het Vlaams Parlement. Is de toestand van kinderen in Vlaanderen de voorbije twintig jaar voldoende verbeterd, wil ik weten. Vanobbergen: 'Kinderrechten hebben ongetwijfeld een duidelijke plek gekregen in onderwijs, justitie, sport, welzijn enzovoort. Jongeren krijgen inspraak wanneer hun ouders naar de familierechtbank gaan voor een echtscheiding, en steeds meer sectoren gaan aan de slag met kinderrechten. Ik word door artsen, advocaten, rechters en politiemensen uitgenodigd om erover te spreken, terwijl men vroeger dacht dat dit een zaak was van het onderwijs en de jeugdhulp.' Maar hij ziet ook nieuwe uitdagingen voor de kinderrechten. 'Zoals alles wat met afstamming te maken heeft: anoniem donorschap, draagmoederschap enzovoort. Kijk maar naar onze wet op anoniem donorschap. Die dateert van 2007, en houdt géén rekening met kinderrechten.' Op 25 mei wordt ook de nieuwe Europese privacywetgeving van kracht, nog een nieuwe uitdaging voor de kinderrechtencommissaris. 'We botsen geregeld op de grenzen van de privacy. Een voorbeeld. Onlangs nam de directeur van een middelbare school contact met me op over twee van zijn leerlingen, een koppel. Het meisje was vijftien en was zwanger. Hij vroeg ons raad, omdat ze haar zwangerschap wilde afbreken zonder medeweten van haar ouders. Ik heb hem toen aangeraden om zijn leerlingen te ondersteunen en hen te overtuigen dat ze zelf hun ouders zouden vertellen wat er was gebeurd. Het was geen levensbedreigende ingreep, de arts zag dat de twee jongeren zich bewust waren van de ernst van de situatie, en dus werd er een abortus uitgevoerd zonder de ouders te informeren. De wet op de patiëntenrechten maakt dat mogelijk, maar de directeur zat er toch mee.' En niet alleen hij, zie ik. Vanobbergen valt even stil. 'Ik laat dit werk heel dicht bij mij komen, omdat ik daar de energie en kracht uit haal om de kinderrechten te blijven verdedigen, en om de politieke wereld te blijven wijzen op het grote belang daarvan. Sommige dingen wil ik ook niet vergeten, hoe pijnlijk ze ook zijn. Daarom schrijf ik die ervaringen ook op. Voor mezelf.'