Drie keer belden ze bij me aan. De eerste keer probeerde ik nog een gesprek aan te gaan over de zin en onzin van referenda, maar daar had de jongeman geen boodschap aan. Hij wou mijn handtekening en verder geen gezeik. De tweede keer vertelde ik ze slaperig doch behulpzaam dat ze al eens langs waren geweest, en de derde keer deed ik niet meer open. Een van mijn buren wel, en van pure baldadigheid tekende ze tot drie keer toe de petitie. Geen wonder dus dat het door de N-VA zo verhoopte referendum over het Gentse circulatieplan afgelopen week werd verworpen, onder meer omdat er te veel dubbele handtekeningen op de lijsten stonden.
...

Drie keer belden ze bij me aan. De eerste keer probeerde ik nog een gesprek aan te gaan over de zin en onzin van referenda, maar daar had de jongeman geen boodschap aan. Hij wou mijn handtekening en verder geen gezeik. De tweede keer vertelde ik ze slaperig doch behulpzaam dat ze al eens langs waren geweest, en de derde keer deed ik niet meer open. Een van mijn buren wel, en van pure baldadigheid tekende ze tot drie keer toe de petitie. Geen wonder dus dat het door de N-VA zo verhoopte referendum over het Gentse circulatieplan afgelopen week werd verworpen, onder meer omdat er te veel dubbele handtekeningen op de lijsten stonden.Voor alle duidelijkheid: mijn handtekening hebben ze niet gekregen. Om te beginnen omdat ik ervan overtuigd ben dat journalisten hun pen moeten gebruiken om een punt te maken en niet om petities te ondertekenen (een wijze raad van mijn jarenlange buurman hier op de redactie). Daarnaast omdat ik er van nature behoorlijk opstandig van word als iemand me probeert voor zijn kar te spannen. Maar dus niet omdat ik een grote fan zou zijn van het fameuze circulatieplan.Integendeel. Maanden heb ik erover lopen foeteren. Wisten ze wel hoeveel langer ik onderweg zou zijn om zoonlief naar zijn hobby te brengen? Dachten ze dat ik niets beters te doen had dan aanschuiven achter een rij weifelende en zoekende automobilisten? Dus zou ik uit Gent wegblijven. Minstens een halfjaar. Boodschappen doen in een winkelcentrum langs een steenweg, uit eten gaan in het een of andere liefelijke dorp en een jofel café zou ik ook wel buiten de Gentse ring vinden.Ondertussen is het circulatieplan een maand van kracht. Natuurlijk heb ik de binnenstad niet al die tijd gemeden. Maar veel anderen wel. Nog nooit kon ik tijdens de spits zo vlot het centrum binnenrijden, nog nooit had ik de keuze uit zoveel parkeerplekken, nog nooit vond ik op vrijdagavond zo vlot een tafeltje voor twee in een geprefereerd restaurant. 'Dat is natuurlijk niet de bedoeling, mevrouw', hoor ik u al zeggen. 'Als iedereen gewoon met de auto door de stad blijft rijden, verandert er hoegenaamd niets.' Dat besef ik ook wel. Maar geef me even de tijd. Laat me even wennen aan al die nieuwigheid, laat me een bocht nemen zonder al te veel gezichtsverlies te lijden. De voorbije weken heb ik wel degelijk de app van De Lijn gefrequenteerd om uit te zoeken hoe ik die negen kilometer tussen mijn voordeur en het centrum het makkelijkst kan overbruggen. Een mens moet ergens beginnen.Ben ik nu plots om? Natuurlijk niet. Ik ben zelfs nog behoorlijk chagrijnig. Hadden ze echt niet eerst het openbaar vervoer kunnen aanpakken voor ze dat mobiliteitsplan lanceerden? De tramlijn die mij vlot van mijn huis naar het centrum kan vervoeren, bijvoorbeeld, zal er pas over een paar jaar liggen. Wat meer verlichting op sommige parkeerterreinen aan de rand van de stad was ook niet mis geweest en dat nieuwe stadsplan vind ik soms ergerlijk onduidelijk. Bovendien had het pas echt van moed getuigd als al die verwarrende routes niet naar de lucratieve parkeergarages in het hart van de stad hadden geleid.Maar toch ben ik me - heel langzaam - aan het verzoenen met dat vermaledijde plan. Niet door een groene inborst of hippe reflex, maar omdat ik van mezelf nogal nuchter ben. En daarom besef ik, willens nillens, dat een stad als Gent over een paar decennia verstikkend, verlamd en voorbijgestreefd zal zijn als het roer vandaag niet wordt omgegooid. Dus moet ik wel een kans geven aan een plan dat mij nog geregeld op de zenuwen werkt en mijn leven een pak ongerieflijker maakt. Ik hou nu eenmaal te veel van de stad. Goddank past mijn zoon niet meer in een bakfiets, anders moest ik daar straks ook nog aan.