Ik werd deze week op mijn Congolese afkomst gewezen toen een vriend mij vroeg wat ik eigenlijk vind van de tussentijdse rapportage van VN-experten die stellen dat België zijn excuses moet aanbieden voor het koloniale verleden. De commissie stelde ook dat de dekolonisatie van het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren niet is gelukt.

Ik heb geen koloniale verontschuldigingen van België nodig.

Ik vertelde de vriend in kwestie dat als het aan mij ligt, België zijn excuses voor zich kan houden. Niet omdat ik denk dat we ons niet bewust moeten zijn van het koloniale verleden. Integendeel, kennis over het brutale Belgische koloniale verleden is onontbeerlijk voor een correcte maatschappelijke vorming, zowel voor Belgen als Afrikanen.

Maar net zo belangrijk anno 2019 is de aanpak van hedendaagse vormen van uitsluiting en de reparatie van het onrechtvaardige mondiale systeem. Je hebt dus niets aan excuses voor het koloniale verleden als Afro-Belgen op de arbeidsmarkt vandaag gediscrimineerd worden en Afrikanen in Libische detentiecentra erger dan Belgische honden behandeld worden, mede dankzij het Europese en Belgische migratiebeleid.

Het komt zelden voor dat politieke leiders zich verontschuldigen voor historisch onrecht. De dunne scheidingslijn tussen sorry vragen als morele verantwoordelijkheid en als juridische verantwoordelijkheid speelt hier een rol. Daarnaast is er ook nog de vraag of een verontschuldiging collectief dan wel persoonlijk is. Het begrijpen van deze spagaten legt bloot waarom het nog even zal duren voor België zich verontschuldigt voor het brute koloniale verleden. Het verklaart ook waarom premier Michel voorlopig niet wil reageren op het VN-rapport. 'De regering zal eerst kennis nemen van het rapport, alvorens zich uit te spreken', aldus zijn woordvoerder.

Morele versus juridische verontschuldiging

Politici zoals Charles Michel in België en Mark Rutte in Nederland durven hun vingers niet te verbranden aan verontschuldigingen voor het koloniale verleden. Zij zullen, als er toch naar gevraagd wordt, 'berouw tonen' en erkennen dat het specifieke verleden 'tot de zwarte bladzijden' van het land behoort. Op moreel vlak zullen ze erkennen dat 'dingen fout zijn gegaan', maar ze zullen niet snel tot excuses overgaan, puur uit angst.

Hun redenering is heel simpel: als ik mij namens mijn regering verontschuldig voor het koloniale verleden, zeg ik ook dat mijn land juridisch verantwoordelijk is. En politici willen er natuurlijk alles aan doen om het woord 'herstelbetaling' van de tafel te houden.

Deze vorm van onversneden juridisch denken werd ook eind vorige jaar mooi geïllustreerd in de polemiek rond roofkunsten. Het debat ging toen over een andere vorm van herstelbetaling - restitutie, het terugbrengen van kunsten waar ze oorspronkelijk vandaan komen. In een interview met RFI stelde Guido Greyseels, directeur van het AfricaMuseum in Tervuren, dat de honderdduizenden artefacten en opgezette dieren waar zijn museum over beschikt, juridisch gezien in Belgische handen zijn. In het bewuste interview stelde de directeur ook dat het vooral belangrijk is dat het contact tussen de voormalige kolonisator en gekoloniseerden hersteld wordt. Zo kan er een samenwerking tussen verschillende instellingen uit België en Afrikaanse landen ontstaan. Zo kan het museum bijvoorbeeld kennis uitwisselen en voor tentoonstellingen stukken 'lenen'. De directeur insinueerde ook dat Afrikaanse musea momenteel niet in staat zijn om voor de stukken te zorgen en dat het daarom een goede zaak is dat ze nog even in België blijven. Met andere woorden: restitutie is geen oplossing, maar dialoog wel.

Met een belangrijk aspect lijkt Greyseels geen rekening te houden, en dat is macht. Want het Belgische koloniale verleden gaat wel degelijk over macht. Het gaat over hoe Leopold II met steun van de Belgische en Europese elite een volk nagenoeg uitroeide, haar cultuur vernietigde en zich verrijkte met haar grondstoffen door de inwoners als slaven te behandelen. Het is dan ironisch om op te merken dat het AfricaMuseum en België in het algemeen er tot vandaag in slagen te genieten van de erfenis van dat koloniale verleden, maar wel een zuiver juridische redenering gebruiken om afstand van dat verleden te nemen. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk, want het internationale recht is door landen als België ontwikkeld om hun belangen te dienen. Het is door de onversneden juridisering dat politici als Charles Michel hun morele verantwoordelijkheid niet opnemen en het koloniale geweld niet met kracht veroordelen en welgemeende excuses aanbieden.

Moet ik Charles Michel vergeven omdat ik toevalligerwijs ben geboren in het land dat door zijn voorvaders gekoloniseerd werd? Die verantwoordelijkheid wil ik niet op mij nemen.

Persoonlijke versus collectieve verontschuldiging

Het is ironisch dat anno 2019, bijna zestig jaar na de onafhankelijkheid van Congo, België een externe commissie nodig heeft om te begrijpen dat verontschuldigingen nodig zijn. Maar dat het zover is kunnen komen, heeft ook te maken met een andere moeilijk huwelijk, dat tussen de persoonlijke en collectieve verontschuldiging. Het is doorgaans makkelijker om op persoonlijk niveau excuses te vragen en te vergeven. Dat heeft een simpele verklaring. Op persoonlijk niveau kan men van mens tot mens berouw tonen. En daar waar berouw getoond wordt, kan waarachtige vergiffenis plaats vinden.

Vergeven op collectief niveau wordt steevast als een moeilijker proces gezien. Dat ligt aan het feit dat het moeilijk is om als groep tot berouw te komen. Het is al moeilijk genoeg om als groep collectieve beslissingen te nemen (denk aan het klimaatdebat vandaag), laat staan dat je met een hele groep berouw moet gaan tonen voor een verleden waar een deel van de groep niet mee geassocieerd wil worden. Hoe groter de groep, hoe moeilijker het ook is om tot berouw te komen en over te stappen naar een verontschuldiging. Charles Michel kan zich dan wel verontschuldigen voor het koloniale verleden, maar de vraag rijst namens wie hij spreekt en aan wie hij die excuses richt. Moet ik hem vergeven omdat ik toevalligerwijs ben geboren in het land dat door zijn voorvaders gekoloniseerd werd? Die verantwoordelijkheid wil ik niet op mij nemen. Ik wil geen excuses van België, ik wil rechtvaardigheid, zodat in de toekomt geen excuses meer nodig zijn.

Kiza Magendane is een Amsterdamse schrijver en beleidsondernemer van Congolese komaf. Hij heeft politicologie gestudeerd en werkt aan zijn eerste boek over de Nederlandse identiteit. Momenteel woont hij in Antwerpen.