Het is elk jaar hetzelfde liedje. Wie op 1 januari 's ochtends door Brussel wandelt, treft een gehavende stad aan. We zagen gisteren op teveel plekken achtergelaten afval, de resten van in brand gestoken vuilnisbakken en meer glasscherven dan goed is voor een voetpad.

Ook op de nieuwssites rolden de headlines voorbij. Het doet pijn om te zien dat op nieuwjaarsavond ook de journaals in heel België openen met de vernielingen die jongeren hebben aangericht in onze hoofdstad. In hun eigen stad.

Ik begrijp dat veel gezinnen twijfelen of ze nog wel in dit Brussel willen wonen.

Ik begrijp dat niet. Ik begrijp niet dat je moedwillig een kassei opraapt om winkeletalages aan diggelen te gooien. Ik begrijp niet dat je stenen gooit naar de brandweer die net wil voorkomen dat het huis van je buren in vlammen opgaat.

Wat ik wel begrijp is dat veel gezinnen twijfelen of ze nog wel in dit Brussel willen wonen. En dan is elke steen, elke aangestoken brand antireclame voor onze stad.

We willen er net alles aan doen om jonge mensen te verleiden hier te blijven en hier hun privé- en professioneel leven uit te bouwen. Zo willen we bouwen aan een stad met de juiste evenwichten, op cultureel en socio-economisch vlak. En ja, Brussel zal altijd wat ruw zijn aan de kantjes. Maar dat is niet hetzelfde als het gratuit geweld tijdens de oudejaarsnacht. Ik noem dat het verraden van je eigen buurt. Dat kunnen we niet tolereren.

Mijn recept voor jongeren die dit soort gedrag stellen is duidelijk: enerzijds duidelijke grenzen trekken en anderzijds perspectief geven. De grenzen liggen in onze wetten en in een basisrespect voor elkaar. En we hebben allemaal een rol te spelen in het bewaken van die grenzen. Politie en parket moeten hun verantwoordelijkheid nemen en de daders vatten en voor de rechter brengen. Voor dergelijk gedrag is geen enkel excuus. Ouders, vrienden, grote broers en zussen, leerkrachten, maar ook beleidsmakers... We moeten de jeugd duidelijk vertellen wat kan en niet. Blijkbaar is het niet meer vanzelfsprekend dat we allemaal dezelfde waarden en normen delen. Laat ons daar dus meer expliciet over spreken. Dat is geen onmogelijke opdracht toch?

We moeten jongeren ook perspectieven bieden. Want het zijn ónze jongeren.

We moeten jongeren ook perspectieven bieden. Want het zijn ónze jongeren. Iedereen heeft talenten en iedereen krijgt kansen. Al hebben sommigen een duwtje nodig om die kansen te grijpen. Daar kunnen initiatieven als TADA en We love BXL of ondernemershub Molengeek bij helpen. Het zijn plekken waar jongeren de toekomst deze stad in eigen handen nemen op een positieve manier.

Ik wens dat Brussel in het jaar dat net begonnen is vaker in het journaal komt met fantastisch goed nieuws. Dat betekent dat Brussel de rest van België inspireert. Dat is de beste reclame om jonge en minder jonge mensen voor Brussel te doen kiezen. En dat is de beste garantie op een hoofdstad die voorbereid is op de toekomst.